Eén broeder verantwoordelijk voor tientallen doden in zuid-Nederlandse instelling

25/06/12 om 08:50 - Bijgewerkt om 08:49

(Belga) De dood van tientallen jongens in het psychiatrisch instituut Sint Joseph in het Nederlands-Limburgse Heel wordt toegeschreven aan één man, broeder Andreas. Dat blijkt uit onderzoek van dagblad De Limburger naar een van de grootste misstanden ooit binnen Nederlandse katholieke jeugdinstellingen. De broeder belandde later bij de trappisten in het Westvlaamse West-Vleteren.

Tussen 1952 en 1954 vonden tientallen zeer ernstig gehandicapte jongens de dood in de "zwakzinnigeninstelling". Oospronkelijk luidde het dat ze een natuurlijke dood waren gestorven. Maar daar is vorig jaar twijfel over ontstaan. Onderzoek van Dagblad De Limburger leerde dat het extreme sterftecijfer te maken heeft met broeder Andreas. Die werkte in Heel met de groep ernstigst gehandicapte kinderen die niets meer konden dan eten en slapen. Hulp bij de behandeling kreeg hij niet. Al in 1954 hield zijn orde Andreas verantwoordelijk voor het hoge sterftecijfer op zijn afdeling. Hij werd overgeplaatst naar Huize Savelberg in Koningslust. Jaren later trad hij in bij de trappisten in West-Vleteren, aldus de krant. De affaire belandde tot vorig jaar in de doofpot. Onduidelijk is of de 'broeder des doods' de zeer ernstig gehandicapte jongens - al dan niet om hen verder lijden te besparen - actief om het leven bracht of dat hij ze aan hun lot overliet. Het parket presenteert op korte termijn het resultaat van onderzoek naar de affaire. Tot vervolging kan het niet komen, omdat de zaak verjaard is en alle betrokkenen zijn overleden, aldus nog de krant. (MVL)

Onze partners