Duurzame ontwikkeling mag niet blijven hangen bij plannen en structuren

15/02/12 om 15:41 - Bijgewerkt om 15:41

(Belga) We moeten opletten dat we niet enkel bij woorden blijven en bij plannen en overlegstructuren blijven steken, maar dat de stap naar daden voldoende snel wordt gezet. Dat verklaarde minister van Duurzame Ontwikkeling Steven Vanackere bij de voorstelling van het federaal rapport duurzame ontwikkeling 2011.

Vanackere wil in zijn beleid sterk het accent op concretisering leggen. Hij wees op het belang dat het beleidsdomein bij een vicepremier rust. Duurzame Ontwikkeling is een integraal beleidsdomein en om ervoor te zorgen dat het een "kern-zaak" wordt, is het goed dat één van de vicepremiers het beleid in het oog kan houden. De minister wil ook met tastbare en meetbare initiatieven op het vlak van interne milieuzorg, mobiliteit, voeding en overheidsaankopen de duurzaamheidsreflex in de federale overheid verankeren. Zo wordt werk gemaakt van energie-efficiëntie in overheidsgebouwen, een duurzaam mobiliteitsplan, strengere CO2-normen voor wagens van de overheid en strikte duurzaamheidscriteria bij overheidsaankopen. Op die manier wil Vanackere het energieverbruik van de overheid drukken. De Vlaamse christendemocraat wil voorts de Interministeriële Conferentie Duurzame Ontwikkeling nieuw leven inblazen. Ook is het zijn ambitie dit jaar nog een nieuwe strategie uit te dokteren, die dan voor de lente van volgend jaar in een nieuw plan voor duurzame ontwikkeling moet uitmonden. Met zijn beleidslijnen gaat de minister in op de tien aanbevelingen uit het rapport. Die slaan onder meer op het snel aannemen van ambitieuze tussentijdse doelstellingen, het goedkeuren van sociale, milieu- en economische doelstellingen op de lange termijn en erover waken dat elke minister concreet vooruitgang boekt in de verandering van niet-duurzame consumptiepatronen. (KME)

Onze partners