Dopingcontroleurs mogen whereabouts van profsporters vragen, oordeelt EU-Mensenrechtenhof

18/01/18 om 14:20 - Bijgewerkt om 14:21

Bron: Belga

(Belga) Antidopingagentschappen mogen topsporters om hun whereabouts vragen. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is die bepaling conform met het Europees Mensenrechtverdrag. "Het algemeen belang maakt dat onverwachte controles nodig zijn", stelt het EU-Hof in een arrest.

De zaak kwam bij Europees Hof van Justitie op de rol naar aanleiding van een onderzoek dat in 2011 tegen Frankrijk werd ingesteld. De Franse sportvakbonden en een honderdtal individuele sporters klaagden de staat aan omdat ze elke dag moeten laten weten waar ze zijn zodat de anti-dopingagentschappen onverwachte controles kunnen uitvoeren. Twee jaar later klaagde de Franse topwielrenster Jeannie Longo (59) het land om dezelfde reden aan. Volgens de reglementen van het wereldantidopingagentschap WADA moeten bepaalde topsporters - hoe beter de prestaties, hoe strenger de controles - elke dag van het seizoen een plaats opgeven waar ze binnen de 60 minuten moeten kunnen zijn voor een controle, voor veel sporters een te grote inbreuk op hun persoonlijke leven en op hun vrijheid om te gaan en staan waar ze willen. Het EU-Mensenrechtenhof erkent dat de bepaling een impact heeft op het privéleven, maar die impact is volledig in verhouding met het algemeen belang van de controles, stelt het Hof. Het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens is hiermee dus niet geschonden. Meer nog, als de verplichte whereabouts zouden worden afgeschaft, dan zal het dopinggebruik opnieuw toenemen, stelt het Hof, "met gevaar voor de gezondheid van sporters en van de hele sportieve gemeenschap tot gevolg". (Belga)

Onze partners