Dienstenchequewerknemers vragen betere vergoeding verplaatsingskosten

04/09/12 om 13:02 - Bijgewerkt om 13:02

(Belga) Dienstenchequewerknemers verdienen te weinig om ook nog eens op te draaien voor de dure verplaatsingskosten. Dat maakten een 250-tal dienstenchequewerknemers deze ochtend duidelijk voor het kabinet van minister van Werk Monica De Coninck (sp.a).

Per jaar leggen 150.000 dienstenchequewerknemers samen zo'n 300 miljoen kilometer af, waarvan tweederde "noodgedwongen" met de auto. Ze ontvangen een kilometervergoeding van 13 tot 15 cent per kilometer, daar waar de vergoeding in de publieke sector ongeveer 33 cent bedraagt. "Doe het maar, met een brutoloon van amper 10 euro per uur een auto kopen, verzekeren, onderhouden en geregeld voltanken", klaagt de socialistische vakbond aan. Tijdens een ontmoeting dinsdag met de kabinetschef van De Coninck schoof de vakbond twee oplossingen naar voren. Ten eerste stelt ABVV voor om de 30 cent fiscale aftrek, die gebruikers binnenkort extra zullen kunnen recupereren nu de dienstencheques een euro duurder worden, te reserveren voor de onkostenvergoeding van de werknemers. Maar ook aan de werkgeverszijde - bedrijven strijken winst op via een stelsel dat voor 75 procent gefinancierd wordt door de overheid - zijn mogelijkheden, aldus de bond. "Men erkent het probleem", zegt Werner Van Heetvelde, federaal ABVV-secretaris na de ontmoeting. "De Coninck heeft zich geëngageerd om een oplossing te zoeken, en dat is een ongelofelijke stap vooruit". Tegen midden oktober moet meer duidelijkheid zijn. "Ondertussen gaan wij niet stilzitten", aldus Van Heetvelde. "Wij gaan ook andere politieke partijen overtuigen, alsook werkgevers en gebruikers". Op 20 september plant de vakbond acties in Antwerpen en Luik. (DLA)

Onze partners