17/09/12 om 06:34 - Bijgewerkt om 06:34

Di Rupo I fnuikt economie

Bijkomende saneringen, gedoe over vermogensbelasting en passiviteit inzake het concurrentievermogen. De federale regering verhoogt nog verder de wurgende onzekerheid.

Di Rupo I fnuikt economie

Sla er de analyses op na van eerbiedwaardige instellingen als het IMF, de OESO en de ECB of consulteer de betere private conjunctuuranalisten en het zal opvallen dat één woord telkens opnieuw centraal staat in de beschouwingen omtrent de economische groei: onzekerheid. Investeerders aarzelen, bedrijven saneren en consumenten houden de knip op de beurs. Iedereen aarzelt en wacht omdat er zoveel onzekerheid heerst in de omgeving die elk van deze economische spelers onder ogen moet zien.

Ook de Belgische economie ontsnapt niet aan die knagende onzekerheid die in belangrijke mate samenhangt met internationale ontwikkelingen waar de beleidsverantwoordelijken van ons land slechts een (zeer) beperkte invloed op hebben.

Ondanks de successen van de voorbije weken blijft de aanslepende eurocrisis allicht de voornaamste factor van onzekerheid naar de gang van zaken in de economie toe. Het minste dat in dergelijke, wat penibele omstandigheden evenwel kan verwacht worden, is dat de regering poogt om niet nog eens extra aan die onzekerheid toe te voegen. Er kan niet anders dan vastgesteld worden dat Di Rupo I op dit vlak faalt. Drie ontwikkelingen springen hierbij in het oog.

Ten eerste, het gedoe rond de begroting. Zij die op vakantie waren, zullen het gemist hebben maar voor zij die er bij waren, zitten de beelden allicht nog op het netvlies gebrand: de bijna euforische regeringstop die in juli kwam vertellen dat via een correctie van een slordige 100 miljoen euro de begrotingsdoelstelling van dit jaar (een deficit gelijk aan 2,8% van het BBP) vlotjes zou gehaald worden. Op aangeven van het Planbureau en van de Nationale Bank zat in de begrotingscontrole verwerkt dat de economie met 0,5% zou groeien.

Neutrale waarnemers waren daar zeer verbaasd over en al snel kregen zij het gelijk aan hun kant. De economie van België zal bijna zeker krimpen dit jaar. Lichtjes (- 0,1% of - 0,2%, bijvoorbeeld) maar toch krimpen. Resultaat: een deficit minstens 500 miljoen euro groter dan afgekondigd tijdens de triomfmededeling van juli.

Naar volgend jaar ziet het er nog een stuk beroerder uit. De economie zal volgens het Planbureau groeien met 0,7% terwijl de regering tot nu toe uitging van bijna het dubbele, nl. 1,3%.

Bovendien bestaat de doelstelling erin om het begrotingstekort naar 2,15% van het BBP te brengen. Dit vereist een nieuwe saneringsoperatie die minstens 4,6 miljard euro zal moeten opbrengen. Dit alles onder de voorwaarde dat de meerinkomsten en besparingen voorzien voor 2012 allemaal gerealiseerd worden, iets waar men bijvoorbeeld bij het Rekenhof de grootste twijfels over heeft.

Het gaat niet op de nieuwe verwikkelingen rond de begroting voor dit en volgend jaar allemaal af te schuiven op de slechte gang van zaken in de economie. Dat speelt uiteraard een rol maar evenzeer is dat het geval voor het krakkemikkige werk van Di Rupo I, zowel bij de begrotingsopmaak 2012 als bij de begrotingscontrole.

Voor consumenten, ondernemingen en investeerders betekent de nieuwe noodzaak aan saneringen echter dat de onzekerheid weer toeneemt. Waar gaat men besparen? Welke belastingen gaan omhoog? En welke impact gaat dat dan weer allemaal hebben op de economie en op de tewerkstelling?

Ten tweede, en aansluitend op de begrotingsperikelen, is er de heisa van de voorbije dagen rond de vermogensbelasting. De hysterie rond de naturalistie-aanvraag van Bernard Arnault was gefundenes Fressen voor de PS, zeker tegen de achtergrond van de net geschetste noodzaak aan nieuwe begrotingsmaatregelen. Premier Elio Di Rupo zei wel dat iedereen binnen de regering het eens moet zijn met een vermogensbelasting en Open VLD liet stoer weten uit de regering te zullen stappen als er een vermogensbelasting komt maar iedereen voelt aan dat het thema niet weg is, integendeel. Het argument van de PS en vakbondsleiders dat men enkel de grote vermogens zou viseren, is niet geloofwaardig. Om echt geld in het laatje te krijgen, zullen ook kleinere vermogens moeten "geschoren" worden. Het evidente gevolg van deze situatie: weeral meer onzekerheid.

Ten derde is er het probleem van onze internationale concurrentiepositie. Bredere indicatoren daarvan geven aan dat we verder afglijden. Kijken we enkel naar de relatieve loonkosten (gecorrigeerd voor productiviteistverschillen) ten opzichte van onze drie belangrijkste handelspartners dan blijken die vooral ten opzichte van Duitsland zwaar uit koers te liggen.

Bovendien blijft onze inflatie hoger dan bij de drie partners. In augustus lag onze inflatie op 2,6%, die in Duitsland op 2,2%, in Frankrijk op 2,4% en in Nederland op 2,5%. Ons indexeringsmechanisme vertaalt dergelijke verschillen automatisch naar de loonkosten. De regering Di Rupo I verklaart voortdurend haar bekommernis om die internationale concurrentiepositie maar doet niks ingrijpends. Het indexprobleem wordt, zoals dat dan heet, bestudeerd.

Zeker in een internationaal zeer onzekere omgeving is het van het grootste belang dat de nationale regering van een kleine en zeer open economie als de Belgische er alles aan doet om de onzekerheid voor ondernemingen, consumenten en producenten te reduceren. Di Rupo I doet er helaas nog wat schepjes boven op.

Onze partners