Dertig jaar Tsjernobyl - "Gevolgen voor België zijn erg beperkt"

23/04/16 om 07:44 - Bijgewerkt om 07:44

Bron: Belga

(Belga) De wolk met radioactief afval die België enkele dagen na de kernramp van Tsjernobyl had bereikt, heeft geen grote gevolgen gehad voor ons land. Dat zegt Lodewijk Van Bladel, die als deskundige stralingsbescherming werkt voor het federaal agentschap voor nucleaire controle (Fanc). Volgens de overheidsinstantie zijn er dertig jaar later ook geen aanwijzingen voor een duidelijke toename van het aantal schildklierkankers als gevolg van Tsjernobyl.

De wolk met radioactief afval bereikte België op 2 mei 1986, maar had op dat moment al een hele reis afgelegd, via onder meer Scandinavië. Volgens Lodewijk Van Bladel bleven de gevolgen voor de volksgezondheid in België daardoor beperkt en raakten de bodem en de lucht maar licht besmet. "Wij hebben slechts een soort van uitloper gekregen. De wolk was al sterk verdund toen ze in België aankwam en bevatte dus kleinere dosissen radioactieve stoffen", klinkt het. Toch werden op 4 mei nog verschillende maatregelen genomen om de gevolgen voor de volksgezondheid zo veel mogelijk in te perken. Het ging dan bijvoorbeeld om het advies om groenen beter spoelen. Daarnaast kregen landbouwers ook de raad om hun koeien binnen te houden, een maatregel waarop heel wat kritiek kwam aangezien kinderen wel gewoon buiten mochten spelen. "Die maatregel werd vaak verkeerd begrepen", benadrukt Van Bladel. "Het ging er niet om de koeien te beschermen. Men wilde beletten dat de koeien besmet gras aten, want daardoor zou ook de melk of het vlees besmet kunnen raken." Uiteindelijk werden volgens het Fanc slechts lichte en kortstondige vervuilingsniveaus vastgesteld bij gras en bij bladgroenten als prei, sla en spinazie. Ook voor het drinkwater was de besmetting beperkt. "Er werd slechts bij één Belgisch voedingsproduct een overschrijding van de norm opgetekend. Het ging om wilde paddenstoelen uit de provincie Luxemburg", aldus Van Bladel. Nochtans bleek uit een onderzoek van het universitair ziekenhuis van Mont-Godinne (UCL) onlangs nog dat er sinds 1986 aanzienlijk meer gevallen van schildklierkanker worden vastgesteld bij jongeren die ten tijde van Tsjernobyl minder dan vijftien jaar oud waren. Van Bladel stelt die toename niet in vraag, maar betwijfelt of er een link is met de nucleaire ramp van dertig jaar geleden. "Tsjernobyl kan de toename van het aantal gevallen van schildklierkanker niet verklaren. Daarvoor was de straling te licht. Bovendien zou de toename dan moeten plaatsvinden in een strook die, net zoals de radioactieve wolk, van noord naar zuid over het land liep. Maar dat stemt niet overeen met de diagnoses", klinkt het bij Van Bladel. "Schildklierkanker kan verschillende oorzaken hebben. En de kankercellen dragen natuurlijk ook geen label dat naar Tsjernobyl verwijst", argumenteert hij nog. "Pas op, ik beweer niet dat er helemaal geen impact was. Het is best mogelijk dat er enkele gevallen aan de kernramp te wijten zijn, maar statistisch is dat onmogelijk vast te stellen." De arts wijst er ook op dat de toename van het aantal gevallen van schildklierkanker een wereldwijd fenomeen is. "In de VS en Canada wordt bijvoorbeeld een even grote stijging vastgesteld, die onmogelijk aan Tsjernobyl kan worden toegeschreven." Als oorzaak voor die toename kijkt hij dan ook eerder naar de gewijzigde screenings en diagnosticering. (Belga)

Onze partners