Delphine Boël krijgt gelijk van Grondwettelijk Hof en mag voort procederen

03/02/16 om 15:12 - Bijgewerkt om 16:28

Delphine Boël kan en zal haar strijd om erkenning door koning Albert II verderzetten. Het Grondwettelijk Hof heeft haar gelijk gegeven en geoordeeld dat ze zich niet moet houden aan de lang verstreken wettelijke termijn om het vaderschap van haar wettelijke vader Jacques Boël te betwisten.

Delphine Boël krijgt gelijk van Grondwettelijk Hof en mag voort procederen

Delphine Boël © BELGA

Haar recht op klaarheid over haar afstamming is belangrijker dan de 'rust der families', in deze de koninklijke familie, zo luidt het.

Wet

Marc Uyttendaele, de advocaat van Delphine Boël, onderstreept dat het Grondwettelijk Hof zijn cliënte over de hele lijn gelijk geeft. 'Het hof is van oordeel dat een kind steeds het vaderschap kan betwisten en dat de rechter de aard van de familiale banden niet moet onderzoeken die hebben bestaan of niet bestaan tussen het kind en degene waarvan het vaderschap betwist wordt', verduidelijkt hij.

De wet bepaalt dat kinderen ouder dan 22 slechts één jaar de tijd hebben om het vaderschap te betwisten. Het Grondwettelijk Hof is het daar echter niet mee eens. Want anders zou het kind ook geen onderzoek kunnen eisen naar het vaderschap van de vermeende echte vader. Bovendien zijn er veel redenen waarom een kind niet zou proberen om binnen die termijn een betwisting in te stellen, merken de rechters op.

Voor het Grondwettelijk Hof staat vast dat 'het recht van eenieder op vaststelling van zijn afstamming in beginsel de overhand dient te krijgen op het belang van de rust der families en de rechtszekerheid van de familiale banden'. Lees: het recht van Boël om haar echte vader te kennen is in beginsel belangrijker dan de rust in de koninklijke familie.

Zaak

Delphine Boël zet de procedure voor het betwisten van het vaderschap van Jacques Boël dus voort, net als haar zoektocht naar erkenning door koning Albert II. Uyttendaele onderstreept dat die zoektocht naar erkenning 'aan geen enkele andere voorwaarde onderworpen is dan het bewijs van het bestaan van een biologische band tussen vader en dochter'.

Een en ander maakt dat de zaak opnieuw op het bord van de Brusselse rechtbank terecht komt. (Belga/KVDA)

Onze partners