Deepwater Horizon negeerde waarschuwingen

19/08/11 om 14:34 - Bijgewerkt om 14:34

(Belga) De ploeg van het boorplatform Deepwater Horizon, dat in april 2010 de lucht invloog en de grootste olieramp in de geschiedenis van de Verenigde Staten veroorzaakte, heeft de waarschuwingen voor de naderende ramp in de wind geslagen. Dat heeft een onderzoeker vrijdag verklaard.

Deepwater Horizon negeerde waarschuwingen

Volgens een rapport van Bill Gallagher, medeverantwoordelijke voor Maritieme Zaken van de Marshall Eilanden - waar het platform was geregistreerd - verschenen er waarschuwingen voor de nakende ontploffing, maar had de ploeg daar niet op gereageerd. "Er waren vele aanwijzingen dat er problemen waren aan de putten zelf", verklaarde Gallagher op de Australische radio ABC. De explosie van de Deepwater Horizon, op 20 april 2010, kostte het leven aan elf mensen. Honderden miljoenen liters ruwe olie stroomden in de Golf van Mexico, totdat de putten uiteindelijk pas vier maanden later konden gedicht worden. Gallagher wees erop dat het rapport niet diende om schuldigen aan te wijzen. Een vorig rapport van de Amerikaanse kustwacht in april bracht aan het licht dat de veiligheidsmaatregelen niet werden nageleefd bij Transocean, de eigenaar van het platform. Het wees aan dat "Deepwater Horizon en zijn eigenaar Transocean grote gebreken vertoonde wat betreft de veiligheid". Volgens de maritieme wetgeving worden boorplatformen zoals Deepwater Horizon beschouwd als schepen en is aldus registratie mogelijk in landen zoals de Marshall Eilanden, een archipel in de Stille Oceaan, of Panama. Inspecteurs van de archipel waren in december 2009 naar het bootplatform gegaan en hadden geconcludeerd dat alle veiligheidsnormen en respect voor het milieu werden nageleefd. (OSN)

Onze partners