Deelstaten na staatshervorming veel meer budgettaire beleidsruimte dan federaal

18/07/12 om 07:22 - Bijgewerkt om 07:22

(Belga) Na de staatshervorming zal de federale overheid met nog slechts zo'n vijftien procent van alle overheidsgelden echt beleid kunnen voeren. Dat is de helft van de dertig procent die de deelstaten dan samen in handen zullen hebben, schrijft De Standaard woensdag op basis van een nieuwe studie van het Vivescentrum van de KU Leuven.

Onder de oude financieringswet staat de federale overheid - sociale zekerheid niet meegerekend - in voor 24 procent van alle overheidsuitgaven, terwijl de gewesten en gemeenschappen 22 procent voor hun rekening nemen. Met de nieuwe regeling zal dat volgens de Leuvense onderzoekers verschuiven naar respectievelijk 21 en 30 procent. De deelstaten worden in budgettair gewicht dus veel belangrijker dan de federale staat. Bovendien gaat ongeveer een kwart van de federale 21 procent op aan rentelasten op de staatschuld. "Als echt budget om beleid mee te voeren, rest de federale staat dus nog maar 15 procent. Dat is amper de helft van de 30 procent van de deelstaten", schrijft de krant. Voorts kijkt de studie ook naar de effecten per deelstaat. Zo stijgt het budget van Vlaanderen en Brussel tussen 2012 en 2030 een beetje sterker dan de welvaart (verwachte groei en inflatie), terwijl het budget van het Waals gewest iets trager zal stijgen. Relatief gezien zal het Waalse budget dus wat dalen, besluit Vives, weliswaar met de nodige armslag. De economische groei is immers nog onzeker, net als de elasticiteit van de personenbelastingen. En het staat nog niet vast hoeveel geld de gewesten effectief zullen meekrijgen bij de overdracht van bevoegdheden. (KNS)

Onze partners