De Zelfmoordlijn: alternatieven voor de dood

22/01/14 om 09:04 - Bijgewerkt om 09:04

Het aantal zelfdodingen in Vlaanderen behoort tot de hoogste in Europa. De laatst bekende cijfers, uit 2010, melden dat 1.066 Vlamingen een einde aan hun leven maakten. Met de Zelfmoordlijn biedt het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) al sinds 1979 alternatieven.

De Zelfmoordlijn: alternatieven voor de dood

© StampMedia

Sinds een goede maand is het oorspronkelijke telefoonnummer van de Zelfmoordlijn niet meer. "Belangrijk is dat de suïcidale persoon zeer snel de weg naar hulp vindt", liet Vlaams Minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) in een persbericht weten. Hij verving het oude nummer dan ook door het compactere 1813, dat beter in het oog springt en de drempel voor de burger moet verlagen. Tegelijk werd ook een nieuwe websitegelanceerd. Die biedt personen met suïcidale gedachten een overzicht van manieren om hulpverleners te benaderen.

De Zelfmoordlijn werd 34 jaar geleden opgestart met de visie van het CPZ om 'een telefonisch opvangcentrum te scheppen voor personen in een psychologische crisistoestand'. De afgelopen tien jaar had het initiatief wisselend succes, maar sinds vorig jaar is de Zelfmoordlijn aan een hoopgevende opmars bezig. In 2012 voerden de vrijwillige telefonisten 10.219 gesprekken, een stijging van zo'n 23 procent tegenover 2011. Tegelijk schoot het aantal gevoerde chatgesprekken de lucht in. In 2012 kwam ook het Vlaams actieplan suïcidepreventie 2012-2020 van de grond. Daarmee probeert de Vlaamse regering het aantal zelfdodingen tegen 2020 terug te dringen met 20 procent ten opzichte van 2000.

De Zelfmoordlijn wordt in stand gehouden door haar talrijke vrijwilligers. Mensen die letterlijk dag en nacht waken over het welzijn van bellers met intensieve en vluchtige suïcidale gedachten, maar ook voor de nabestaanden. In 2012 waren er 41 vrijwilligers die de opleiding doorliepen om als hulpverlener vragen te beantwoorden. Ze kregen de keuze om achter de computer of naast de telefoon plaats te nemen. Beide media trekken een ander publiek aan. Waar dertigers en veertigers sneller telefonisch contact zoeken, kiezen tieners en twintigers doorgaans voor een chatgesprek. De Antwerpse vrijwilligster Nathalie Van Praet (pseudoniem, nvdr.) koos bewust voor het beantwoorden van de telefonische oproepen. "Waarom? Omdat het verdraaid moeilijk is om tijdens het chatten geen verkeerde indrukken te wekken. Je kan geen stemgeluid of intonatie gebruiken om je punt kenbaar te maken. Ik heb vroeger wel met vrienden gechat, maar de communicatie met onze bellers is een wereld van verschil."

Als je de statistieken bekijkt, lijkt het nog steeds taboe om zelfmoordgedachten met je naasten te delen.

Van Praet: "Mensen met suïcidale gedachten vrezen dat ze niet begrepen zullen worden of met de vinger zullen gewezen worden. Dat het thema in onze maatschappij wordt genegeerd, is een groot probleem. In mijn eigen familie verloor ik op jonge leeftijd iemand aan zelfdoding. Ik kom uit een nest waar alles bespreekbaar was, alleen over die kwestie werd in alle talen gezwegen. Het is vandaag ook de norm om problemen te minimaliseren. Daarmee help je iemand die alleen nog maar oog heeft voor zijn moeilijkheden niet."

Is een gebrek aan duurzame hulpverlening een oorzaak van de vele zelfdodingen in ons land?

Van Praet: "Er zijn tal van Vlaamse instanties die geestelijke gezondheidszorg bieden, maar hulpzoekenden stuiten maar al te vaak op wachtlijsten of hoge prijzen. Heel frustrerend, want met een therapeutisch proces kan soms veel bereikt worden. Wij kunnen tijdens een eenmalig gesprek natuurlijk geen wonderen verrichten. We zijn en blijven in eerste instantie een crisislijn."

Is de zelfmoord van uw familielid een reden waarom u zich inzet voor de Zelfmoordlijn?

Van Praet: "Dat heeft alleen onbewust meegespeeld. Ik vond het belangrijk om door te dringen in de psyche van mensen met suïcidale neigingen. Ik heb psychologie gestudeerd, maar alleen in de praktijk leer je hoe de communicatie met zulke personen eraan toegaat. Daarnaast is het gewoon nodig. Per dag ondernemen zeven Vlamingen een zelfmoordpoging, dat is ontzettend veel."

Is een opleiding psychologie vereist om dit werk te doen?

Van Praet: "Iedere vrijwilliger volgt sowieso een intensieve training van zes maanden. Daarbij krijg je de verschillende gesprekstechnieken onder de knie en leer je te telefoneren volgens een vast stramien, zodat je niet wordt beïnvloed door een persoonlijke stijl. We slaan dus niet gewoon een babbeltje met onze bellers. We moeten van alle markten thuis zijn, want we krijgen mensen van verschillende leeftijden en uit alle lagen van de bevolking aan de lijn. Personen uit alle hoeken van Vlaanderen contacteren ons, dus dialecten willen al eens voor verwarring zorgen."

Willen jullie bellers met suïcidale plannen op andere gedachten brengen?

Van Praet: "Als een beller zich in een crisis bevindt, dan willen we die allereerst overbruggen. Vervolgens luisteren we naar hun verhaal, zonder een moreel oordeel te vellen. Dat is voor hen vaak al heel wat. We gaan ook op zoek naar lichtpuntjes, elementen die hun leven draaglijker kunnen maken. 'Ik wil dat het pesten stopt', krijgen we dan vaak te horen, of 'Ik wil eindelijk rust in mijn hoofd'. We proberen alternatieven te vinden die minder drastisch zijn dan de dood. Soms lukt dat, al gebeurt het even goed dat een beller ons aan het einde van het gesprek bedankt voor het luisterende oor, maar vervolgens zegt dat zijn vastberadenheid om er een einde aan te maken niet is weggeëbd."

Hoe voorkomen jullie dat het fout loopt aan de andere kant van de lijn?

Van Praet: "Als we weten dat de beller pillen of een mes op het bureau heeft liggen, vragen we rustig om die opzij te leggen. We kaderen dat in een gevoel van bezorgdheid. 'Ik voel me niet gemakkelijk bij dat mes in jouw buurt.' Als de beller daarmee instemt, moeten we hem wel op zijn woord geloven, dat is een beperking van het medium. Het gebeurt vaker dat mensen voor het bellen al medicatie hebben ingenomen of drugs hebben gebruikt. Anderen drinken zich dan weer moed in. Geen goed idee, want alcohol brengt een zelfmoordpoging dichterbij."

Bent u ooit op een punt gekomen waarop u eraan dacht te stoppen met het vrijwilligerswerk?

Van Praet: "Het werk gaat je niet in de koude kleren zitten, maar we worden goed opgevolgd. Als collega's zijn we één familie omdat we ons werk anoniem moeten houden en dus alleen met elkaar verhalen en ervaringen kunnen delen. Het is gewoon te belangrijk werk om ermee op te houden. En dat een volslagen onbekende je een intieme kijk in zijn leven gunt in ruil voor een luisterend oor en begrip, is toch prachtig?"

De Zelfmoordlijn is te bereiken op het nummer 1813 of via www.zelfmoordlijn.be.

De Zelfmoordlijn zoekt dringend vrijwilligers. Interesse? Bel het secretariaat op 02/649 62 05 of mail naar vrijwilligers@preventiezelfdoding.be.

Jeroen De Bruyn / StampMedia

Onze partners