Peter Mertens (PVDA)

‘De sluiting van Caterpillar is voor veel mensen een pijnlijk déjà vu’

Peter Mertens (PVDA) Kamerlid PVDA

‘Laten we er in elk geval voor zorgen dat het drama Caterpillar niet wordt misbruikt voor nog meer fiscale concurrentie’, schrijft Peter Mertens op Knack.be. ‘Het lijkt wel een soort Pavlov-effect: de regering grijpt elk economisch drama aan om telkens opnieuw de fiscale concurrentie verder aan te zwengelen. In plaats van al dat geld te laten wegvloeien, hebben we nu juist de omgekeerde beweging nodig: investeringen.’

De premier van België werd dit weekend geinterviewd door De Tijd. ‘Door de notionele intrestaftrek betaalde Caterpillar vorig jaar 3 procent belasting. Een mooie geste om u te bedanken voor dat cadeau?’, vroeg de journalist. ‘Dat zegt de studiedienst van de PVDA. Maar sta me toe dat een weinig betrouwbare bron te vinden. Ik weet niet hoeveel Caterpillar betaalde.’, antwoordde Charles Michel.

‘De sluiting van Caterpillar is voor veel mensen een pijnlijk déjà vu’

Geen probleem. Als de premier het niet weet, dat zijn wij altijd bereid om te helpen. En dus hebben we de eerste minister vriendelijk laten weten dat hij de cijfers kan opvragen op de website van de Nationale Bank, afdeling Balanscentrale. Elke burger kan die cijfers opvragen, zo lieten we aan Michel weten. Onze eerste minister zal daar misschien nog andere ontdekkingen doen: – hoe zeven Belgische venootschappen zoals Caterpillar op tien jaar tijd in totaal 150 miljoen euro aan notionele interesten hebben afgetrokken – hoe de vennootschap Caterpillar Group Services tussen 1994 en 205 een gemiddelde aanslagvoet van 3,4 procent had

Besluit: de gigantische fiscale cadeaus die worden verkregen bij de aangifte van de vennootschapsbelasting, via onder meer het mechanisme van de notionele interesten, hebben de multinational er niet van weerhouden de fabriek van Gosselies te sluiten. Al die belastingniches dienen tot niets. Ze zijn peperduur, kosten veel geld aan de staat, en vloeien niet naar werkgelegenheid maar wel naar de dividenden van het grootbedrijf. Keer op keer wordt dat bewezen. En toch wil deze regering het drama van Caterpillar alweer gebruiken om de fiscale ratrace nog harder aan te wakkeren.

De kuisvrouw van Caterpillar

De sluiting van Caterpillar is voor velen in ons land een pijnlijk déjà vu. De sluiting werd aangekondigd via een kille brief op een korte ondernemingsraad. Net zoals bij Ford Genk. Drie jaar geleden is er nog een grote herstructurering geweest bij Caterpillar. Zware inleveringen voor het personeel en 61 miljoen euro cadeau van de gewestregering. Net zoals bij Ford. Gevolg: miljardenwinsten tijdens de jaren nadien. Net zoals bij Ford. En toch zetten de aandeelhouders duizenden werknemers op straat. Net zoals bij Ford Genk, Opel Antwerpen en al die andere plaatsen. Met de sluiting worden meer dan 6.000 families bedreigd. 2.200 in Caterpillar zelf, en dan nog eens 4.000 bij onderaannemingen en toeleveringsbedrijven.

‘Netjes veel belastingen betaald, netjes hard gewerkt, vandaag staat die kuisvrouw wel op straat. Samen met 6.000 andere werknemers die het beste van zichzelf hebben gegeven, jaar na jaar.’

Caterpillar heef geprofiteerd van alle fiscale voordelen die dit land aan de multinationals cadeau heeft gedaan. Geen fiscale constructie, of de directie van Caterpillar had ze al in haar mouw. In de jaren 1980 was ‘Cat’ een van de eerste bedrijven in België die een zogenaamd ‘coördinatiecentrum’ had, om belastingen te ontlopen. Dat centrum boekte een winst van 201 miljoen euro geboekt.

Door het systeem van de notionele interestaftrek kreeg Caterpillar een belastingvoordeel van niet minder dan 61 miljoen euro. Kassa, kassa. In ons land werd vorig jaar 4 miljoen winst geboekt, en daar werd amper 190.000 euro belastingen op betaald. Dat is omgerekend 4,6%. De kuisvrouw van Caterpillar betaalt procentueel meer belastingen dan het grootbedrijf waarvoor ze werkt. Netjes veel belastingen betaald, netjes hard gewerkt, vandaag staat die kuisvrouw wel op straat. Samen met 6.000 andere werknemers die het beste van zichzelf hebben gegeven, jaar na jaar.

Investeren in mensen, niet in dividenden

“In een scenario van een daling van de verkoop met 15 procent garanderen we een winst van 6 dollar per aandeel. In geval van een recessie met een daling met 38,5 procent, zoals in 2009, verbinden wij ons tot een winst van 3.5 dollar per aandeel. Zodra er terug groei is, zullen de doelstellingen van 2020 terug gehonoreerd worden, met een maximumwinst voor de aandeelhouders. Onze doelstelling: 20 dollar per aandeel in 2018-2020.’ Aan het woord is Douglas R. Oberhelman, voorzitter van Caterpillar Inc, op een meeting voor beursanalisten in september 2012 in Las Vegas. ‘Indien nodig’, voegde hij er aan toe, ‘zijn we bereid om de maatregelen van 2009 opnieuw te nemen. Op nauwelijks twee maanden tijd werden toen een derde van de arbeiders afgedankt. Vandaag gebeurt dat opnieuw. Om de grote doelstelling te realiseren, maximale dollars per aandeel, kondig Caterpillar nu aan wereldwijd 10.000 mensen af te danken. Als offer voor de goden van de beurs.

Caterpillar is één van de grootste multinationals van de wereld en boekte vorig jaar 1,9 miljard euro winst. Het is dus geen armtierig bedrijfje. Jawel, de omzet van Caterpillar is gedaald in een wereldwijde economie die zichzelf in het slop heeft bespaard. Maar ondertussen zijn de dividenden die aan de aandeelhouders worden uitgekeerd wél blijven stijgen.

‘We hebben een politiek nodig die het grote geld activeert waar het slaapt en zich oppot, die investeert in de samenleving, en die dus investeert in mensen, niet in dividenden.’

Dat is niet normaal: zoveel geld dat wegvloeit uit het bedrijf, in plaats van net opnieuw te investeren. “Niet de loonkost, maar de kapitaalkost weegt zwaar door voor Caterpillar”, vertelde PVDA-volksvertegenwoordiger Raoul Hedebouw vrijdag aan Terzake. Dan had hij het dus daar over. In 2014 keerde Caterpillar maar liefst 1,4 miljard dollar uit aan zijn aandeelhouders. Een van de meest gekende, en rijkste, aandeelhouders is Bill Gates. Die kreeg toen nog voor 30 miljoen dollar dividenden. Een mooie som, toch? ‘Onze prioriteit is het hoog houden van de dividenden’, zegt het bedrijf en dus moet het steeds harder gaan, met steeds minder werkvolk.

Vorig jaar nog verhoogde Caterpillar zijn dividend met 10 procent, voor het 22ste jaar op rij. De grootste aandeelhouders, de wolven van Wall Street, eisen steeds hogeren dividenden. Of het nu om Caterpillar gaat, of het nu om de rusthuizen gaat (waar bejaarden moeten eten aan drie euro per dag), of het nu om de samenleving gaat, wij vragen precies het tegendeel: eerst de mensen, niet de dividenden. We hebben een politiek nodig die het grote geld activeert waar het slaapt en zich oppot, die investeert in de samenleving, en die dus investeert in mensen, niet in dividenden.

Het Pavlov-effect van fiscale dumping stoppen

‘Feit is dat de Europese landen in een fiscale race to the bottom verwikkeld zijn om multinationals te lokken. We moeten nadenken over meer Europese harmonisatie van de nationale regels van de lidstaten. Dat kan in de toekomst een oplossing zijn tegen fiscale concurrentie.’, zo ging onze premier zaterdag verder in De Tijd. En ook dat is déjà vu, dit soort uitspraken.

‘Van zodra een grootbedrijf de deuren sluit en werknemers hun woede uitroepen voor de televisiecamera’s, plengen gezagsdragers liters vol krokodillentranen over de oneerlijke kapitalistische concurrentie en de fiscale wedijver naar de dieperik.’

Van zodra een grootbedrijf de deuren sluit en werknemers hun woede uitroepen voor de televisiecamera’s, plengen gezagsdragers liters vol krokodillentranen over de oneerlijke kapitalistische concurrentie en de fiscale wedijver naar de dieperik. Maar ondertussen is ons land zelf wel een van de grootste boosdoeners die met wetgeving vol fiscale koterijen de zetels van het grootbedrijf tracht aan te trekken, ten koste van de buurlanden. Ah België, zijn fiscale cadeaus, zijn notionele interestaftrek, zijn excess rulings. Als premier Michel iets wil doen aan de ‘fiscale race tot he bottom’ dan moet hij beginnen om zelf die race te stoppen.

Kuddegedrag

Geen economisch kuddegedrag meer om te doen wat al die anderen doen. Het levert niet op. Nogmaals: het kost handenvol geld, het schept geen jobs, en het vloeit door de vingers in een stroom dividenden.

‘In België werken we aan een hervorming van de vennootschapsbelasting (een verlaging van 34 naar 20 procent ligt op tafel, red.).’, zei de premier nog aan de beurs krant. Zucht. In ons land mag er niets gebeuren, of men trekt als conclusie dat de vennootschapsbelasting nog moet dalen. Het lijkt wel een soort Pavlov-effect. In 1980 bedroeg de vennootschapsbelasting nog 48 procent, maar vanaf 1982 gaat we systematisch bergaf op de trap: via 45%, 43%, tot 41% in 1990. En dan opnieuw verder naar de kelder: 39% (1993), 40,17% (1994), tot 33,99% (2003). Dat zijn massa’s inkomsten die de overheid niet langer krijgt. En massa’s uitgaven die niet langer kunnen gebeuren.

‘Natuurlijk zou het best zijn om de fiscale regelgeving op Europees vlak te harmoniseren. Niet op een bodemtarief, maar wel op een tarief dat sociaal en ecologisch verantwoord is en dat toelaat om dat geld te heractiveren in de reële economie.’

De aanslagvoeten voor de personenbelasting variëren daarentegen tussen 25% en 50%. Dat wil dus zeggen dat het vanaf een bepaald inkomen interessanter wordt je te laten belasten tegen het vennootschapstarief dan aan de aanslagvoet van de personenbelasting. Gewoon een vennootschapje oprichten, fiscaal lekker interssant. Hoe valt die discriminatie te rechtvaardigen? Door de fiscale concurrentie?

Natuurlijk zou het best zijn om de fiscale regelgeving op Europees vlak te harmoniseren. Niet op een bodemtarief, maar wel op een tarief dat sociaal en ecologisch verantwoord is en dat toelaat om dat geld te heractiveren in de reële economie. Het staat de grote coalitie die Europa bestuurt al heel lang vrij om dat te doen. Zolang dat niet gebeurt, kan men in elke lidstaat een dubbel signaal geven. Ofwel de fiscale ratrace intensifiëren, ofwel mee en locomotief spelen in de andere richting.

Nog meer geld laten wegvloeien, of eindelijk investeren?

Wanneer een internationaal grootbedrijf beslist een fabriek op te starten in een bepaald land, behoort het fiscale stelsel zeker niet tot de belangrijkste criteria, zo toont onderzoek aan. Uiteraard willen die multinationals hun zakken vullen en willen ze een glimlach toveren op de lippen van hun aandeelhouders. Uiteraard schreeuwen ze het uit dat die aanslagvoet wel degelijk van het grootste belang is. Hebben is hebben en krijgen is de kunst. Noem het een buitenkansje om de dividenden van de aandeelhouders mee te verhogen.

Op een bepaald ogenblik werd Ierland voorgesteld als het voorbeeld bij uitstek. Het land had zijn aanslagvoet voor bedrijven verlaagd van 50% naar 12,5%. Die maatregel heeft er hoofdzakelijk toe geleid dat er een ziekelijk opgeblazen financiële sector ontstond, vol speculatieve zeepbellen, die uiteindelijk uit elkaar spatten en het land in een zware crisis deden belanden. Vandaag zijn de werkloosheid en de overheidsschuld in Ierland groter dan in België en dat met een lager gemiddeld nationaal inkomen per inwoner. Nadien probeerde Bulgarije het ‘nog beter’ te doen dan Ierland: slechts 10% vennootschapsbelasting. Als je de logica van die neerwaartse spiraal van de fiscale concurrentie eenmaal accepteert, zal de aanslagvoet nooit laag genoeg zijn. Een internationale vakbondsstudie stelt dat als “de verminderingen van de vennootschapsbelastingen in de OESO-landen blijven doorgaan, de belastingvoet tegen het einde van deze eeuw allicht de nul zal benaderen”.

In werkelijkheid vormt de fiscale aanslagvoet geen doorslaggevend element in de internationale concurrentie van het grootbedrijf. Met uitzondering van enkele bedrijven die gespecialiseerd zijn in fiscale constructies en dus niets te maken hebben met de reële productie.

Dat we verdorie investeren in de punten waar we sterk op zijn: in scholing, in wetenschappelijk onderzoek, en in nieuwe ontwikkelingen. Nog meer geld laten wegvloeien in de bodemloze fiscale cadeauput, of investeren in de samenleving, dat is de vraag. Laten we er in elk geval voor zorgen dat het drama Caterpillar niet wordt misbruikt voor nog meer fiscale concurrentie.

Partner Content