De ooggetuigen van Waterloo: propaganda uit 1815

17/06/15 om 09:29 - Bijgewerkt om 09:34

In het Amsterdamse Rijksmuseum ging een bijzondere tentoonstelling van start over de ooggetuigen van de Slag van Waterloo.

De ooggetuigen van Waterloo: propaganda uit 1815

De Slag bij Waterloo, Jan Willem Pieneman, 1824 © Rijksmuseum, Amsterdam

Het uitgangspunt van deze interessante expo in de Waterloozaal van het Amsterdamse Rijksmuseum is een groot schilderij, van 6 op 8 meter, dat de Slag bij Waterloo uitbeeldt. Het is trouwens een stuk groter dan de Nachtwacht en het grootste schilderij uit de museumcollectie. Het is een werk van kunstschilder Jan Willem Pieneman uit 1824. Rond dit werk werd veel meer boeiende informatie verzameld, onder meer een hele reeks foto's en getuigenissen van oud-strijders die tussen 1850 en 1875 werden gefotografeerd. Dat is een heel apart uitgangspunt. Want we vergeten immers dat de oud-strijders van deze slag tot diep in de 19de eeuw leefden. Er zitten dus unieke beelden bij van heren op leeftijd in vol ornaat. Want wie het kon, hield zijn uniform jarenlang bij. Bovendien bleef de Slag van Waterloo immens populair in Nederland. De Nederlanders - en Belgen - behoorden immers tot de overwinnaars.

Bijzonder verhaal

Maar laten we even terugkomen op het schilderij van Pieneman. Het toont een heel specifiek moment van de strijd: 18 juni 1815, half acht 's avonds, toen het bericht kwam van de komst van de Pruisen: goed voor een cruciale omslag. De Engelse bevelhebber Wellington hoorde dat Pruisische hulp onderweg is en wist dat de overwinning nabij was. De Nederlandse kroonprins, de latere koning Willem II, ligt gewond op een geïmproviseerde brancard.

Pieneman had al eerder veldslagen geschilderd, zoals de Slag bij Quatre-Bras - een veldslag van de geallieerden tegen Napoleon, twee dagen voor de Slag bij Waterloo. Tijdens deze veldslag had de kroonprins de Franse troepen in hun opmars gestuit bij een kruispunt van wegen (Quatre-Bras) ten zuiden van Brussel. Dat gaf Wellington tijd zich naar Waterloo te spoeden, waar hij Napoleon versloeg.

In 1818 maakte hij zijn eerste schetsen voor de Slag bij Waterloo. Hij begon het project op eigen initiatief, financierde het zelf, maar gebruikte contacten in de Engelse legerstaf om zijn ontwerp naar Wellington te sturen, die geïnteresseerd was in de aankoop van het voltooide schilderij. Het doek was zo groot en Pieneman had zoveel modellen nodig dat hij er een nieuw atelier voor liet bouwen. Hij reisde tussen 1819 en 1821 een paar keer naar Londen om portretstudies te maken van Wellington en zijn officieren. Deze studies bevinden zich nu allemaal in Apsley House, het Wellington Museum in Londen. In 1824 was het historiestuk af.

Investering

Het bleek een goede investering, want koning Willem I was zo enthousiast dat hij Wellington vóór was en het doek in 1824 voor 40.000 gulden kocht, opnieuw voor zijn zoon, voor diens paleis in Brussel. Voordat het daarheen zou gaan, werd het doek tentoongesteld in Londen, Gent en Brussel (dus in de winnende landen). Aan die tour verdiende Pieneman goed: het leverde hem nog eens 50.000 gulden op. Ook in zijn eigen atelier verdiende hij geld aan het schilderij: elke bezoeker moest een daalder betalen. Het werk zorgde voor een wending in Pienemans carrière; hij werd de belangrijkste historieschilder van Nederland.

Het schilderij was bestemd voor het Brusselse paleis van de prins en hing er ook een tijdje, maar werd bij de afscheiding naar Nederland overgebracht en kwam uiteindelijk terecht in de collectie van het Rijksmuseum.

Op 25 juni worden er in het museum ook tal van lezingen georganiseerd over dit thema. De expo zelf, Ooggetuigen van Waterloo, loopt tot 27 september. Meer info: www.rijksmuseum.nl

Onze partners