Jan De Meulemeester
Jan De Meulemeester
Politiek journalist bij VTM
Opinie

02/06/14 om 06:42 - Bijgewerkt om 09:53

De N-VA-kiezer stemde vooral op de partij van Bart De Wever

De overwinning van de N-VA is vooral een overwinning van Bart De Wever. 75 procent van de Antwerpse N-VA-kiezers stemde met een voorkeurstem. 92 procent daarvan ging naar De Wever. In scherp contrast daarmee staan de andere provincies. Daar gaven de meeste kiezers een lijststem: de voorkeurstemmenpercentages schommelen daar slechts rond de 40 procent.

De N-VA-kiezer stemde vooral op de partij van Bart De Wever

Twee regeringen proberen te vormen tegelijkertijd: Bart De Wever krijgt het druk. © BELGA

Voor veel kiezers is een stem voor de N-VA eigenlijk een stem voor 'de partij van Bart De Wever.' Aangezien die enkel in Antwerpen kon opkomen, brachten niet-Antwerpse kiezers dan maar een lijststem uit. Dat blijkt uit een verkiezingsonderzoek van professoren Bram Wauters en Johannes Rodenbach van het Centre for Local Politics van de Gentse universiteit. Ongeveer 55 procent van alle kiezers brengt een voorkeurstem uit. De CD&V spant de kroon met 67,9 procent. De N-VA-lijsten buiten Antwerpen scoren daar met het gemiddelde van 40 procent ver onder. Mensen zoeken Bart De Wever op de lijst, vinden die niet, en ronden af met een stem voor de-partij-van-Bart-De-Wever, door middel van de lijststem. De boegbeelden van de N-VA hebben een bijzonder populaire voorzitter, maar zélf zijn ze eigenlijk niet zo populair.

Delen

De N-VA-kiezer stemde vooral op de partij van Bart De Wever

Dit fenomeen deed zich ook al voor in 2010, merken de professoren, maar lijkt nu nog meer uitgesproken te zijn. 'in het verdere verleden scoorde N-VA evenwel vergelijkbare percentages voorkeurstemmen als de andere partijen. In 2003 bijvoorbeeld bracht 62,9 % van de N-VA-kiezers een voorkeurstem uit. Er lijkt dus echt sprake te zijn van een De Wever-effect.'

Het bijzonder lage voorkeurstemmenpercentage van de N-VA weegt zwaar door in het geheel. Ten opzichte van 2009 en 2010 is er in de optelsom van alle partijen een duidelijke achteruitgang: voor de Kamer blijft de daling beperkt tot 0,5 procent, maar voor het Vlaams en Europees parlement is de daling zeer uitgesproken met respectievelijk 4,1 en 9,4 procent.

Lees meer over:

Onze partners