De Lijn niet altijd objectief bij aanwervingen

01/02/13 om 16:14 - Bijgewerkt om 16:14

(Belga) De Lijn is niet altijd even objectief bij het aanwerven van personeel. Externe kandidaten krijgen soms geen gelijkwaardige procedure, terwijl ook de mogelijkheid om intern mensen te bevoordelen niet lijkt te stroken met het gelijkheidsbeginsel. Dat stelt het Rekenhof in een nieuw rapport. Het hof stelt ook vast dat de selectieve wervingsstop sinds 2010 nog geen duurzame besparingen opleverde.

De Lijn niet altijd objectief bij aanwervingen

Volgens het Rekenhof gaan aanwervingen bij De Lijn niet altijd zoals het hoort voor een overheidsbedrijf. Interne en externe kandidaten moeten niet altijd dezelfde procedure doorlopen, wat vragen doet rijzen over de lijst met gerangschikte kandidaten die uit de selecties volgt. Bovendien maakt De Lijn externe vacatures niet altijd even ruim bekend, wijkt ze soms af van de gestelde diplomavoorwaarden en past ze de voorrangsregels niet altijd consequent toe. De controle van het vereiste diploma en de eventuele ervaring gebeurt dan weer "vaak louter op basis van de verklaringen in het cv". Voorts respecteert het bedrijf de wettelijke voorwaarden voor de inzet van uitzendkrachten niet, vervolgt het Rekenhof. En door gebrek of onduidelijkheid van de algemene regels, verschilt de selectie voor eenzelfde functie sterk van entiteit tot entiteit. De resultaten van het personeelsbeleid zijn evenmin eensluidend positief. Het streefcijfer voor de tewerkstelling van allochtonen haalt De Lijn wel, maar het aantrekken van vrouwelijke chauffeurs en technici blijft moeilijk, aldus het Rekenhof. Het strikte vervangingsbeleid en de selectieve wervingsstop werpen voorlopig in elk geval geen vruchten af, besluit het Rekenhof. Van duurzame besparingen door het schrappen van functies is voorlopig geen sprake. (YORICK JANSENS)

Onze partners