Herman Matthijs (UGent, VUB)
Herman Matthijs (UGent, VUB)
Hoogleraar Openbare Financiën aan de UGent en de VUB en lid van de Hoge Raad Financiën
Opinie

11/11/14 om 08:53 - Bijgewerkt om 08:53

De historische taak van Charles Michel

De keuze is heel simpel, zegt Herman Matthijs: 'Komen we in 2019 aan in een Griekse haven of in een Scandinavische haven?'

De historische taak van Charles Michel

Charles Michel © Belga

Het land heeft nog eens een grote betoging beleefd met meer dan 100.000 mensen. Het is inderdaad al lang geleden dat er nog zo veel ontevredenen op straat zijn gekomen in de straten van de federale hoofdstad. Voor een dergelijk protest moet men respect hebben, want een staking en een betoging is een basisrecht in een democratie. Maar de andere kant van de medaille is wel dat er nog meer mensen niet hebben geprotesteerd en dat de 'Zweedse coalitie' een ruime democratische legitimiteit heeft met 85 zetels op 150 in de verkozen Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Bovendien moet er op gewezen worden dat in de internationale media vooral de vernielingen aan het roerend alsook onroerend privaat en publiek domein zijn belicht. Men mag er niet aan denken dat de verantwoordelijken voor het veiligheidsbeleid hier bewust niet hebben opgetreden. De continue stakingen zijn een tevens groot probleem voor een positief imago van dit land ten aanzien van absoluut noodzakelijke investeringen. Men mag zeker niet vergeten dat we leven in een open Europese interne markt en die is deels al uitgebreid op mondiaal vlak.

Uiteraard is het taak van de oppositie om ' to oppose ' tegen het regeringsbeleid. Een merkwaardige vaststelling was toch wel dat de vorige Eerste Minister mee protesteerde, amper een maand na de machtsoverdracht. Dat kan men niet anders interpreteren dan dat hij tegen zichzelf aan het betogen was. Want de huidige regering heeft pas een programmawet ingediend en alles wat er momenteel al wordt uitgevoerd aan hervormingen is een gevolg van de vorige regering.

Radioscopie

De problemen van dit land zijn ondertussen mondiaal gekend: een permanent begrotingstekort, een veel te hoge schuld van 105% BBP, een overheidsbeslag van 52%, een demografische explosie, geen reserves voor het wettelijk pensioen, een veel te hoge werkloosheidsgraad en dat zeker bij de jongeren en te weinig elektriciteitsproductie . Zelfs zonder EU regels dienen we iets te doen aan deze situatie, want anders komen we in Griekse toestanden terecht. Misschien is het sociaal overleg een bron van oplossing, maar in het verleden heeft dat ook maar tot akkoorden geleid mits de factuur door te sturen naar de overheid: lees de belastingbetaler. De kans dat dit overleg iets oplevert is klein , al was het maar omdat er niets te verdelen valt. De regering Michel zal dan ook genoodzaakt zijn om zelf de noodzakelijke maatregelen te nemen.

Oplossingen

Een aantal zaken komen dikwijls naar voren in de desbetreffende discussie, namelijk: de arbeidskost, de pensioenen, de vermogenstaks en de index.

Laat ons beginnen met de index. De koopkracht is een essentieel gegeven in ons economische model, dat gebaseerd is op consumptie. Bovendien heeft men in de laatste regeringen reeds geregeld aan een verkapte indexsprong gewerkt door een herschikking van de korf. Maar een indexering van de lonen hoeft niet noodzakelijk te leiden tot een verhoging van de arbeidskost. Inderdaad, als men de twee procent bruto indexering uitvoert door de parafiscaliteit van de werknemer (13 procent) te verminderen met 2 procent en deze te fiscaliseren, dan hebben de mensen hun index. Bovendien wordt de koopkracht gevrijwaard en stijgt de totale loonlast niet.

Zo komen we bij het tweede probleem: de te hoge bruto arbeidskost. Die is gewoon te hoog in dit land en is dramatisch om een industrie hier te houden. Want een ruime industriële onderbouw is absoluut nodig om de welvaart te behouden. Want als men denkt dat we alleen moeten rekening houden met de zogenaamde kenniseconomie, dan kunnen we beter onmiddellijk het statuut aanvragen van een ontwikkelingsland. Die te hoge arbeidskost kan alleen verbeteren door op korte termijn de parafiscale lasten van de werkgever (35%) serieus naar omlaag te brengen. Uiteraard kost dat geld en dat zal moeten gecompenseerd worden met een verhoging van de BTW/accijnzen à la Scandinavië . Maar die arbeidskost is niet de enige factor voor een investerings- alsook tewerkstellingsbeleid. Inderdaad ook de sociale rust, de efficiëntie, het stabiel fiscaal klimaat, het onderwijsniveau en de kwaliteit van de infrastructuur zijn belangrijk. In dit lijstje van vijf parameters is er zeker een probleem met de sociale onrust, het gebrek aan een duidelijk fiscaal systeem en het feit dat de Gewesten de laatste jaren te weinig hebben geïnvesteerd in de infrastructuur.

Tertio, pleiten sommigen ook voor een vermogenstaks. Maar op wat moet een dergelijke taks worden geheven? Als men deze gaat heffen op gronden en huizen, dan moet er wel op geargumenteerd worden dat die bezittingen al worden belast. Bovendien is een eigen huis de vierde pensioenpijler en heeft de overheid er alle belang bij dat zoveel mogelijk mensen een eigen woonst bezitten. Ook vele financiële producten worden al uitgebreid belast. Het feit dat de Belgen nogal wat spaargeld bezitten is ook een niet onbelangrijk voordeel voor een staat die al jaren geld moet zoeken op de kapitaalmarkt om zijn tekorten te financieren. Concluderend kan men best stellen dat er in België al een ruime vermogensbelasting bestaat.

Ten vierde, is er de kostprijs van de pensioenen. Die staat dit jaar al op 38 miljard euro en stijgt exponentieel. Hier moet men zeker rekening houden met het aantal gewerkte jaren en een verhoging van de pensioenleeftijd staat haaks op een oplossing van de jeugdwerkloosheid. Maar de eerlijkheid gebiedt ook dat men duidelijk moet stellen dat de eerste pijler minder interessant wordt voor de gepensioneerden. Vandaar dat er fiscale voordelen moeten komen zodat de mensen zelf meer kunnen investeren in hun tweede alsook derde pijler.

Protest

Het protest van de vakbonden gaat vooral tegen de besparingen in de federale- en de Vlaamse begrotingen. Maar ook in de begrotingen van de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest moet er gesnoeid worden. De regeringen van deze bestuursentiteiten worden geleid door de PS en daar hoort men merkwaardig genoeg weinig of niets over bij de vakbonden. Dit laatste is zeker een terechte kritiek vanwege de MR. Maar veel oplossingen zijn er niet om de openbare financiën in orde te brengen. Ofwel gaat men de belastingen verhogen of men saneert de uitgaven. Gezien het feit dat de belastingdruk al zo hoog situeert in dit land, is hier enkel een verschuiving mogelijk. Dus rest de sanering in de uitgaven van de niet prioritaire zaken en vooral meer mensen aan het werk te krijgen. Een inspanning van de werkenden zal zeker nodig zijn om orde op zaken te stellen, doch dat dient gecombineerd te worden met de vraag aan de werkgevers om ook de tewerkstelling te bevorderen.

Conclusie

Deze regering Charles Michel I heeft een historische taak om de Belgische boot met veel tekorten, schuld en andere sociaal economische problemen van koers te doen veranderen. Want de keuze is heel simpel, namelijk: komen we in 2019 aan in een Griekse haven of in een Scandinavische haven ? Vele hervormingen zullen nodig zijn, die al jaren geleden moesten zijn genomen, om de Belgische wagon te koppelen aan de Duits-Scandinavische trein. We dienen er toch vanuit te gaan dat de inwoners van dit interfederale land meer toekomst alsook welvaart hebben, indien we aansluiten bij de noordelijke Europese trein. Als de jongste Eerste Minister uit de geschiedenis hierin slaagt, dan is de kans zeer reëel dat hij zichzelf opvolgt met deze 'Svenska Koalition'.

Onze partners