Bart Staes (Groen)
Bart Staes (Groen)
Europees parlementslid voor Groen
Opinie

16/12/13 om 16:33 - Bijgewerkt om 18:57

De Grote Redding der Banken, deel II: met dank aan de belastingbetaler

De Europese beleidsmakers hamerden er herhaaldelijk op dat de enorme reddingsoperatie van de banken door belastingbetalers een uitzondering was die zich nooit meer zou herhalen. En toch zit deel II eraan te komen, zeggen Europarlementsleden Philippe Lamberts en Bart Staes.

Kredietbeoordelaar Standard and Poor's schrijft in een nieuw rapport dat de 50 grootste banken in Europa een kapitaalinjectie van maar liefst 110 miljard euro nodig hebben om hun rating te behouden. Die rating is van invloed op de tarieven waaraan zij kunnen lenen op de financiële markten. Dit alarmsignaal is geen kerstcadeau voor de belastingbetaler en bevestigt subtiele signalen van de laatste tijd: een nieuwe ronde 'Banken redden' door overheden (wij dus) zit er aan te komen. De Europese Centrale Bank start begin 2014 met de eigen 'stress tests' van banken en bereidt ons in subtiele bewoordingen voor op een nieuwe holdup op de nationale begrotingen.

Nochtans, sinds het begin van de financiële crisis, hamerden de Europese beleidsmakers er herhaaldelijk op dat de enorme reddingsoperatie van de banken door belastingbetalers een uitzondering was die zich nooit meer zou herhalen.

Van Mario Draghi, baas van de Europese Centrale Bank tot José Manuel Barroso, baas van de Europese Commissie via Herman Van Rompuy en de meeste regeringsleiders, allemaal herhaalden ze: 'trop is teveel', het is niet aan de belastingbetaler om te betalen voor de fouten van de financiële sector. Sindsdien zouden het de aandeelhouders en de crediteuren zijn die de gevolgen van hun onverantwoorde gedrag moeten dragen. En als een bank desondanks toch nog bij de staat moet aankloppen voor hulp, dan zou die draconische voorwaarden moeten accepteren: een diepgaande hervorming van de bank, vervanging van het management, enz.

Maar buiten de kranten en de televisieschermen lijken dit soort van krachtige verklaringen steeds meer in tegenspraak met de houding die de eerder genoemde beleidsmakers in realiteit aannemen.

Delen

De Grote Redding der Banken deel II zit eraan te komen: met dank aan de belastingbetaler

Over een jaar zal de Europese Centrale Bank (ECB) in het kader van de eerste pijler van de Europese Bankenunie de gendarme worden van de Europese bancaire sector en toezicht uitoefenen op 130 van de belangrijkste financiële instellingen in de eurozone. Om geen 'kat in een zak' te kopen besloot de ECB om de gezondheid van de banken diepgaand te analyseren. Dit zou ook toelaten om het vertrouwen te herstellen in het feit dat de belangrijkste spelers van ons financieel systeem solide zijn.

Afgelopen week dan bereikten het Europees Parlement en de Raad van Ministers een akkoord over hoe banken in nood geherstructureerd moeten worden (BRRD-richtlijn of de tweede pijler van de Europese Bankenunie) en de wijze waarop die regels binnen de eurozone moeten worden toegepast (SRM-mechanisme). Het akkoord bepaalt wel dat banken in problemen in eerste instantie door aandeelhouders, crediteuren en institutionele beleggers gered moeten worden, de zogenaamde bail-in. Dat aandeelhouders en crediteuren als eersten hun verlies (tot 8%) moeten nemen, is wel degelijk belangrijk. Pas nadien kan een Europees herstructureringsfonds in oprichting tussenkomen. Maar helaas valt niet uit te sluiten dat de overheden en dus de belastingbetaler in bepaalde gevallen toch nog moeten tussenkomen.

Deze doorbraak wordt immers afgezwakt door regels over preventieve herfinanciering van banken of over het tussenkomen van overheden in geval er sprake is van een acute crisissituatie bij grensoverschrijdende systeembanken. Als uit een stresstest - en die gaat de ECB als nieuwe toezichthouder dus weldra uitvoeren - blijkt dat er bij een bank een probleem is met de kapitaalbuffers of kredietwaardigheid, dan kan een overheid dus beslissen om publiek geld in te zetten om die bank te stutten. Ook al moet een land hiervoor wel toestemming van de Europese Commissie vragen, toch betekent dit dus dat belastingbetalers grote risico's blijven lopen. Wat men ook moge beweren.

En dat is in het licht van de ongeziene hold-up op de begrotingen van landen na het Lehman-failliet van 5 jaar geleden, en de daarmee samenhangende sociaaleconomische gevolgen, een onverantwoorde houding van de ministers van Financiën.

Er zijn de laatste tijd immers al vele signalen geweest die suggereren dat we heel discreet op weg zijn naar wat we zouden kunnen noemen 'De Grote redding der Banken, deel II'. In oktober bleek al dat meerdere Europese autoriteiten een nieuw appetijt hadden gekregen om opnieuw tussen te komen ten voordele van hun zombiebanken, uiteraard steeds wegens het hogere belang van 'de financiële stabiliteit'. Vooraanstaand liberaal politicus Olli Rehn, als Europees Commissaris belast met toezicht op de overheidsfinanciën, stelde in een brief de lidstaten gerust: 'Volgens het Stabiliteits- en Groeipact, worden kapitaalinjecties over het algemeen beschouwd als uitzonderlijke en tijdelijke maatregelen, noodzakelijk om de financiële stabiliteit te garanderen, wat betekent dat ze niet in rekening worden gebracht in het kader van de procedure van het begrotingstekort.' In mensentaal: als u uw banken herkapitaliseert met belastinggeld, dan wordt u daarvoor niet gestraft.

Enkele weken later was het de beurt aan de ECB die aangaf dat 'als private kapitaalfondsen niet toereikend of niet beschikbaar zouden blijken, zou een interventie met publiek geld nodig kunnen zijn, in conformiteit met Europese en nationale regels, dit om het doel van de financiële stabiliteit veilig te stellen'. In mensentaal: als de financiële markten weigeren om zombiebanken te hulp te schieten, dan moeten de staten dat doen.

Samenvattend, vijf jaar na het begin van een financiële crisis die uitmondde in een sociaaleconomische crisis, wordt een aantal van de grote Europese banken ervan verdacht hun kwetsbaarheid te hebben verhuld. En omdat de politieke klasse er al vanuit gaat dat de private investeerders hen niet te hulp zullen schieten, bereiden ze zich in alle stilte voor om nog maar eens een beroep op belastinggeld te doen, zonder strikte herstructureringen van het bankwezen af te dwingen.

We zouden het nog begrijpen als de financiële sector een zekere waardering had laten zien voor het feit dat overheden hen gered hebben. Maar terwijl overheden zich extra in de schulden staken om de financiële sector overeind te houden, heeft dezelfde sector geld geleend aan overheden tegen bestraffende tarieven, waardoor overheden werden gedwongen een politiek van besparingen te voeren, waarvan gewone burgers en vooral de zwaksten het slachtoffer zijn.

Is het normaal dat in een zogenaamde markteconomie banken die volgens toezichthouders en investeerders niet levensvatbaar zijn, overeind gehouden moeten worden door belastingbetalers? Op deze eenvoudige vraag antwoorden de Europese ministers van Financiën dat we niet altijd kunnen vertrouwen op het oordeel van de markten die immers soms dysfunctioneel blijken. Met andere woorden, als de markten weigeren te investeren in bepaalde banken omdat ze die niet levensvatbaar achten, dan zijn die markten irrationeel.

Maar als die markten staten als Griekenland aanvallen en een besparingspolitiek opdringen, dan zijn ze blijkbaar perfect rationeel.

Vandaag zijn teveel systeembanken dode massa geworden die drukt op de echte economie, in plaats van hun rol te spelen als bruggenhoofd tussen spaarders en investeerders. Ze misbruiken hun positie als 'too big to fail' en zijn kankers geworden die zich voeden ten koste van hele samenlevingen. Ze doen dat door speculatie te verkiezen boven investeren, door zich zelfs niet aan de wet te houden, door de rentetarieven te manipuleren (Libor) en door belastingen te ontduiken.

Het is echt de hoogste tijd om eindelijk de twijfelachtige banken uit te zuiveren. Als blijkt dat sommigen niet levensvatbaar zijn, dan moeten we ze ofwel ontmantelen, ofwel nationaliseren. Omdat, zoals sommige overheden vrezen, hun failliet het begin van het einde van de euro zou kunnen betekenen. Een strikte discipline opleggen aan overheden en belastingbetalers en tegelijk te soepele regels voor banken en hun aandeelhouders, dat betekent een politiek van twee maten en twee gewichten. Dat is een politiek die ondraaglijk is geworden voor Europese burgers. Ook wij aanvaarden deze politiek niet.

Philippe Lamberts en Bart Staes, europarlementsleden voor Ecolo en Groen

Onze partners