Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

22/06/16 om 14:54 - Bijgewerkt om 23:38

'De brexit is de doos die David Cameron opende (en meteen uit handen moest geven)'

'De uitslag van het referendum dreigt een 'close call' te zullen worden. Hoe kunnen we die vreemde situatie verklaren?' vraagt professor Lieven Buysse van de K.U.Leuven zich af.

'De brexit is de doos die David Cameron opende (en meteen uit handen moest geven)'

© REUTERS

Met nog een week te gaan tot het brexit-referendum hellen steeds meer voorspellingen over naar het Leave-kamp. Nochtans roepen veruit de meeste en belangrijkste maatschappelijke actoren uit de Britse samenleving op tot een Remain-stem. Het Britse lidmaatschap van de EU wordt gesteund door alle politieke partijen, behalve UKIP van Nigel Farage - dat geen vertegenwoordigers heeft in het Lagerhuis en ontstaan is uit vijandigheid tegenover de EU - en de Conservatieven van premier Cameron - die de vrijheid krijgen om individueel een kamp te kiezen.

Delen

'De brexit is de doos die David Cameron opende (en meteen uit handen moest geven)'

Ook vakbonden en werkgeversorganisaties zijn voor een verlengd verblijf van het Verenigd Koninkrijk in de EU, want een vertrek zou nefast zijn voor Britse bedrijven (en dus voor Britse gezinnen) en zou behoorlijk wat sociale verworvenheden wel eens op de helling kunnen zetten. Niettemin dreigt de uitslag van het referendum een "close call" te zullen worden. Hoe kunnen we die vreemde situatie verklaren?

Passionele verhouding

De verhouding met de EU is nooit passioneel geweest: amper twee jaar na de Britse toetreding kwam er al een eerste brexit-referendum. De Leave-campagne speelt handig, en enigszins populistisch, in op het diepgewortelde buikgevoel van de doorsnee Brit: de EU is een bureaucratische organisatie die geld verslindt en er enkel op uit is om regels te decreteren die uniformering bevorderen en zo de Britse identiteit aantasten. Men gaat er gemakkelijk aan voorbij dat veel Europese initiatieven erop gericht zijn om alle Europese burgers (dus ook de Britse) dezelfde sociale rechten te geven, of om consumenten beter te wapenen tegen uitwassen van de vrijemarkteconomie.

Je kunt 'John met de pet' moeilijk die onwetendheid verwijten. Britse media - niet zelden gevoed door politici van zo goed als alle partijen - schilderen een energiebesparende maatregel zoals restricties op de onnodig sterke zuigkracht van stofzuigers af als een aanslag van "Brussels" op het modale Britse gezin dat zijn vast tapijt grondig moet kunnen reinigen. Europa komt dan weer nauwelijks voor in berichten over gunstigere roamingtarieven voor consumenten, nochtans afgedwongen door die vermaledijde eurocraten.

Meer lidstaten met minder invloed

Naarmate de EU de afgelopen jaren in forst tempo verder uitbreidde, groeide ook het gevoel dat de trotse natie met de traditie van het "British Empire" te veel van haar soevereiniteit moest afstaan aan een supranationale organisatie. Meer lidstaten betekent immers minder invloed van elke lidstaat om op de besluitvorming te wegen. Soevereiniteit is natuurlijk een zeer relatief begrip in deze geglobaliseerde tijden. Zo kan geen enkel land het maken om geen handelsakkoorden met andere landen te sluiten, en elk akkoord houdt concessies in, waardoor je hoe dan ook een deel van je soevereiniteit opgeeft.

De uitbreiding van de EU naar het oosten wordt echter gezien als nefast voor de Britse samenleving: niet alleen vloeit er meer Europees geld naar economisch minder sterke landen, Oost-Europeanen "overspoelen" de Britse arbeidsmarkt, nemen zo jobs af van de eigen burgers en krijgen bovendien toegang tot de Britse sociale zekerheid en gezondheidszorg. Zo wordt het traditioneel belangrijkste argument pro EU-lidmaatschap - de toegang van Britse bedrijven tot de Europese interne markt - plots een belangrijk nadeel.

Delen

'Cameron vergat een belangrijke les: je kunt een tegenstander moeilijk voorbijsteken door je plots te gaan profileren op het kernthema van die tegenstander.'

Toen David Cameron in 2013 beloofde om een in/out-referendum te houden, had hij vooral electorale motieven. Al voor de Europese verkiezingen van 2014 wou hij zoveel mogelijk eurosceptische kiezers voor zich winnen door Europa hoog op de agenda te plaatsen. Het populistische UKIP dreigde anders nog meer stemmen te zullen wegkapen van de Conservatieven.

Alleen vergat Cameron daarbij een belangrijke les: je kunt een tegenstander moeilijk voorbijsteken door je plots te gaan profileren op het kernthema van die tegenstander. Zoals al wel vaker bewezen werd, gaat de kiezer voor het origineel, niet voor de kopie.

Resultaat: UKIP haalde maar liefst een derde van de Britse zetels binnen voor het Europees Parlement, en de Conservatieven strandden op een beschamende derde plaats met maar een kwart van de zetels. Deel twee van Camerons plan mislukte evenzeer: zijn poging om een sterkere uitzonderingspositie voor zijn land met zijn Europese collega's te onderhandelen, draaide op een teleurstelling uit. Weg was het krediet dat hij nog een beetje had bij veel van zijn eurokritische partijgenoten, en dus wordt de campagne nu gevoerd met een protagonist die enkele van zijn ferventste opponenten in zijn eigen partij aantreft.

Complexe discussies

Net zoals voor het referendum over Schotse onafhankelijkheid twee jaar geleden worden de discussies zeer complex voor de gewone burger. Centraal in het debat moet immers de vraag staan: zal het land economisch, sociaal en bestuursmatig beter varen bij een terugtrekking uit de EU dan als het een lidstaat zou blijven?

In tegenstelling tot wat vooral het Leave-kamp laat uitschijnen, heeft het VK dat lot niet zelf in handen: hoe zullen internationale bedrijven en markten reageren, welke houding neemt de EU aan, wat is de timing van een brexit, hoe zullen de VS en andere belangrijke globale spelers hun relatie met het VK definiëren, enz.? De onzekerheid eigen aan die "what if..."-vragen zou de balans nog kunnen doen overhellen naar een stemming die net iets gunstiger is voor Europa dan dat sommige peilingen nu laten vermoeden. De EU én het VK zouden er allebei alvast wel bij varen.

Prof. dr. Lieven Buyssedoceert o.a. Britse cultuur aan de KU Leuven Campus Brussel.

Onze partners