Lorin Parys
Lorin Parys
Ondernemer en kandidaat voor N-VA
Opinie

07/04/14 om 10:46 - Bijgewerkt om 14:43

De architectuur van dit land staat hulp aan de meest kwetsbare kinderen in de weg

We moeten stoppen met de kafkaïaanse structuren van ons land voorrang te geven op hulp aan kinderen in nood, schrijft Lorin Parys (N-VA). 'Het is hoog tijd dat alle bevoegdheden die met kinderen en jongeren te maken hebben in één hand komen zodat adequate hulp eindelijk mogelijk wordt.'

Het zal je maar overkomen, geboren worden in een gezin waar je vader zijn broeksriem gebruikt voor discipline of je moeder meer tijd besteedt aan haar volgende high dan aan de volgende maaltijd. Gelukkig zijn in onze jeugdzorg elke dag een massa professionele hulpverleners in de weer om kinderen in dit soort situaties te helpen. Maar ons systeem werkt hen soms eerder tegen dan vooruit. Dus moeten we dat systeem veranderen.

Ze zijn met 27.000, de kinderen en jongeren die vandaag met jeugdzorg in aanraking komen. Dat is zowat de bevolking van de stad Aarschot. Tel daar ouders en familie bij en je hebt een Vlaamse centrumstad. Toch duiken hun verhalen maar sporadisch op in de media en is jeugdzorg geen heet politiek hangijzer. Dat komt omdat kinderen en jongeren in jeugdzorg geen stem en geen gezicht hebben. In mijn boek De Vergeetput ben ik wel naar hen op zoek gegaan en probeer ik hen politiek gewicht te geven. Want de verhalen van op het terrein moeten ons inspireren om beter te doen.

En we kunnen beter op heel wat vlakken.

Eén van de aspecten die we moeten veranderen is dat we niet langer de structuur van ons land voorrang mogen geven op het belang van het kind. Twee voorbeelden daarvan zijn het statuut voor pleegouders en residentiële jeugdpsychiatrie die federale materie blijven, terwijl jeugdzorg en pleegzorg een Vlaamse bevoegdheid zijn. Op die manier staat de absurde architectuur van dit land in de weg van adequate zorg voor kwetsbare kinderen.

Een eerste voorbeeld van hoe ons systeem tegenwerkt in plaats van helpt in de jeugdzorg betreft pleegzorg. Maar één op de drie kinderen die op zoek zijn naar ouders in pleegzorg vindt ook effectief een pleeggezin. Er is dus een groot gebrek aan beschikbare pleeggezinnen. En ook hier weer hetzelfde verhaal. Pleegzorg is een Vlaamse materie, de voorbije legislatuur zijn er goede en belangrijke stappen gezet om de sector te hervormen. Maar het sluitstuk om meer pleegouders aan te trekken, een statuut voor pleegouders, ontbreekt omdat het een federale bevoegdheid is.

Net daar wringt het schoentje om meer pleegouders te recruteren. Wie overweegt om zijn hart en zijn huis open te stellen voor een pleegkind wil duidelijke spelregels. Vooraleer eraan te beginnen willen mensen weten welk omgangsrecht ze nog zullen hebben wanneer een kind dat terugkeert naar zijn biologische ouders. Of ze de school mogen kiezen van hun pleegkind, of ze gehoord worden bij de jeugdrechter en of ze recht hebben op ouderschapsverlof als pleegouder.

De meeste van die vragen zijn vandaag niet of onduidelijk beantwoord. Dus moeten we in een duidelijk statuut omgangsrecht, hoorrecht en ouderschapsverlof mogelijk maken. Maar zolang de voorstellen voor een statuut federaal stof liggen te vergaren, zullen twee op drie kinderen die een pleeggezin zoeken niet de hulp krijgen die ze verdienen. Ze zullen noodgedwongen thuis blijven wonen, terwijl dat niet aangewezen is, of naar een instelling verhuizen waar hechten moeilijk is. En daar kan Vlaanderen niets aan doen zolang het geen bevoegdheid van de deelstaten is.

Het tweede probleem heeft te maken met de kwetsbaarste kinderen in jeugdzorg, zij die psychiatrische hulp nodig hebben. Die kinderen en jongeren horen vaak nergens thuis. Een plek vinden voor hen blijkt aartsmoeilijk. In mijn boek getuigt een jeugdrechter over de onmacht die hij voelt wanneer een kind dringende psychiatrische hulp nodig heeft. Hij heeft als jeugdrechter, die zich uitspreekt over Vlaamse jeugdzorg, immers niets te zeggen aan psychiatrische instellingen voor onze jeugd. Om de eenvoudige reden dat die federale materie zijn. Met als resultaat dat kinderen die dringende pyschiatrische hulp nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze een zelfmoordpoging ondernomen hebben, in de kou blijven staan.

Die kinderen vallen tussen de mazen van het net. 'Ik heb wekelijks kinderen die niemand wil,' zegt die jeugdrechter daarover in het boek. 'Dat gebeurt werkelijk non-stop. De kinderen voor wie ik aan elke deur moet kloppen zijn vaak kinderen met wegloopgedrag, geweld, autisme, schizofrenie.'

Om toch maar een bed vast te krijgen, grijpt hij dus naar onorthodoxe maatregelen. 'In het kort komt het vaak hierop neer: ik heb een winkel met kinderen die buiten moeten. Dat klinkt misschien weinig respectvol, maar dat is de praktijk. Ik hang geregeld dagen aan de telefoon om te pleiten, te dreigen, te smeken bij verschillende instellingen om kinderen op te nemen. Soms dreig ik ermee een beschikking op te maken zodat een kind in een bepaalde instelling wordt geplaatst en ik aan het parket vraag om die onmiddellijk uit te voeren, om zo ergens een bed voor een paar dagen vast te krijgen. Ik kan dat niet beslissen wanneer het over psychiatrie gaat, want daarvoor ben ik niet bevoegd. Ik dreig dan bij de hoofdgeneesheer dat ik een proces verbaal zal laten opstellen voor het weigeren van hulp aan een kind in nood. Zo ver is het gekomen.'

Aan zulke situaties moeten we een eind maken. Terwijl Vlaanderen alle sectoren in de jeugdzorg verplicht samen te werken, blijft residentiële jeugdpsychiatrie een andere planeet met andere regels, financiering en bevoegdheden. Hoe kunnen we beweren dat we het kind centraal stellen als het sluitstuk van de jeugdzorg, de hulp aan de meest kwetsbare kinderen, er geen deel van uitmaakt louter omwille van ons Byzantijns systeem? Het is dus hoog tijd dat alle bevoegdheden die met kinderen en jongeren te maken hebben in één hand komen zodat een doortastend beleid en adequate hulp eindelijk mogelijk worden.

We moeten stoppen met de kafkaïaanse structuren van ons land voorrang te geven op hulp aan kinderen in nood. We kunnen het niveau van onze beschaving afmeten aan hoe we voor de meest kwetsbaren onder ons zorgen. Laat ons zeggen dat we nog groeimarge hebben.

'De Vergeetput' - Lorin Parys - ¤ 19,90

'De Vergeetput' - Lorin Parys - ¤ 19,90 © Manteau

Onze partners