De Arabische lente

29/12/11 om 17:02 - Bijgewerkt om 17:02

De Arabische lente was de concrete vraag van de Arabische wereld naar democratie. Een kettingreactie die zijn oorsprong kende in Tunesië hield Noord-Afrika en het Midden-Oosten een jaar lang in zijn greep. De directe aanleiding was de zelfverbranding van straathandelaar Mohammed Bouazizi. Die bracht een resem protesten teweeg die gericht waren op meer democratie, meer vrijheid en tegen corruptie en de huidige levensomstandigheden. De vonk sloeg eerst over naar de buurlanden, die het vuur snel verspreidden tot het de hele Arabische wereld betrok. Sommige landen kregen hoop, anderen werden teleurgesteld.

De Arabische lente

© Reuters

Van de kernramp in Japan tot de Arabische Lente tot een wereldwijde economische crisis. 2011 werd gekenmerkt door historische gebeurtenissen die onze wereld de komende jaren ongetwijfeld verder zullen beïnvloeden.

Het volk eigende zichzelf het recht toe om over de toekomst van zijn land te beslissen. In Tunesië, Egypte, Libië, Jemen en Marokko slaagden de betogers erin hun directe leiders af te zetten. In Jordanië ontsloeg koning Abdullah II zelf zijn premier. Oman kende milde toegevingen van sultan Qaboes, die het volk beloofde hen meer macht te geven. De Saoedi's werden sporadisch toegevingen beloofd om de protesten de wind uit de zeilen te nemen. De belangrijkste verdienste is vrouwenstemrecht in 2015.

Vooral de overwinningen in Tunesië, Egypte en Libië zijn symbolisch geworden. Tunesië haalde de eerste vrije verkiezingen ooit in de staat binnen, die een centrumlinkse president en een islamistische premier opleverden. Egypte en de symboliek rond het Tahrirplein zorgden voor de afzetting van dictator Hosni Mubarak. In Libië zegevierden de Libiërs na het vertrek, en de dood die er later op volgde, van Muammar Khaddafi.

De revolutie leidde ook tot teleurstellingen. Zo demotiveerde de Iraanse president Ahmadinejad vrijwel onmiddellijk zijn bevolking door te zeggen dat protesteren niets zou uithalen en de verantwoordelijken gestraft zouden worden. In Algerije werd de noodtoestand, die heel wat beperkingen van de vrijheid inhield, opgeheven maar president Bouteflika is wel nog steeds staatshoofd. De Bahreinen proberen nog altijd de soennitische koning Hamad bin Isa al-Khalifa af te zetten en het Parelplein in hoofdstad Manama te claimen. Tevergeefs.

Het land om in het oog te houden in 2012 is Syrië. President Bashar al-Assad blijft de protesten bloedig uiteenslaan, ondanks aanmaningen van de VN en sancties van de Arabische Liga. Syrië wordt economisch geïsoleerd en de Arabische Liga hoopt via waarnemers het leger te doen vertrekken uit te steden en de crisis te verhelpen. Ook de heropbouw van Libië, waar België actief aan probeert mee te werken, zal nog een langdurig proces worden. Verder is het afwachten op de verkiezingsresultaten van Egypte in januari om te besluiten of het land helemaal uit het slop raakt. Ook in Jemen zijn in februari presidentsverkiezingen die voor meer democratie moeten zorgen. Marokko hoopt ook op een democratisch resultaat nu de regering van start kan gaan. (MVB)

Lees meer over:

Onze partners