De 11 beste parlementsleden van Vlaanderen

17/05/14 om 08:25 - Bijgewerkt om 08:25

Bron: Knack

Het wordt in een verkiezingscampagne soms vergeten: de eerste taak van de kiezer is niet de regering samenstellen, maar wel de leden van het parlement aanwijzen. Ook de voorbije zittingsperiode hebben een aantal verkozenen zich met verve van hun taak gekweten en ervoor gezorgd dat het parlement 'het kloppende hart' van de democratie bleef. Knack maakte een eigenzinnige selectie van elf parlementaire hoogtepunten. Opvallend: de oppositie biedt blijkbaar meer kansen aan verkozenen om uit te blinken.

1. Jan Peumans (N-VA)

zette het Vlaams Parlement op de kaart

Jan Peumans (N-VA). Hij werd geen 'Comical Ali'.

Jan Peumans (N-VA). Hij werd geen 'Comical Ali'.

Jan Peumans stribbelde tegen toen hij door zijn partijleiding op 10 juli 2009 werd aangewezen als voorzitter van het Vlaams Parlement. Eigenlijk had hij in de plaats van Philippe Muyters minister willen zijn. Tegen heug en meug werd hij voorzitter van zijn assemblee.

Maar het kan verkeren. Jan Peumans vervulde zijn taak goed en bijwijlen uitstekend. In het begin leek het er nochtans even op dat Peumans een spektakelvoorzitter zou worden. Meteen na zijn aantreden toeterde hij dat hij niet meer zou ingaan op uitnodigingen van Laken - later kwam hij daarvan terug. Peumans kreeg al gauw te horen dat hij een dictator was, en een 'Comical Ali'. En hij zorgde ook zelf wel voor zijn publiciteit. Het ene jaar kreeg zijn 11 julitoespraak vlammende kritiek omdat hij sprak over de Vlaamse natie, het volgende jaar gingen de wenkbrauwen omhoog omdat hij het alleen over Wallonië had. Meermaals liet hij zijn ongenoegen blijken over het te lage niveau en het gebrek aan ijver van een groot aantal Vlaams Parlementsleden.

Hij vond ook dat een parlementsvoorzitter te veel verdient. Hij gaf acte de présence op de Waalse Feesten, ging in ex-Joegoslavië het Belgische model aanprijzen, verwees een schrijven van het Waals Parlement dat hem niet aanstond prompt naar de prullenmand. Maar vooral: hij eiste van de Vlaamse regering respect voor 'zijn' Vlaams Parlement, soms tot zichtbare irritatie van minister-president Kris Peeters. En zo slaagde Peumans erin het 'kabouter'-imago te overstijgen dat de oppositie hem weleens aanmat.

De afgelopen vijf jaar kreeg de Vlaamse regering meer tegengas van haar parlementsleden dan voordien. Wellicht zaten de omstandigheden mee: Peeters II telde nogal wat neofieten - Pascal Smet, Joke Schauvliege - en zelfs twee niet-politici - Ingrid Lieten en Philippe Muyters. De figuur van de voorzitter symboliseert het herwonnen zelfvertrouwen van het Vlaams Parlement. Meer dan zijn voorgangers is hij het 'gezicht' van zijn vergadering. Jan Peumans mocht wel geen minister worden, maar bij de modale Vlaming is hij inmiddels minstens zo bekend als zij die het wel werden.

2. Johan Sauwens (CD&V)

onzichtbare maar nuttige werkmier

Johan Sauwens (CD&V). Constructief werk over de partijgrenzen heen.

Johan Sauwens (CD&V). Constructief werk over de partijgrenzen heen.

Het was een merkwaardige tegenstelling in de krantenlijstjes van de parlementsleden. Zowel De Standaard als De Morgen bedacht de Limburgse CD&V'er met een povere score. Maar toen ze hun nummer één Lode Vereeck vroegen wat hij zelf het beste parlementaire werk vond, antwoordde hij: 'De commissie 'Speed', die werd opgericht voor de versnelling van vergunningprocedures. In die commissie, die werd voorgezeten door Johan Sauwens (CD&V), is er over de partijgrenzen heen erg open en constructief gewerkt. Sauwens is erin geslaagd om 76 voorstellen unaniem door alle leden te laten goedkeuren. Dat is een hoogtepunt van democratie.'

Een hoogtepunt, dat evenwel onder de radar van de meeste media bleef. Sauwens legde op 24 februari 2010 zijn commissierapport voor, en dat kreeg alleen enige aandacht in De Tijd, De Standaard en De Morgen. De populaire pers schreef er niets over. Tv-debatten waren hem niet gegund.

Best merkwaardig, omdat de Commissie-Sauwens precies in het leven was geroepen om een politiek antwoord te geven op de achilleshiel van Vlaanderen: het onvermogen om grote, al dan niet publieke projecten op een redelijke termijn tot een goed einde te brengen. Uitgerekend een ex-VU'er als Sauwens had de taak te onderzoeken waarom in Vlaanderen maar niet lukt wat in Franstalig België de vrolijke regel is: dat vergunningen tijdig afgeleverd worden, dat er geen jarenlange procedures volgen bij rechtbanken, Raad van State en Grondwettelijk Hof, en dat er tegelijk toch geen meldingen binnenlopen van volksopstanden.

Het antwoord van de Vlaamse overheid, zo was de conclusie van Sauwens en co., mag vooral niet zijn: de burger er niet bij betrekken. Maar je moet de burger er niet bij betrekken als de werken al in de uitvoeringsfase zitten. Het is tijdens het eerste stadium van de besluitvorming dat men 'zeer breed' naar de burger moet luisteren en ook rekening moet houden met de particuliere belangen van betrokkenen (anders gaan die later toch procederen, en vaak met succes). In die fase, raadde Sauwens aan, moet men ook alternatieve oplossingen die worden aangereikt, in alle ernst onderzoeken.

Maar de conclusies van dat rapport, die zo essentieel hadden kunnen zijn in de meest gemediatiseerde Vlaamse dossiers van de afgelopen regeerperiode (Oosterweel, Uplace,...) waren blijkbaar te saai en te technisch om veel media-aandacht te krijgen.

3. Carina Van Cauter (Open VLD)

schudde de Kamer wakker met getuigenis over seksueel misbruik

Carina Van Cauter (Open VLD). Zij schudde met haar getuigenis iedereen wakker.

Carina Van Cauter (Open VLD). Zij schudde met haar getuigenis iedereen wakker.

Carina Van Cauter maakte haar collega-Kamerleden duidelijk hoe diep seksueel misbruik iemand kan raken en hoe slachtoffers hun pijn een leven lang meedragen. Op 28 oktober 2010 bespreekt de Kamer de oprichting van een Bijzondere Onderzoekscommissie over Seksueel Misbruik in de Kerk. Er was weinig controverse - alleen het VB was tegen - en dus ook weinig media-aandacht. Toen Carina Van Cauter als vierde spreker het standpunt van Open VLD kwam toelichten, was er weinig interesse en veel geroezemoes. Van Cauter: 'Ik zal hen eens wakker schudden.'

Vanaf het spreekgestoelte getuigde ze over het seksueel misbruik dat ze zelf in 1972 had ondergaan, toen ze nog een kind van tien was. Ontvoerd, misbruikt, bijna vermoord. Carina Van Cauter vertelde haar verhaal aan de hand van oude krantenartikelen over haar zaak. Dat zijn trouwens de enige 'bewijzen' die ze nog heeft van wat haar overkomen is, want justitie heeft alle dossiers uit 1972 vernietigd. Ze kent de naam van haar dader niet, ze weet zelfs niet of hij vervolgd en veroordeeld is - toen hoefde een slachtoffer nog niet geïnformeerd te worden. En ja, ineens werd het heel stil in de Kamer.

De kerk heeft zich inmiddels akkoord verklaard met een arbitrageregeling en is slachtoffers beginnen te vergoeden. Rechters hebben voortaan de mogelijkheid om pedofielen een verblijfs- en beroepsverbod op te leggen en kunnen ook de werkgever inlichten.

Carina van Cauter beperkte haar optreden in de Kamer niet tot de verwerking van dat persoonlijke drama. Maar haar eigen ervaringen speelden wel vaak een rol. Ze heeft als advocate veel financiële tragedies meegemaakt bij de afwikkeling van faillissementen. Dat dreef haar om een wetswijziging te laten goedkeuren die private schuldeisers voorrang geeft op de staat. En als dochter van wijlen Emiel Van Cauter, in de jaren vijftig nog Belgisch kampioen op de weg, zorgde ze ervoor dat wielrenners een regulier bediendenstatuut kregen.

4. Lode Vereeck (LDD, nu Open VLD)

liet Ingrid Lieten in het stof bijten

Lode Vereeck (LDD). Welbespraakt, joviaal en met gevoel voor humor.

Lode Vereeck (LDD). Welbespraakt, joviaal en met gevoel voor humor.

Een socialistisch minister die het moet afleggen tegen een oppositielid, en dan nog een nieuwkomer van LDD, dat had het Vlaams Parlement nog niet gezien. En toch gebeurde het op 18 februari 2011: Ingrid Lieten moest akkoord gaan met hoorzittingen over I-Cleartech, een in Limburg gevestigd overheidsvehikel voor 'schone energietechnologie'. Lode Vereeck pakte uit met een vernietigend rapport van het Rekenhof. Het was een schot in de roos: er kwam een hoorzitting, en van Lietens I-Cleartech-project bleef slechts een schim over. Het was de eerste, maar niet de laatste keer dat Lode Vereeck spijkers met kloppen sloeg.

Vereeck, een Antwerpenaar van geboorte die in het Limburgse Diepenbeek doceert en er woont, werd in 2009 de eerste Vlaamse fractieleider van Lijst Dedecker. Zijn wat brallige maidenspeech maakte geen indruk. In alles leek hij een lightversie van Jean-Marie Dedecker. Maar Vereeck leerde snel. Door zijn jovialiteit kreeg hij toegang tot de old boys die vanaf de eerste rijen het Vlaams Parlement mee dirigeren. Toen hij de socialistische minister Ingrid Lieten wilde interpelleren, maakte hij eerst afspraakjes met de zwaargewichten van meerderheidspartijen CD&V en N-VA. Die lieten Vereeck op het spreekgestoelte vervolgens vrijelijk kritiek spuien op de minister.

Als fractieleider heeft Vereeck onbeperkt spreekrecht en daar maakt hij veelvuldig gebruik van. Met zijn kritiek op de 'miserietaks' kreeg hij de publieke opinie aan zijn kant en ontpopte hij zich tot een oppositieleider met gezag. Hij kent zijn dossiers, is welbespraakt en weet mensen voor zich te winnen met zijn gevoel voor humor. Zo helpt hij de Vlaamse LDD-fractie af van haar soms wat ranzige imago. Het is geen toeval dat zowel De Standaard als De Morgen hem uitriep tot 'beste Vlaams Parlementslid'. Maar Vereeck heeft niet kunnen verhinderen dat LDD verkruimelt. Hij is ondertussen zelf overgestapt naar Open VLD.

5. Theo Francken (N-VA)

minoriseerde de PS

Theo Francken (N-VA). Zijn kritiek op Laken wordt impliciet gedeeld door Elio Di Rupo.

Theo Francken (N-VA). Zijn kritiek op Laken wordt impliciet gedeeld door Elio Di Rupo.

Het was in geen jaren meer gezien wat op 26 mei 2011 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers gebeurde. Een ruime Vlaamse meerderheid stemde voor een verstrenging van de wet op de gezinshereniging, en kreeg daarvoor de steun van de MR. Partijpolitiek vertaald: voor het eerst sinds haar herintrede in de federale regering in 1988 werd de PS ostentatief geminoriseerd - zelfs de Vlaamse socialisten stemden mee. Het parlementslid dat voor dat 'huzarenstukje' tekende, zat op dat moment nog geen vol jaar in de Kamer. Theo Francken was bovendien een N-VA'er. Maar door de ultralange regeringsvorming lag het speelveld in 2010-2011 helemaal open: er was geen ijzeren discipline in het parlement, want er was geen echte regering.

Francken is een man met een missie. Hij focust op 'zijn' thema's: inburgering, asiel en migratie, veiligheid en het koningshuis. En Francken doet wat een parlementslid moet doen om uit te blinken: hard werken, doortastend zijn, contacten leggen, ook bij andere partijen. En hij kan voor zichzelf een plaats afdwingen in de media. In minder dan een jaar had hij dat allemaal onder de knie. Na de vorming van de regering-Di Rupo I zou Francken zijn stunt nog eens herhalen, toen hij mee aan de basis lag van de afschaffing van de (paarse) snel-Belgwet. Toen stemde de PS wél mee, wat bewees dat de N-VA -kritiek op die wet niet alleen gehoord werd in Vlaams-nationalistische kringen.

Theo Francken scoorde ook met zijn interventies over het koningshuis. Zijn kritiek dat de financiering van Laken onder Dehaene en Verhofstadt compleet uit de hand was gelopen, werd impliciet gedeeld door Di Rupo. Een eerste minister mag zoiets natuurlijk niet openlijk zeggen, maar door de dotaties terug te schroeven, vergrootte Di Rupo het parlementaire sérieux van Francken.

6. Sven Gatz (Open VLD)

creëerde nieuwe norm voor vertrekpremies

Sven Gatz (Open VLD). 'Ik heb ingezien dat ik met minder geld een vrijere mens zal zijn'

Sven Gatz (Open VLD). 'Ik heb ingezien dat ik met minder geld een vrijere mens zal zijn'

'Ik zie af van mijn uittredingsvergoeding.' Dat ene zinnetje waarmee Sven Gatz op 4 september 2011 zijn persmededeling begon, heeft de parlementaire zeden definitief veranderd. Elke verkozene uit ieder parlement moet zich sindsdien verantwoorden over bedragen waarover voorheen zo goed als niemand struikelde, ook omdat de publieke opinie er geen zicht op had.

Gatz' ontslag wekte enig opzien. Op 44e had hij al zestien jaar ervaring, veel gezag (hij was fractieleider) en een bijzonder goede reputatie. Maar het leven is meer dan politiek. Tot ieders verrassing kondigde Gatz begin 2011 zijn parlementaire afscheid aan om directeur te worden van de Unie van Belgische Brouwers. Kort daarna lekte uit dat Gatz een opzegvergoeding kreeg van 34 maanden of 300.000 euro bruto, ook al was hij vrijwillig opgestapt en had hij een mooie baan. Gatz was zeker niet de eerste die zo'n bedrag kreeg, maar hij was wel de eerste die er publiek zijn conclusies uit trok. Dat lag trouwens in de lijn van zijn eigen opvattingen: eerder had hij meerdere voorstellen ingediend om de vertrekpremies af te toppen, maar daarvoor nooit veel steun ondervonden. En nu werd hij ineens weggehoond als de zoveelste exponent van een politieke zelfbedieningscultuur. Dat was beneden zijn eer.

Zijn persmededeling blijft het lezen waard: 'Ik zoek naar de reden waarom kiezers die in veel gevallen hun eigen menselijke onvolkomenheden onder de mat vegen van hun volksvertegenwoordigers een leven eisen dat van een hogere morele orde dient te zijn. (...) Ik geef toe dat ik, zelfs als ervaren politicus, deze situatie niet correct ingeschat heb en het heeft me wat tijd gekost om tot het besef te komen dat ik met minder geld een vrijere mens zal zijn.'

Inmiddels heeft de Kamer een wet aangenomen dat wie vrijwillig vertrekt zijn premie verliest. Ook al zat Sven Gatz niet in de federale Kamer, laten we het als huldebetoon toch maar de wet-Gatz noemen.

7. Meryame Kitir (SP.A)

pinkte een traan weg voor Ford Genk

Meryame Kitir (SP.A). 'Politici, doe nu wat moet gebeuren.'

Meryame Kitir (SP.A). 'Politici, doe nu wat moet gebeuren.'

Als zelf VB'er Gerolf Annemans tweet: 'Kitir heeft haar moment niet gemist', dan moet er iets merkwaardigs gebeurd zijn. De dag voordat Kitir op 25 oktober 2012 de tribune van de Kamer besteeg, was bekend geraakt dat Ford Genk dicht ging. Meyrame Kitir stond erbij toen het fatale nieuws aan de werknemers werd meegedeeld.

Dat zij in 2007 werd verkozen, kwam door een marsbevel van voorzitter Johan Vande Lanotte: 'Ik wil arbeiders in het parlement.' Vande Lanotte wilde tonen dat zijn partij nog altijd aan de kant van de kleine werkman staat. Maar de SP.A presenteerde geen getatoeëerde havenarbeider of trucker. Meryame Kitir had zich kunnen wagen aan een carrière als model, maar op haar 27e werkte ze 'aan de band' bij Ford. In de fabriek stond ze haar mannetje, en als snel behoorde ze tot de militante vakbondsgroep bij Ford.

Niemand in de Kamer die Kitirs achtergrond niet kende, toen zij met trillende stem haar toespraak begon: 'Ik kom net van bij het piket, bij mijn collega's.' Kitir is niet de spreekster die vaak of graag het woord neemt. Ook die dag was haar toespraak kort. Maar elke zin was raak: 'Ze hebben maar één vraag. Politici, doe nu wat moet gebeuren. Er zijn tienduizend mensen die hun job hebben verloren. Mensen, die hun best gedaan hebben. Mensen die hard hebben gewerkt. Mensen die men absoluut niets kan verwijten. Als hun gevraagd werd: "Doe overuren", deden ze overuren. Als hen gevraagd werd: "Blijf thuis", bleven ze thuis. Als hun gevraagd werd: "Lever in voor werkzekerheid", dan deden ze dat.'"

Na haar speech applaudisseerde de hele Kamer lang en warm. De tranen van Kitir waren tranen van onmacht, niet van één parlementslid maar van een hele instelling. Bij de grote sociaal-economische beslissingen zijn regering en parlement gedegradeerd tot toeschouwer. Ook in die zin was de toespraak van Meryem Kitir schrijnend.

8. Guy Verhofstadt (Open VLD)

snoerde Nigel Farage de mond

Guy Verhofstadt (Open VLD). Voor een zo sterk mogelijk Europa.

Guy Verhofstadt (Open VLD). Voor een zo sterk mogelijk Europa.

'De grootste verspilling van Europese middelen', zo riep Guy Verhofstadt op 21 november 2012 in het Europees Parlement tegen de Britse eurocriticaster Nigel Farrange, 'is uw parlementaire wedde'. Het kan verkeren: de voormalige 'Baby-Thatcher' is nu de meest overtuigde tegenstander van het door de Britse Conservatieven aangewakkerde Euroscepticisme. Ooit profeet van the minimal state, is hij nu de pleitbezorger van een zo sterk mogelijk Europa. Vandaar zijn pleidooi om de huidige Europese Unie op te delen in een kern-Europa (met hogere sociale bescherming) en een perifere zone (dat naar dat eerste Europa kan evolueren).

Dat is ook wat Guy Verhofstadt in essentie onderscheidt van de andere Vlaamse Europarlementsleden. De meesten wedijveren met elkaar in degelijkheid en dossierkennis. Er is echt weinig aan te merken op Marianne Thyssen, Saïd El Kadraoui, Bart Staes, Ivo Belet of Kathleen Van Brempt. Maar Verhofstadt ambieert meer. Waar het hem om gaat, is het Europese project, het idee Europa, als vertaling van zijn democratische en liberale idealen. Zijn we nog Europeaan? Aanvaarden we daar dan de consequenties van? Is onze blik nog internationaal, open en naar boven gericht, of niet? En of je nu voor of tegen hem bent, overal in Europa weten ze dat dit het debat is dat Guy Verhofstadt voert.

9. Peter Dedecker (N-VA)

legde het ACW het vuur aan de schenen

Peter Dedecker (N-VA). Hij trof het ACW in het financiële hart, maar ook in zijn morele hart.

Peter Dedecker (N-VA). Hij trof het ACW in het financiële hart, maar ook in zijn morele hart.

Peter Dedecker is een parlementslid dat zijn carrière niet cadeau kreeg. Hij volgde technisch onderwijs aan de Don Bosco-school in Sint-Denijs-Westrem, werd burgerlijk ingenieur en werkte aan een doctoraat toen hij in 2010 onverwachts verkozen werd. Het wijst erop dat hij een dosis no-nonsense combineert met brains en doorzettingsvermogen. Dat is nodig om te doen wat hij deed op 14 februari 2013, toen hij op een druk bijgewoonde persconferentie het ACW van fraude beschuldigde.

Aanvankelijk krioelde het parlement van de Dexia-specialisten, die allemaal zitting hadden in de Bijzondere Kamercommissie Dexia. Toen die in 2012 haar eindrapport indiende, was er nogal wat ontevredenheid over de beperkte wijze waarop de Kamer haar controlefunctie had kunnen uitvoeren. De SP.A onthield zich zelfs bij de eindstemming, omdat de Nationale Bank en toezichthouder FSMA weigerden hun documenten te laten inkijken. Maar socialisten zijn loyale regeringspartners en lieten het Dexia-dossier vervolgens voor wat het was. Alleen Peter had voldoende appetijt om zich in dit dossier vast te bijten.

Zeker, hij kreeg daarbij hulp van een 'mol' binnen het ACW. Maar hij heeft ook lang gestudeerd op het doolhof aan afspraken en rekeningen tussen het ACW, Arco, Dexia, Belfius en de Belgische regering. Zijn conclusie was: Arco, en dus het ACW, belazert ongeveer iedereen, van de Belgische overheid (en dus de belastingbetaler) tot hun eigen leden-coöperanten. Dedecker vertaalde zijn politieke aanklacht in de beschuldiging dat het ACW zich zou bezondigd hebben aan 'strafbare feiten': fiscale fraude, schriftvervalsing in de jaarrekeningen, belangenvermenging en misbruik van vennootschapsgoederen.

Zo trof Dedecker het ACW niet alleen in het financiële hart, maar vooral ook in zijn 'morele' macht: de grote pleitbezorger voor solidariteit bleek in zijn eigen doen en laten zelfzuchtig. De weerklank van zijn j'accuse oversteeg het louter politieke debat. Hij maakte van het zo waardevolle 'middenveld' opnieuw de te duchten 'zuilen'.

Het ACW sloeg terug, en hard. Eerst haalde topfiscalist Axel Haelterman de beschuldiging van Dedecker onderuit. Daarna daagde advocaat Rieder hem voor de burgerlijke rechtbank. Maar dat tast de kern van Dedeckers politieke boodschap niet aan, namelijk dat de christelijke arbeidersbeweging haar eigenbelang voorrang had gegeven op al de rest.

10. Jean-Jacques De Gucht (Open VLD)

legde de basis voor euthanasie voor kinderen

Guy Swennen (L) en Jean-Jacques De Gucht. Zij slaagden erin een brede wisselmeerderheid te vinden

Guy Swennen (L) en Jean-Jacques De Gucht. Zij slaagden erin een brede wisselmeerderheid te vinden

Zelfs in zijn eigen liberale partij zijn er die gniffelen met Jean-Jacques De Gucht die als een nieuwe Lord Byron met het politieke bestaan flirt. De Gucht is 'een zoon van' die vijf jaar lang de reputatie had vooral een 'fils à' te zijn. Tot hij met de uitbreiding van de euthanasiewet zijn voornaam maakte en zijn politieke plaats afdwong.

Het is weliswaar een relatief kleine uitbreiding, die tot de minderjarigen. Maar gezien de emoties die erbij kwamen kijken, was het een reuzenstap. De Gucht had in het Vlaams Parlement al ervaren hoe nukkig machts- en belangengroepen kunnen reageren als een parlementslid wil sleutelen aan levensbeschouwelijke afspraken en wetten. Hij had voorgesteld in alle netten één uur godsdienst of vrijzinnige moraal in te wisselen voor één uur studie van alle religies en levensbeschouwingen. Herejee: ineens waren de Guimardstraat en de georganiseerde vrijzinnigheid beste bondgenoten. De Gucht jr. kon naar af.

In de Senaat wachtte hem een minstens zo moeilijke taak, maar nu had hij het geluk dat de ervaren SP.A'er Guy Swennen mee aan de kar wilde trekken. Swennen heeft de voorbije jaren essentiële delen van het familierecht gemoderniseerd. Nu overtuigde hij De Gucht om in de uitbreiding van de euthanasiewet alles over 'wilsonbekwame patiënten' te schrappen en en zich te beperken tot kinderen. Ook dat was niet evident: er kwam oppositie van juristen en medici, en een karikatuur van hun wetsvoorstel kreeg wereldwijde aandacht. Ook de CD&V bleef dwarsliggen. Maar dat zelfs de N-VA haar parlementsleden de vrijheid gaf naar eer en geweten te stemmen, illustreert hoe groot de nieuwe ethische consensus is. De Gucht en Swennen slaagden erin een brede wisselmeerderheid te vinden, eerst in de Senaat en dan in de Kamer. Daarna tekende koning Filip zonder verpinken een wet die wellicht tegen zijn eigen geweten ingaat - Jean-Jacques De Gucht had zijn eerste steen verlegd.

11. Björn Rzoska (Groen)

onthulde 'bedrijfsgeheimen' van Oosterweel

Björn Rzoska (Groen). 'Als ik een deel van mijn wedde moet afstaan, dan is dat maar zo.'

Björn Rzoska (Groen). 'Als ik een deel van mijn wedde moet afstaan, dan is dat maar zo.'

Op 2 april 2014 toonde de relatief onbekende Björn Rzoska waarom Wouter Van Besien uitgerekend hem had gevraagd om ondervoorzitter te worden van Groen. In het Vlaams Parlement zetelt hij pas sinds 2013, als opvolger van de groene fractieleider Filip Watteeuw die ervoor koos schepen te worden in Gent. Hij wilde namelijk de exacte kostprijs kennen, zowel van het Oosterweeldossier als van de alternatieve tracés. De Vlaamse regering had Oosterweel gekozen, onder meer wegens de lage kostprijs. Maar de exacte becijfering werd niet vrijgegeven, en dat op uitdrukkelijk verzoek van het kabinet van mobiliteitsminister Hilde Crevits (CD&V) en van bouwheer BAM. Het rapport zou 'bedrijfsgeheimen' bevatten, zoals de exacte prijs van het beton. Uiteindelijk mocht Rzoska het rapport toch inkijken in het kantoor van de griffie, maar kopieën nemen was verboden.

Rzoska kwam tot de conclusie dat de Vlaamse regering de kostprijs van de alternatieven voor Oosterwaal niet eens op een faire manier had willen berekenen. Hij vond dat voldoende belangrijk om de confidentialiteit te doorbreken en maakte zijn bevindingen publiek. Daar staan sancties op, maar dat was zijn zorg niet: 'Als ik hierdoor een deel van mijn wedde moet afstaan, of erger, dan is dat maar zo.'

Rzoska had goed gegokt: zo kort voor de verkiezingen durfden de Vlaamse regeringspartijen het niet aan om een politieke concurrent het voordeel te geven zich als 'martelaar' te kunnen profileren. Wel integendeel, Jan Peumans, als voorzitter van het Vlaams Parlement toch de eerste bewaker van de tucht, gaf Rzoska gelijk. Peumans was in de vorige zittingsperiode al een zeer kritische volger van wat toen nog het BAM-dossier heette. Hij heeft al langer de buik vol van alle restricties die regering en administratie het Vlaams Parlement opleggen. Zeker omdat de burger via het wettelijke inzagerecht vaak meer armslag heeft dan de parlementsleden.

Peumans wees er niet alleen op dat de Vlaamse regering en administratie de geheimhouding veel te ruim interpreteren, hij legde de vinger ook op een ander pijnpunt: dat veel dossiers ter beschikking liggen van zijn parlementsleden, bijvoorbeeld bij het Rekenhof, maar dat men natuurlijk wel de moeite moet doen om die gegevens in te kijken en te bestuderen. Rzoska deed die extra meters wel. En hij bewees zo dat het uiteindelijk in de eerste plaats aan de parlementsleden zelf is om respect af te dwingen, voor zichzelf en hun instelling, in de permanente krachtmeeting die een parlementaire democratie nu eenmaal is.

Dit artikel verscheen in Knack op 23 april 2014

Onze partners