Crisis toont lidstaten de weg naar Europese globaliseringsfonds

22/08/11 om 16:34 - Bijgewerkt om 16:34

(Belga) Als gevolg van de economische crisis zoeken de EU-lidstaten steeds vaker hun toevlucht tot het Europese globaliseringsfonds. Vorig jaar keerde het fonds 83,5 miljoen euro uit, een stijging met 60 procent in vergelijking met 2009.

Het Europese globaliseringsfonds is eind 2006 opgericht om steun te verlenen aan werknemers die hun job verloren als gevolg van delokaliseringen of andere structurele veranderingen in de wereldhandel. Met het geld kunnen nieuwe arbeidsmogelijkheden voor de ontslagen arbeiders gezocht worden. Het fonds kende de eerste jaren een aarzelende start met slechts een handvol aanvragen, maar uit een door de Europese Commissie goedgekeurd verslag blijkt dat de belangstelling aanzienlijk is gestegen sinds het fonds ook steun uitkeert voor de opvang van banenverlies als gevolg van de crisis. Zowel in 2009 als in 2010 ontving de Commissie een dertigtal aanvragen uit 16 lidstaten. Vier op vijf aanvragen waren het gevolg van de crisis. Met dertien aanvragen spande Nederland de kroon. België wendde zich driemaal tot het fonds. Zo werd eind vorig jaar nog steun gevraagd voor de voormalige werknemers van Opel Antwerpen. Vorig jaar werden 31 steunaanvragen afgehandeld. Het fonds keerde 83,5 miljoen euro uit, een toename met 60 procent. Daarmee wordt tot 65 procent van de kosten van beroepsopleidingen, herscholingsmaatregelen, etcetera betaald. Het geld bood soelaas aan 23.700 werknemers, meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2009. Het globaliseringsfonds beschikt over maximaal 500 miljoen euro per jaar. Het fonds heeft echter geen eigen budgetlijn. Het geld wordt gehaald uit begrotingsrubrieken die onderbenut blijven. Belangrijkste prioriteit, zo zei eurocommissaris voor Werkgelegenheid Laszlo Andor maandag, is het inkorten van de tijdspanne tussen de verwerking van de aanvraag en de uitbetaling. Die bedraagt momenteel gemiddeld negen maanden. (JDE)

Onze partners