Crisis Catalonië - Verdediging Puigdemont en collega-ministers pleit voor Brusselse raadkamer

04/12/17 om 05:07 - Bijgewerkt om 05:09

Bron: Belga

(Belga) De advocaten van de afgezette Catalaanse minister-president Carles Puigdemont en van vier andere afgezette ministers van de Catalaanse regering, Meritxell Serret i Aleu, Antoni Comín i Oliveres en Clara Ponsatí i Obiols en Lluís Puig, pleiten vandaag voor de Brusselse raadkamer. Die raadkamer moet zich uitspreken over de Europese aanhoudingsbevelen (EAB) die een Spaanse rechter tegen de vijf heeft uitgevaardigd. De Catalaanse leider en de leden van zijn regering worden in Spanje vervolgd voor ambtsmisdrijf en ongehoorzaamheid, rebellie, misbruik van overheidsgeld en opruiing. Daarop staat een maximumstraf van 30 jaar.

De Spaanse rechter had de EAB's uitgevaardigd nadat de vijf in Madrid niet voor de rechter waren verschenen. Op een eerste zitting van de raadkamer, op 17 november, vroeg het Brusselse parket om de EAB's uitvoerbaar te verklaren. Weliswaar was het parket van oordeel dat er geen sprake was van corruptie, maar wel van samenzwering van ambtenaren, en dat er voor ambtsverzaking geen overlevering kon gebeuren, zo meldden de advocaten van de verdediging. De verdediging van de vijf afgezette ministers is alvast van mening dat de vijf niet aan Spanje mogen overgeleverd worden omdat hen geen enkele strafbare daad wordt aangewreven in de Europese aanhoudingsbevelen, en omdat hen in Spanje een politiek proces te wachten zou staan. De ministers beroepen zich onder meer op het Europese kaderbesluit dat het Europese aanhoudingsbevel regelt. Dat stelt dat de overlevering geweigerd kan worden indien het bevel is uitgevaardigd om iemand te vervolgen of bestraffen op grond van zijn politieke overtuiging. In de Belgische wet staat tevens dat weigering mogelijk is als de uitvoering van het aanhoudingsbevel afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokken persoon. "Spanje viseert geen individuele strafbare feiten, maar alleen hun politieke beslissingen, die door iedereen gekend waren en waarvoor ze democratisch verkozen zijn", aldus de advocaten. "Ze worden dus enkel vervolgd om hun politieke mening." Zo verwijst het EAB voor de motivering van de vijf vermoedelijke inbreuken op de Spaanse strafwet naar verschillende daden, waaronder oproepen tot een referendum, het doen ontstaan van het idee bij de bevolking van een recht op zelfbeschikking, brieven naar Catalaanse burgemeesters, mobilisatie van burgers en de goedkeuring van de onafhankelijkheidsverklaring op 27 oktober. "Pure politieke daden die ze vreedzaam en democratisch hebben gesteld in de uitoefening van hun functie", klinkt het bij de verdediging. "Bovendien wijst niets op het gebruik van geweld." Daarnaast argumenteren de advocaten dat de uitvoering van het Europese aanhoudingsbevel de fundamentele rechten van de ministers zou schenden en hen zou verhinderen vrij deel te nemen aan de verkiezingen van 21 december. Ook zouden de feiten die de ministers ten laste worden gelegd in België niet strafbaar zijn, één van de criteria voor de uitvoerbaarheid van de EAB's. "Voor ambtsmisdrijf en ongehoorzaamheid mag de rechter hen niet overleveren, de straf daarop bedraagt minder dan 12 maanden", klinkt het. "Rebellie en opruiing bestaan niet in het Belgische recht. Rest het misbruik van publiek geld maar het Spaanse hooggerechtshof heeft op 9 november zelf al geoordeeld dat er nooit publieke fondsen zijn gebruikt om het referendum te houden." (Belga)

Onze partners