Commissaris die tip Abdeslam achterhield, leidt nu terreurdienst

18/06/16 om 07:20 - Bijgewerkt om 07:20

Bron: Belga

(Belga) Volgens het Comité P was het vooral de Mechelse adjunct-korpschef Johan Geentjens die een rapport over de broers Abdeslam had moeten melden. Die informatie bleef begin dit jaar drie maanden in een schuif liggen. Geentjens is nu directeur bij de centrale dienst terrorisme van de federale politie, zo schrijft Het Laatste Nieuws zaterdag.

Volgens het Comité P, dat de politiediensten controleert, moet een document met vertrouwelijke informatie - een RIR-rapport - altijd worden ingegeven in de nationale gegevensbank. Zelfs als de bron onduidelijk of mogelijk onbetrouwbaar is. In Mechelen gebeurde dat niet. Als enige korps van het land werden RIR-rapporten daar 'on hold' gezet tot de bron gecontroleerd was. Of de Mechelse korpschef Yves Bogaerts wist dat er zo'n rapport bestond over de op dat moment voortvluchtige terreurverdachte Salah Abdeslam, weet het Comité P niet. Wie zeker wél op de hoogte was, was zijn toenmalige adjunct Johan Geentjens. Een commissaris met jarenlange ervaring die perfect wist hoe je met dergelijke dossiers moet omspringen. Hij had echter bedenkingen bij de bronnen van de allochtone agent die het rapport opstelde. Maar terwijl Bogaerts de wind van voren kreeg na het uitlekken van de tip, bleef Geentjens volgens Het Laatste Nieuws buiten schot. Hij promoveerde zelfs tot directeur van de centrale dienst Terrorisme bij de federale politie. (Belga)

Onze partners