Busongeval: nog een lang rouwproces voor de boeg

20/03/12 om 14:15 - Bijgewerkt om 14:15

'Ik hoop dat de aandacht voor trauma's bij kinderen ook na de begrafenissen aanhoudt,' zegt psychologe Sarah Bal. In Lommel wordt een grote afscheidsplechtigheid gehouden voor 14 kinderen en hun leraar.

Busongeval: nog een lang rouwproces voor de boeg

Hoe kunnen die ouders verder leven met het besef dat ze hun kinderen niet tegen groot onheil kunnen beschermen?

Sarah Bal: Dat is niet gemakkelijk. Bij zo'n traumatische gebeurtenis wordt ons gevoel van basisveiligheid vernietigd. Plots lijkt de wereld niet langer controleerbaar. Dat geldt zowel voor die kinderen als voor hun ouders, broers en zussen. De betrokkenen gaan zich dan vaak afvragen of ze niets hadden kunnen doen om het ongeval te voorkomen, of ze hun kinderen niet beter hadden kunnen beschermen. Een moeder zegt dan bijvoorbeeld: 'We hadden ons bijna verslapen maar ik heb ervoor gezorgd dat mijn zoon toch nog op de bus is geraakt. Dus is het mijn schuld.' Het is dan de taak van een therapeut om dat schuldgevoel om te buigen en de betrokkenen ervan te overtuigen dat het niemands schuld was. Niet van de inzittenden, niet van de begeleiders en ook niet van de chauffeur. Het was simpelweg een ongeluk.

Kan een dag van nationale rouw, zoals afgelopen vrijdag, iedereen die door de gebeurtenissen is geraakt helpen om die een plaats te geven?

Bal: Zo'n officiële rouwdag zal wel een steun betekenen voor iedereen die rechtstreeks bij het ongeval is betrokken. Als het hele land rouwt om de dood van je kind, doet dat natuurlijk goed. Maar we mogen er ook niet te lang bij blijven stilstaan. De families van de slachtoffers hebben nog een lang rouwproces voor de boeg en we helpen hen echt niet door in de media op het ongeval te blijven terugkomen. Straks moeten we weer overgaan tot de normale routine. Hoe moeilijk dat misschien ook is.

Jaarlijks zouden 6250 op 100.000 adolescenten gewond raken in het verkeer. Hangt de intensiteit van hun trauma af van de aard van het ongeval?

Bal: Eigenlijk niet. Heel bepalend is hoeveel angst het kind heeft ervaren. Voelde het zich bedreigd? Was het bang dat zijn ouders hem niet zouden vinden? Dacht het bijvoorbeeld dat zijn been zou moeten worden geamputeerd? Het is die angst die ervoor kan zorgen dat er in je hoofd een traumaproces op gang komt.

Een verkeersongeval is trouwens meestal een eenmalig trauma: iets wat iemand één keer meemaakt. In het ziekenhuis worden wij nog veel vaker, dagelijks zelfs, geconfronteerd met trauma's die niet eenmalig zijn: seksueel misbruik, huiselijk geweld, verwaarlozing ook. Daar is veel minder aandacht voor. Nochtans blijkt uit onderzoek dat een op de tien Vlaamse kinderen in zijn leven al een seksueel stresserende ervaring heeft meegemaakt. Dat is ongeveer anderhalf kind per klas. Onwaarschijnlijk veel dus.

Is het trauma dat die kinderen oplopen vergelijkbaar met dat na een ongeval zoals dat in Zwitserland?

Bal: Het kan zelfs nog zwaarder zijn. Als een kind één keer iets ergs overkomt, zoals een ernstig ongeval of een brand, is zijn trauma meestal minder bepalend en langdurig dan bij kinderen die jarenlang traumatiserende dingen meemaken. Natuurlijk was dat busongeval verschrikkelijk, maar deze kinderen hebben een gezonde geest en zijn goed gehecht aan hun ouders. Ze hebben ook veel mensen om zich heen die voor hen kunnen zorgen. Zowel familieleden en vrienden als psychologen. Maar een heleboel andere kinderen hebben dat allemaal niet en staan helemaal alleen. Bij misbruik worden ze bijvoorbeeld vaak niet geloofd of is er weinig aandacht voor hun problemen. Doordat daar nog zo'n groot taboe op rust, vragen ze ook minder snel om hulp en blijven ze dus vaak in de kou staan. Zij vormen echt een grote vergeten groep.

Wat kan men doen om die kinderen te bereiken?

Bal: Om te beginnen is er meer onderzoek naar die groep nodig. Ik ben ook voorstander van traumacentra, waar kinderen en jongeren zelf binnen kunnen stappen. Vandaag kunnen ze op zich wel terecht bij Jongeren Adviescentra (JAC) en Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB), maar als ze daar al belanden, worden ze meteen doorverwezen. Er is echt nood aan een plek waar ze kunnen aankloppen en meteen gespecialiseerde hulp krijgen. Al is het om te beginnen maar één gesprek. (AP)

Lees meer over:

Onze partners