Brusselaar kost het minst aan ziekteverzekering

15/07/12 om 20:43 - Bijgewerkt om 20:43

De uitgaven van de ziekteverzekering zijn het kleinst voor patiënten in Brussel en de kostenkloof tussen Vlaanderen en Wallonië neemt verder af. Dat blijkt uit een nieuwe RIZIV-studie.

Brusselaar kost het minst aan ziekteverzekering

© Belga

Om het communautaire gebakkelei over de ziektekosten in Vlaanderen, Wallonië en Brussel te temperen, tracht het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) al enige tijd een correcter beeld van de uitgaven te geven. In 2009 gebeurde dat met een eerste rapport over de uitgaven in 2006. Vorig jaar volgde een beperkte studie over de evolutie in de periode 2006-2009. Deze voormiddag bespreekt de algemene raad van het RIZIV een nieuw rapport dat gedetailleerd ingaat op de medische zorguitgaven in 2009 in de drie gewesten en de verschillende arrondissementen. Voorts komen zes grote zorgsectoren aan bod, samen met de uitgavenevolutie tot in 2010. Knack kon de ontwerpdocumenten inkijken.

Uitgavenkloof De documenten bevestigen zowel voor 2009 als 2010 de tendens dat de uitgavenkloof tussen Vlaanderen en Wallonië kleiner wordt. Van 2006 tot 2010 stegen de bruto-uitgaven van de ziekteverzekering per Belg met bijna 24 procent (van 1703 naar 2109 euro). De bruto-kosten per Waal bleven het hoogst (2134 euro in 2010) tegenover 2114 euro voor een Vlaming en 2000 euro voor een Brusselaar.

In de beschouwde periode waren er twee belangrijke hervormingen: de invoering in 2007 van het zogenaamde Omnio-statuut (met verhoogde tussenkomsten voor gezinnen met een laag inkomen) en de dekking door de ziekteverzekering van 'kleine medische risico's' van zelfstandigen (sinds 2008).

Correcties

Om de vergelijking objectiever te maken, corrigeert het RIZIV de ruwe gegevens door rekening te houden met leeftijd, geslacht (het aandeel vrouwen), verhoogde tegemoetkomingen en het sociaal statuut (het aandeel zelfstandigen).

Dan blijkt dat een gemiddelde Vlaming het meest kost: 2143 euro in 2010 (of 1,6 procent meer dan het gemiddelde voor het hele land). Voor een gemiddelde Waalse patiënt komen de uitgaven daardoor uit op 2113 euro en voor een gemiddelde patiënt in Brussel op 2043 euro (ruim 3 procent minder dan de gemiddelde Belg).

Brussel

De (mogelijke) onderconsumptie in Brussel springt telkens in het oog. Volgens het RIZIV kan ze verklaard worden door een jongere bevolking, het gebruik door een deel van de Brusselse inwoners van medische zorgen in het buitenland, en ook door het feit dat Brusselse OCMW's de ziektekosten mee betalen.

Uit het nieuwe RIZIV-rapport blijkt voorts dat de opname van de kleine risico's van zelfstandigen in de ziekteverzekering het meest heeft doorgewogen in Vlaanderen en dat de invloed van de vergrijzing op de uitgaven het grootst is in West-Vlaanderen.

Zorggrens

De uitgavenverschillen in diverse zorgsectoren - Wallonië is bijvoorbeeld het duurst voor ambulante zorg en de maximumfactuur, Brussel voor ziekenhuiszorg en Vlaanderen voor zorg in psychiatrische instellingen - illustreren ook opnieuw het bestaan van een 'zorggrens'.

Wallonië is koploper voor gespecialiseerde geneeskunde, geneesmiddelen van apothekers, medische beeldvorming en klinische biologie. Brussel is nummer één voor raadplegingen door specialisten, ziekenhuisopnames en tandheelkunde. In Vlaanderen doen patiënten veel meer een beroep op huisartsen en thuisverpleging, maar scoren ook het gebruik van geneesmiddelen in ziekenhuizen, chirurgische ingrepen (onder meer tegen obesitas), implantaten en opnames in een psychiatrische instelling hoog bij de uitgaven.

Zwarte doos

De correcties die het RIZIV op de bruto-uitgaven toepast, blijven niet zonder kritiek. N-VA-senator en arts Louis Ide vocht ze recent andermaal aan in een boek (Lof der gezondheid: van apologie tot utopie?).

Het RIZIV geeft toe dat de invloed van veel factoren (bijvoorbeeld het medisch aanbod, de medische opleiding en praktijkstijlen, het patiëntrengedrag) op dit ogenblik niet in rekening kunnen worden gebracht. Omdat het effect van de vier correctiefactoren niet precies kan worden ingeschat, omschrijft het RIZIV de resultaten bovendien zelf als een 'zwarte doos'. Het RIZIV wil daarom in de toekomst zijn methode verfijnen en ook andere gegevens (bijvoorbeeld sociaaleconomische criteria en de gezondheidstoestand) gebruiken.

Patrick Martens

Lees meer over:

Onze partners