Jan Cornillie (SP.A)
Jan Cornillie (SP.A)
Politiek directeur van SP.A
Opinie

20/06/17 om 17:36 - Bijgewerkt op 21/06/17 om 10:41

'Brussel betaalt nu de prijs voor gebrek aan daadkracht toen zesde staatshervorming onderhandeld werd'

'Kan de bestuurlijke crisis van vandaag de katalysator zijn voor een 'Brusselse lente'. Een lente van vernieuwing, verandering én hervorming', zo vraagt Jan Cornillie (SP.A) zich af.

'Brussel betaalt nu de prijs voor gebrek aan daadkracht toen zesde staatshervorming onderhandeld werd'

Een zonnige dag in Brussel. © REUTERS

Op weg naar huis fiets ik elke dag langs het Bethlehemplein in Sint-Gillis. Daar spelen het hele jaar door kinderen uit de buurt. Bij warm weer - zoals nu - toveren de fonteinen dat plein om tot een openluchtzwembad. Het is een voorbeeld van een kleine stadsverbetering die een groot verschil maakt voor kinderen zonder tuin. En elke keer ik daar passeer, flitst het door mijn hoofd: het is op plaatsen zoals dit dat de toekomst van Brussel wordt gemaakt. En het is aan ons om die toekomst mogelijk te maken.

Onze hoofdstad gaat dezer dagen niet alleen gebukt onder het warme weer, maar ook onder een diepe vertrouwenscrisis. In de nasleep van het Samusocial-schandaal werd het Brusselse bestuurskluwen tegen het daglicht gehouden: duizenden mandaten in vzw's en stadsbedrijven, een record aantal politici verdeeld over 19 gemeenten, 6 politiezones, één gewest, twee gemeenschappen en drie gemeenschapscommissies. Er zijn er maar weinigen die dat uitgelegd krijgen. Het is mijn overtuiging dat Brussel vandaag de prijs betaalt voor het gebrek aan daadkracht enkele jaren geleden, wanneer de zesde staatshervorming op tafel lag en onderhandeld werd. Een hoofdstuk Brussel kwam er toen niet aan te pas, omdat partijen zichzelf verloren in een stellingenoorlog. De vraag is of de bestuurlijke crisis van vandaag de katalysator kan zijn voor een Brusselse lente. Een lente van vernieuwing, verandering én hervorming.

Delen

'Brussel betaalt nu de prijs voor gebrek aan daadkracht toen zesde staatshervorming onderhandeld werd'

Om die vraag te beantwoorden, neem ik u graag mee terug in de tijd, meer precies naar de kerstvakantie van 2010. Het land zat al weken zonder regering en Johan Vande Lanotte was pas aangesteld tot 'koninklijk bemiddelaar'. Zijn belangrijkste taak? De contouren van een nieuwe staatshervorming scherp krijgen. Ik maakte deel uit van zijn team dat zich boog over verschillende scenario's voor de financieringswet, de splitsing van BHV en een pakket aan over te hevelen bevoegdheden. Enkele maanden later eindigde Johans mandaat met de gevleugelde woorden "Je kunt het paard naar het water brengen, maar je kunt het niet doen drinken".

Maar wat toen en ook later onder de radar bleef was dat we het Brusselse paard zelfs niet naar het water hadden kúnnen brengen. Elk Brussels scenario voor voor transparantie en vereenvoudiging, werd telkens vakkundig gecounterd met een onmogelijke tegeneis. Het enige wat overbleef, waren kruimels zoals een coördinerende bevoegdheid voor de Brusselse minister-president inzake veiligheid of een gezamenlijk parkeerbeleid voor het hele gewest.

Communautaire machtsbalans

De reden waarom het maar niet wou lukken, is samen te vatten onder één noemer: de communautaire machtsbalans in Brussel. Zo bestempelen Franstaligen de klassieke Vlaamse eis om bevoegdheden van gemeenten over te hevelen naar het Brusselse Gewest, al decennialang als een poging tot machtsgreep. In de gemeenteraad hebben de Brusselse Vlamingen immers geen gegarandeerde aanwezigheid, wat wel zo is in het Gewest. Daartegenover staat dat Franstaligen maar al te graag gemeenschapsbevoegdheden (zoals jeugd- en ouderenzorg) willen regionaliseren, maar dat willen Vlamingen dan weer niet omdat die bevoegdheden nu niet gedeeld worden met Franstaligen. Dat leidt tot een complexiteit die het Vlaamse efficiëntie-argument fors relativeert. Zo leidde dat verschil in visie ertoe dat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (eigenlijk de Brusselse regering met dubbele handtekening en het Brusselse parlement met meerderheid in beide taalgroepen) in het begin van de onderhandelingen zou worden afgeschaft, maar op het einde van de rit de grootste bevoegdheid kreeg, met name de kinderbijslag. De reden? Kinderbijslag moest - vooral voor CD&V - een gemeenschapsbevoegdheid blijven.

Toekomstvisie van de PS op Brussel?

Die jarenlange stand still, die jarenlange weigering langs elke kant om ook maar één beslissende stap te zetten, leidt tot een enorme complexiteit. En het is precies in die complexiteit dat de PS de afgelopen zijn macht vestigde. Want of je het nu wil of niet: behalve de PS is er geen enkele politieke formatie die de machine heeft om beleid doorheen deze vele bestuurslagen uitgevoerd te krijgen. Het drama is dat net bij die PS ook maar een begin van een toekomstvisie op de stad ontbreekt. Brussel heeft 100 vzw's en instellingen en elk weekend wel ergens een groot evenement, maar een plan? Not really. En vergis u niet: de MR of een andere Franstalige partij heeft die evenmin. Wallonië heeft het Marshall plan. Brussel heeft gewoon geen plan.

En hier staan we dan, zomer 2017 en diepe crisis. Terwijl Brussel economisch wegzinkt, demografisch explodeert en sociaal versplintert, overtreft de traagheid van de hervormingen die van de dagelijkse files. Daarom doe ik een dringende oproep om de klassieke paden verlaten. Daarbij kunnen vier nieuwe stelregels helpen de basis te vormen voor een modern gerunde wereldstad:

  1. Morrel niet aan de grenzen. Brussel is een kernstad, maar ook een agglomeratie van meer dan 2 miljoen inwoners. Beschouw Brussel als een volwaardig en autonoom stadsgewest, met een eigen statuut en financiering, net zoals Duitse stadstaten als Berlijn of Hamburg.
  2. De toekomst van Brussel is niet langer Vlaams en/of Franstalig, maar ook Europees. Europese burgers identificeren zich niet met de gemeente waar ze wonen, maar met Brussel als één geheel. In de stad Elsene bijvoorbeeld stemt straks nog amper de helft van de bevolking - vooral het oudere deel - omdat de rest niet mag (niet EU) of geen zin heeft (EU-onderdanen). Maak dus plaats voor Europeanen met een gegarandeerde vertegenwoordiging in het Brussels Gewest.
  3. Geef datzelfde stadsgewest een uitgebreide en unieke regie-bevoegdheid om armoede, arbeidsmarkt, radicalisering en terreur aan te pakken. Want het probleem is niet zozeer de veelheid aan onderwijsverstrekkers of het aantal deradicaliseringsdiensten in de gevangenissen. Het probleem is het gebrek aan eindverantwoordelijkheid, met navenant gebrekkig eindresultaat.
  4. Mobiliseer de Brusselaars met burgerparticipatie en gewestelijke referenda over belangrijke stedelijke vraagstukken. Het Brussel-gevoel bouw je niet met jaarlijkse Iris-feesten alleen, maar door inwoners te betrekken en samen te beslissen.

Het Brussel van de toekomst, is het Brussel van de kinderen die zich deze week te pletter amuseren op het Bethlehemplein in Sint-Gillis. Het is een dooddoener, maar meer dan ooit waar: "Never waste a good crisis." Dit moment, dit kantelpunt, mogen we absoluut niet laten passeren. Al in 2003 lanceerde Pascal Smet "één gewest, één stad". Ondertussen is er onder Vlaamse partijen grote consensus voor één stad, een politiezone, één OCMW. Nu is het zaak om de Franstalige partijen over de brug te trekken. Om het met Yves Desmet te zeggen: we moeten het onvermijdelijke mogelijk maken in Brussel. Anders zullen we door diezelfde kinderen enkel herinnerd worden als een generatie die Brussel in de steek liet. Het laatste wat ik dan wil, is over 20 jaar uitleggen waarom.

Onze partners

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info