BP moet kosten voor olieramp grotendeels zelf dragen

27/01/12 om 14:41 - Bijgewerkt om 14:41

(Belga) Het Britse olieconcern BP heeft een nederlaag geleden in zijn poging om de kosten van de door het bedrijf zelf veroorzaakte olievervuiling in de Golf van Mexico op zijn vroegere partners te verhalen. Een Amerikaanse rechtbank oordeelde donderdagavond dat de Zwitserse exploitant Transocean van het beschadigde olieboorplatforrm Deepwater Horizon slechts gedeeltelijke schuld treft.

Volgens het contract tussen BP en Transocean is vooral het Britse olieconcern verantwoordelijk voor het opruimen van de smurrie en de daaraan gekoppelde economische schade. BP is daarentegen niet aansprakelijk voor schadeclaims, burgerlijke klachten of boetes tegen Transocean. Transocean zag zich in zijn stelling bevestigd. BP wees er op dat Transocean er niet heelhuids vanaf komt. "Transocean kan zich niet van zijn verantwoordelijkheid voor het ongeval onttrekken", luidde het in een mededeling van BP vrijdag. BP heeft intussen al meer dan 7,8 miljard dollar betaald voor de bestrijding van de olievervuiling. Het aandeel Transocean schoot tijdens de vroege handel aan de Zwitserse beurs met acht procent de hoogte in. De effecten van BP daarentegen geraakten in Londen onder druk. De kosten voor de olievervuiling worden op circa 40 miljard dollar geraamd. BP probeert die tenminste voor een deel op zijn partners af te schuiven. Daartoe behoort ook de Amerikaanse dienstverlener aan de olie- en gasindustrie Halliburton, die BP destijds had ingehuurd op het boorgat in de zeebodem te cementeren. De Britten verwijten het Amerikaans bedrijf dat de cementmix die toen werd gebruikt verkeerd was. (MARK RALSTON)

Onze partners