Bom onder gerechtelijk BHV-akkoord

06/08/13 om 07:19 - Bijgewerkt om 07:19

(Belga) Vlamingen en Franstaligen moeten hun wankele akkoord over de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde heronderhandelen. Dat schrijft De Tijd vandaag.

Al in oktober 2011 doken de eerste onheilsberichten op dat het akkoord over de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV gebaseerd was op foute statistieken. Het BHV-akkoord bepaalde dat in de toekomst nog maar 20 procent van de Brusselse rechters Nederlandstalig zou zijn en de rest Franstalig. Terwijl nu een op de drie rechters in Brussel Nederlandstalig is. Hoewel in de volgende maanden pijnlijk duidelijk werd dat bij de onderhandelingen domweg foute cijfers waren gebruikt en er inderdaad meer dan 20 procent Nederlandstalige rechters nodig waren, wilden de Franstalige partijen geen letter meer veranderen aan het akkoord. Het advieskantoor KPMG kreeg in juli vorig jaar van de minister van Justitie, Annemie Turtelboom (Open Vld), de opdracht om de werklast bij de Brusselse rechters te meten. Op basis van welingelichte bronnen meldt De Tijd nu dat de rapporten van KPMG besluiten dat er bijvoorbeeld bij de arbeidsrechtbank 34 procent Nederlandstalige rechters nodig zijn. Als het BHV-akkoord voorzag in 5 Nederlandstalige arbeidsrechters zouden dat er volgens KPMG 12 moeten zijn. Dat is zelfs meer dan de huidige 9 Nederlandstalige arbeidsrechters in Brussel. Bij de Brusselse rechtbank van eerste aanleg - de grootste rechtbank- besluit KPMG dat de burgerlijke afdeling ruim 35 procent Nederlandstalige rechters moet krijgen. En voor de hele rechtbank van eerste aanleg houdt KPMG het op 29 procent Nederlandstaligen, dus ook meer dan afgesproken. (Belga)

Onze partners