Besmetting hiv sneller bij genetisch gelijkende partners

18/12/12 om 10:37 - Bijgewerkt om 10:37

(Belga) Seksuele overdracht van hiv verloopt sneller als de partners genetisch meer op elkaar gelijken. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Tropische Geneeskunde en het Universitair Ziekenhuis Brussel bij met hiv besmette paren uit Dakar.

Bij orgaantransplantatie geldt dat hoe meer genetische overeenkomsten er tussen donor en patiënt zijn, hoe kleiner de kans is dat een getransplanteerd orgaan wordt afgestoten. Eenzelfde wetmatigheid blijkt nu ook te gelden bij de overdracht van hiv tussen seksuele partners. Onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) en het Universitair Ziekenhuis Brussel (UZB) vergeleken paren met slechts één hiv-positieve partner, die vaak jarenlang onbeschermde seks hadden, met paren waarin wel een hiv-besmetting had plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat het afweersysteem van partners die genetisch sterk verschillen, de lichaamsvreemde cellen sperma en vaginaal vocht afstoten, inclusief hiv-besmette cellen. Bij grotere genetische overeenkomst volgt er geen afstoting en kan het virus overgedragen worden.De genetische verschillen bevonden zich specifiek op het gebied van de HLA-genen (human leukocyt antigen) en KIR-genen (killer immunoglobulin-like receptor) die samen natuurlijke killercellen aansturen. Die cellen hebben een snelle afweerreactie tegen zowel lichaamsvreemde als virus-besmette cellen."Zowel variatie in eigenschappen van het virus als van mensen zijn van belang voor de mate van vatbaarheid voor hiv," zegt onderzoeker Wim Jennes. "Dit onderzoek verschaft belangrijke nieuwe inzichten in hiv-overdracht die kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van nieuwe, beschermende therapieën. Die zijn niet gericht op het virus maar tegen de cellen van de hiv-positieve partner." (DLA)

Onze partners