Belgische minister brengt 36 euro per inwoner naar eigen provincie

15/11/11 om 18:19 - Bijgewerkt om 18:19

Een nieuwe VIVES-studie leert dat ministers financiële transfers naar hun kiezers in de provincies leiden. Eén minister kan per inwoner een verschil van 36 euro per jaar uitmaken.

Belgische minister brengt 36 euro per inwoner naar eigen provincie

© Photo News

Een nieuwe VIVES-studie leert dat ministers financiële transfers naar hun kiezers in de provincies leiden. Eén minister kan per inwoner een verschil van 36 euro per jaar uitmaken.

'In ons land is nog nooit een globale analyse van de financiële transfers via de belastingen en de sociale zekerheid gemaakt.' Dat zegt econoom Geert Jennes. Hij en zijn collega Damiaan Persyn van het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving (VIVES - K.U. Leuven) keken daarom verder dan de sociaaleconomische verklaringen voor die transfers. Ze onderzochten of ook de politiek invloed heeft.

Jennes en Persyn speurden concreet naar de relatie tussen financiële transfers (via de personenbelasting en de sociale uitkeringen) en de aanwezigheid van parlementsleden van de meerderheid en van ministers in de federale regering. Ze deden dat voor drie regeringen in de periode 1995-2008: eerst Dehaene II (rooms-rood), en vanaf 1999 Verhofstadt I (paars-groen) en II (paars).

Voor hun analyse drukten Jennes en Persyn de ministeriële vertegenwoordiging van de provinciale kieskringen in de federale regering uit in een aanwezigheid per één miljoen kiezers. Dat geeft bijvoorbeeld uitschieters in positieve zin voor Luxemburg tussen 1995 en 2004, voor Waals-Brabant tussen 1999 en 2005, voor Brussel tussen 2000 en 2004 en voor Limburg in 1999 en 2000. Antwerpen had enkel in Dehaene I een minister. Henegouwen speelde van 2000 tot 2002 even onder zijn gewicht.

Al die bewegingen binnen de federale regering werden getoetst aan de evolutie van de financiële transfers, per provincie en tussen de provincies. Vooral Waals- en Vlaams-Brabant waren netto bijdragers, terwijl Henegouwen, Luik, Luxemburg en Namen ook ontvangers waren. Aan Vlaamse zijde waren West-Vlaanderen en Limburg ook ontvangers, maar in zeer beperkte mate.

Is er dan een verband tussen de evolutie in de financiële transfers en de politiek? Niet als gekeken wordt naar de invloed van parlementsleden van de meerderheid, aldus Jennes en Persyn. Maar duidelijk wél als ministers in beeld komen. Zo blijkt dat een provinciale kieskring tussen 12 en 36 euro per jaar en per inwoner meer ontvangt voor elke federale minister uit die kieskring. En dat jaar na jaar, zolang een regering aan de macht is. Opmerkelijk is dat Franstalige ministers een grotere transfer naar hun kieskring weten te organiseren dan Nederlandstalige. Bij hen is dat 26 euro per inwoner per jaar hoger dan bij de Nederlandstalige ministers.

Jennes: 'Onze vaststelling is uniek en tegelijk zorgwekkend. Vanuit democratisch oogpunt, omdat parlementsleden geen invloed op transfers uitoefenen en ministers dat blijkbaar wél doen om kiezers te behagen en hun kansen op herverkiezing te vergroten. Maar ook natuurlijk omdat het bij belastingen en sociale uitkeringen gaat over impliciete transfers van zeer grote bedragen en omdat een dergelijke geografische sturing van die transfers door de politiek niet goed is.' (PAM)

Geert Jennes en Damiaan Persyn, Explaining the distribution of fiscal transfers between Belgian regions: the effect of political representation, Leuven, VIVES-paper nummer 25.

Lees meer over:

Onze partners