Belgische kankerpatiënten sterven minder vaak thuis dan Nederlandse

26/01/12 om 15:11 - Bijgewerkt om 15:11

(Belga) Een op de drie kankerpatiënten in België sterft thuis. Dat is opvallend minder dan in Nederland, waar dat aantal rond de zestig procent ligt. Dat blijkt uit een studie van de onderzoeksgroep "Zorg rond het Levenseinde" van de VUB en de UGent, die in het vaktijdschrift Journal of Clinical Oncology is verschenen.

Uit het wetenschappelijk onderzoek van Koen Meeussen en professor Luc Deliens blijkt dat zowel in België als Nederland meer dan 90 procent van de patiënten het grootste deel van het laatste levensjaar thuis kan doorbrengen. Maar uiteindelijk sterft in België 34 procent van de patiënten thuis, 29 procent in het ziekenhuis, 24 procent in een palliatieve zorgeenheid en 12 procent in het rusthuis. Dat is een opmerkelijk verschil met Nederland, waar 59 procent thuis stierf en 19 procent in het ziekenhuis. Ook blijkt uit het onderzoek dat gespecialiseerde palliatieve zorg in ons land veel vaker wordt ingezet. Zo kreeg 72 procent van de Belgische patiënten dergelijke zorg in de laatste levensfase, tegenover 34 procent bij onze noorderburen. Tot slot blijken de Belgische patiënten tijdens hun laatste levensmaand minder vaak met hun huisarts te hebben gesproken over een aantal problemen en aspecten die verband houden met hun ziekte. Tijdens die gesprekken kwamen in beide landen vooral de fysieke problemen aan bod (49 procent in België en 78 procent in Nederland). De Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde verzamelde voor het onderzoek gegevens over 321 personen in België die stierven ten gevolge van kanker en waarbij het overlijden niet onverwacht was. De bevindingen werden vergeleken met gegevens uit Nederland, die op een identieke manier verzameld werden. (KAV)

Onze partners