Bruno Tuybens (SP.A)
Bruno Tuybens (SP.A)
Federaal volksvertegenwoordiger SP.A
Opinie

07/12/13 om 06:42 - Bijgewerkt om 06:42

België wil graag nog een klein beetje verder folteren

Niet dat ons land nog de middeleeuwse folterkamers van het Gravensteen frequenteert, maar volgens de VN moet elke zweem van onterende of onmenselijke behandeling of bestraffing de wereld uit. En gelijk heeft ze, wat mij betreft.

België wil graag nog een klein beetje verder folteren

© Belga

België foltert. Althans volgens de ruime interpretatie van het Anti-Foltercomité van de Verenigde Naties. Het is geen gevoel waar je als burger van dit land wil aan wennen. Laat staan dat je parlementslid bent van dat land. Niet dat ons land nog de middeleeuwse folterkamers van het Gravensteen frequenteert, maar volgens de VN moet elke zweem van onterende of onmenselijke behandeling of bestraffing de wereld uit. En gelijk heeft ze, wat mij betreft.

In de tweejaarlijkse controle-onderhoud, dat wordt voorbereid in samenwerking met relevante niet-gouvernementele organisaties, werd ons land geconfronteerd met 24 sterke aanbevelingen over diverse onderwerpen, slechts over een handvol elementen kon het Comité zich verheugd noemen. Erger wordt het als blijkt dat diverse aanbevelingen niet voor het eerst werden geformuleerd.

Vandaar dat 14 officiële vragen werden gelanceerd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Over andere aangeraakte onderwerpen, zoals de naaktfouilles, werden de vragen voorlopig ingehouden omdat ik nog maar recentelijk over deze thema's had gesproken. Minister Turtelboom antwoordde geduldig en uitgebreid op mijn vragen. Maar de kritische ondertoon van mijn vragen zal haar niet ontgaan zijn.

Zo is o.m. het klachtrecht in gevangenissen nog niet geregeld. En dat is toch wel opmerkelijk. De Wet van 12 januari 2005 (bijna negen volle jaren geleden) zet een klachtrecht ten aanzien van een onafhankelijke instantie op, maar de wet wordt slechts gefaseerd in werking gezet, met de klachtenbehandeling als laatste fase. Minister Turtelboom verschuilt zich achter het aantal artikelen van de basiswet en de verregaande organisatorische verplichtingen die de inwerkingtreding met zich mee brengt. Maar bijna negen volle jaren, althans dat is mijn stellige overtuiging, heeft ons land vooral blijk gegeven van een complete desinteresse voor het klachtrecht van gedetineerden. Het is goed dat een instelling als het VN-comité ons daar nog eens op attendeert, maar het schaamrood op de wangen zou toch groot moeten zijn.

Voor de tweede maal uitte het VN-Comité haar bezorgdheid dat ons land geen voldoende systeem heeft om elk slachtoffer van foltering of onaanvaardbare behandeling zijn/haar recht op herstel zou mogen uitoefenen, of mogen gebruik maken van de nodige middelen tot volledig eerherstel. Ons land slaagt er naar verluidt ook niet in om de VN van cijfermateriaal te voorzien van het aantal (ingewilligde) eisen tot schadevergoeding. Volgens onze Justitieminister staan er echter voldoende instrumenten ter beschikking van slachtoffers van misdrijven, dus ook van foltering, en verder dan dat er sinds 2010 minstens 16 dossiers zijn geweest waarin sprake is van foltering, onmenselijke of onterende behandeling, komt onze Minister niet. Een aandachtspunt, zeker om na te gaan hoe de meting in andere landen gebeurt. Bovendien bestaat de indruk dat ongeoorloofd politieoptreden nog altijd met een erg grote mantel der liefde wordt gedekt in ons land...

Verder was er, ook niet voor het eerst, de door ons land gebruikte definitie van foltering en wrede, onmenselijke of interende behandeling of bestraffing, zoals voorzien in art. 417bis van het Strafwetboek. De Verenigde Naties ziet die liever omgevormd naar de definitie die ze zelf wereldwijd hanteert, omschreven in art. 1 van het VN-Verdrag tegen Folteren. Maar Minister Turtelboom vreest juist dat de limitatieve opsomming van specifieke categorieën van daders erop zou neerkomen dat degenen die niet worden vermeld niet strafbaar zouden zijn, wat zou leiden tot een lagere bescherming van de slachtoffers. Onderzoek en contactopname met de VN moet klaarheid scheppen terzake.

Ook inzake kinderen en jongeren ontspint zich een serieus debat over de bezorgdheid van de VN dat ons land nog steeds 16- en 17-jarige plegers van misdrijven in bepaalde omstandigheden -en veelal met de nodige vertraging- berecht worden in tribunalen van volwassenen, incl. de opsluiting in hun detentiecentra. Dit is niet conform het Kinderrechtenverdrag. Als antwoord op deze aanbeveling stelt de Minister dat er in ons land een wettelijke basis is om dit te doen (het zou pas erg zijn indien dit niet het geval zou zijn geweest) en dat het jeugdsanctierecht vanaf 1 april 2014 naar de gemeenschappen wordt verschoven. Bovendien staat de oprichting van een familie- en jeugdrechtbank (september 2014) in de steigers. Hier vind ik het antwoord van de Minister ruim ontoereikend. Als de internationale gemeenschap van elke lidstaat verlangt dat min-18-jarigen via een aparte procedure worden berecht, moet ons land zich hieraan houden, ook al wordt het jeugdsanctierecht gecommunautariseerd. Daar is de Minister niet op ingegaan. Voer voor verdere discussie.

Ook weigert ons land lijfstraffen of de 'pedagogische tik' specifiek strafbaar te stellen, ook al zijn er voldoende andere strafbaarstellingen die zouden toelaten op te treden tegen dergelijke handelingen. Minister Turtelboom wil de zaak 'holistisch' blijven benaderen. We kunnen er uiteraard niet tegen zijn dat naast repressie ook preventieve acties worden ondernomen, maar ik heb de Minister wel aangeraden om de wetgeving in ons land bij wijze van oefening te vergelijken met de ons naburige landen, zodanig dat de voor- en nadelen van het ontbreken van een specifieke strafbaarstelling kunnen worden beoordeeld.

Vervolgens wil het Comité dat de recente Salduz-wetgeving van 2011 aangepast wordt aan de geldende internationale normen. Het is een doorn in het oog van de VN dat ons land weigert fundamentele juridische garanties te geven aan een opgepakte verdachte. Zo gaat het recht op toegang tot een advocaat pas in wanneer de eerste ondervraging start en niet vanaf het eerste moment van de vrijheidsberoving. Ook de tijdsduur van een vertrouwelijk gesprek met de advocaat is beperkt tot 30 minuten. Hier geeft Minister Turtelboom m.i. wel een geloofwaardig antwoord. Ons land heeft een veel kortere arrestatietermijn (24 uur) ten opzichte van vele andere landen, bovendien zegt het Grondwettelijk Hof dat de 30 minuten spreektijd op een flexibele manier moet worden ingevuld, rekening gehouden met de concrete omstandigheden en voor zover het eerbiedigen van de termijn van 24 uur geen problemen stelt.

De Verenigde Naties vraagt ook uitdrukkelijk meer informatie over de gerechtelijke behandeling van de dood van Jonathan Jacob. Het onderzoek naar de dood, klaarblijkelijk veroorzaakt door het hardhandig optreden van politieambtenaren, is nog niet afgerond. Het is wachten op het eindrapport en de eerste zitting van de Kamer van Inbeschuldigingstelling.

Dan is er nog het dossier van de overbevolking van de gevangenissen. Mensonterende toestanden, zegt de VN, en gelijk heeft ze. Door nieuwbouwprojecten in Marche-en-Famenne (open sinds oktober 2013), Beveren en Leuze komen tegen de zomer van volgend jaar bijna 1.000 plaatsen bij. Daarnaast wijst de Minister naar een intensievere samenwerking met DVZ, maatregelen om buitenlanders hun straf te laten uitzitten in hun land van oorsprong en de enkelband. Verhoogde controle op de toepassing ervan zorgt voor een dalend faalpercentage van 14 naar 9%. Ik vind dit antwoord ontoereikend. Ik vroeg de Minister tegen de zomer van 2014 de hele overbevolking (zo'n 2.000 personen) volledig weg te werken. Vanuit de nood om menswaardigheid. Als de regering er in slaagt om asielzoekers op hotelkamers te laten verblijven (nu is dit voorbij), moet het ook mogelijk zijn om bv. leegstaande legerkazernes om te bouwen of andere maatregelen te nemen om deze humanitaire mistoestand weg te werken. Vandaag nog zijn er detentiecentra met 50% overbevolking, eenpersoonskamers waar drie gedetineerden moeten samenhokken. En dan hebben we het nog niet over de naar schatting 1.100 geïnterneerden gehad. Ons land werd al veroordeeld door een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in januari 2013. Bovendien: iIs er voldoende budget om de zorg voor deze mensen te voorzien?

De ratificatie, door ons land, van het Optioneel Protocol bij het VN-Verdrag tegen Foltering en andere wrede, onterende of onmenselijke behandeling of bestraffing (kortweg: OPCAT) is gezien onze institutionele context een complex gegeven. Maar als wij politici dit institutionele kader hebben uitgetekend, mogen we dit niet als een argument gebruiken om de niet-ratificatie, al zo veel jaren lang, te verantwoorden. Daarnaast, zegt de Minister, zijn er de vele bestaande instellingen, zoals het Centrum voor Gelijke Kansen en de Bestrijding van discriminatie en racisme, het Comité P, de federale ombudsman e.d. Er moet rekening gehouden worden met hun mandaten, structuren en bevoegdheidsniveaus. Dit wil alleen maar zeggen dat wij het nodeloos ingewikkeld hebben gemaakt. Plus dat ons land niet gebruik heeft gemaakt van de op zilveren schaaltje aangeboden opportuniteit dat het VN-Comité al een tijdje vraagt naar de ratificatie van het OPCAT, inclusief de oprichting van een onafhankelijke mensenrechtenkoepel, dat één en ander zou kunnen stroomlijnen in dit institutioneel ingewikkeld land. Al onze buurlanden hebben het al, België niet. De argumentatie van de Minister is dus absoluut ontoereikend en getuigt van te weinig interesse, kennis en dynamisme om hiervan werk te maken.

Om dit overzichtje te eindigen met dat mensenrechteninstituut. Officieel beargumenteert de Minister van Justitie dat er aan gewerkt wordt. Onze ervaring is wel totaal verschillend: de werkgroep komt gewoon niet langer samen. Bovendien probeerde Minister Turtelboom minstens de indruk te wekken dat meer van haar collega Milquet, als Minister van Gelijke Kansen, mag worden verwacht. Een regelrecht zwaktebod. Ondertussen werden zeer recentelijk diverse verdragen en protocols geratificeerd, o.m. over het huispersoneel en de kinderrechten, waarbij klachtenmechanismen worden opgezet. Best is ook hier dat deze onder de koepel organisch zouden kunnen groeien. Ten einde raad ben ik zelf maar in de pen gekropen en heb een wetsvoorstel ingediend om een aanvang te nemen met een dergelijke koepel, om het twee jaar de kans te geven met de bestaande relevante instellingen in ons land samenwerkingsverbanden te officialiseren. Moet het toch wel lukken zeker dat één van de partijen die de bespreking liever niet op de agenda geplaatst ziet, de partij van de Minister van Justitie is?

Lees meer over:

Onze partners