België kan zijn bevolking niet meer tellen

03/08/10 om 11:28 - Bijgewerkt om 11:28

Flink wat instellingen zitten tandenknarsend op nieuwe bevolkingscijfers te wachten.

België kan zijn bevolking niet meer tellen

© PhotoNews

De statistische dienst van de Belgische overheid heeft al sinds januari 2008 geen gedetailleerde bevolkingscijfers meer afgeleverd. De frustratie groeit, maar een oplossing is nog niet meteen in zicht.

Van 1 januari 2008 dateren de meest recente detailgegevens van de Belgische demografie. Flink wat instellingen blijken tandenknarsend op recentere cijfers te zitten wachten. Die moeten komen van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI), die de basisgegevens van het Rijksregister verwerkt, anoniem maakt, en uitsplitst per stad en regio.

ADSEI miste echter in januari 2009 en 2010 die jaarlijkse afspraak. Eerst door een aanslepende aanvraag bij de privacycommissie, die pas op 18 januari 2010 in orde kwam, en vervolgens naar eigen zeggen door een falend ICT-systeem en personeelstekort.

"Hoelang de verwerking nog kan duren, weten we niet. We hopen wel dat we voor eind 2010 met de cijfers van januari 2009 kunnen komen", klinkt het.

ADSEI probeerde de groeiende kritiek te counteren door Eurostat, het Europese statistische bureau, snel wat basiscijfers over het nationale niveau door te spelen, zegt demograaf Johan Surkyn (VUB). "Dat kon daarom na een eigen berekening uitpakken met het bericht dat ons land 10,827 miljoen inwoners telde in januari 2010, een groei van 0,71 procent. Maar er zijn geen afzonderlijke cijfers om dat alles te verifiëren. En voor meer gevorderd demografisch onderzoek zijn de gedetailleerde en lokale cijfers van ADSEI noodzakelijk."

Fondsen
Niet enkel de wetenschappers hebben er zo stilaan genoeg van. Diverse politiediensten weten ook graag hoe de bevolking evolueert, net zoals de steden en de gemeenten. Die laatste krijgen ook jaarlijks geld uit het Vlaams Stedenfonds en het Vlaams Gemeentefonds, en de verdeling daarvan moet deels gebeuren op basis van ADSEI-cijfers over hun inwonersaantallen. Wie hoeveel krijgt, ligt sowieso gevoelig, en dat dit nu op basis van verouderde gegevens gebeurt, zorgt voor zenuwachtigheid op de bevoegde Vlaamse kabinetten van Freya Van den Bossche (SP.A, Steden) en Geert Bourgeois (N-VA, Binnenlands Bestuur).

"Voor de verdeling van 2010 zijn opnieuw die cijfers van januari 2008 gebruikt", zegt de woordvoerder van Van den Bossche. "De verdeling 2011 wordt eind dit jaar gemaakt, dus een oplossing wordt nu echt wel dringend." Ook bij de Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) groeit de ergernis. "Voor een veertigtal gemeenten spelen de inwonersaantallen een aanzienlijke rol in de verdeling van het geld uit het Gemeentefonds", zegt Jan Leroy, specialist gemeentefinanciën bij de VVSG. "Denk aan de centrumsteden en de kustgemeenten. De demografische schommelingen zullen allicht nog niet zo groot zijn dat ze echt grote bedragen mislopen, maar het is toch betreurenswaardig dat het niet correct kan. En er komen gemeenteraadsverkiezingen aan in 2012. Op 1 januari van dat jaar wordt op basis van de recentste inwonersaantallen al beslist hoeveel raadsleden en schepenen elke gemeente krijgt. Als de ADSEI tegen die tijd niet weer bij is met de cijfers, komen er echt problemen van. Want een mandaat meer of minder, daar lachen lokale politici niet mee, natuurlijk."

Achter het hele verhaal zit ook nog een ander probleem, stelt Johan Surkyn. "ADSEI is al jaren onderbemand. En nog erger is dat het ondergebracht is bij de FOD Economie. Statistiek is daar geen prioriteit, de ICT-problemen van ADSEI dus ook niet. Nergens in Europa worden statistische diensten nog zo betutteld als bij ons. De meeste zijn gewoon onafhankelijke instituten, met eigen mensen en middelen, die veel sterker presteren. Die afhankelijkheid van ADSEI is niet alleen praktisch, maar ook puur principieel fout. Want hoe kun je nu cijfers produceren waarmee men het beleid kan evalueren, over migratie bijvoorbeeld, als je zelf voor de overheid werkt?"

Thomas Verbeke

Lees meer over:

Onze partners