'Belastingvrijstelling FIFA ongrondwettig'

09/08/10 om 20:03 - Bijgewerkt om 20:03

Dat zegt hoogleraar belastingrecht Axel Haelterman in een reactie op een toezegging van de federale regering aan de FIFA.

De Belgische regering wil de FIFA vrijstellen van btw en inkomstenbelasting om het wereldkampioenschap voetbal in 2018 naar ons land te halen. 'Dat is in strijd met grondwettelijke principes en Europese regels', waarschuwt hoogleraar belastingrecht Axel Haelterman.

In het 'bidbook' dat Nederland en België indienden om het wereldkampioenschap voetbal in 2018 naar beide landen te halen, wordt toegezegd dat de Wereldvoetbalbond FIFA vrijgesteld wordt van belastingen en btw. Hierover ontstond heel wat commotie: hoe is die toezegging te verantwoorden in tijden van economische crisis en overheidsbesparingen?

Bovendien zijn er ook wettelijke bezwaren, zegt Axel Haelterman. De hoogleraar belastingrecht aan de K.U.Leuven en advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer wijst erop dat 'volgens de grondwet (art. 172) het verlenen van een vrijstelling van btw en inkomstenbelasting enkel kan worden ingevoerd door een wet. En zo'n specifieke vrijstellingswet moet voldoen aan de vereiste van het gelijkheidsbeginsel. Het is uitgesloten wettelijk een vrijstelling in te voeren voor één specifieke privéorganisatie, bijvoorbeeld de FIFA. Dan zou men vrijstelling moeten verlenen aan 'alle internationale verenigingen die periodieke internationale events organiseren op sportief of cultureel vlak en die daarvoor België als gastland kiezen voor een specifiek jaar'.

Zo'n vrijstelling voor de FIFA is dus in strijd met de grondwet. Elke Belgische belastingbetalende burger zou de geldigheid van zo'n wettelijke vrijstelling kunnen aanvechten bij het Grondwettelijk Hof, dat naar alle waarschijnlijkheid tot de vernietiging van een dergelijke vrijstelling zou overgaan.'

Kun je zo'n fiscale vrijstelling niet op een 'creatieve manier' doorvoeren? 'Je kunt inderdaad trachten de administratie een beslissing te laten nemen waarbij men de regels zo toepast dat er een feitelijke vrijstelling uit zou voortvloeien. Maar voor de btw en inkomstenbelastingen is dat zeer moeilijk. Men zou dan bijvoorbeeld moeten beslissen dat de organisatie van de wereldbeker in België maar weinig aanknopingspunten heeft met het Belgische grondgebied, zodat België de FIFA niet aan inkomstenbelastingen kan onderwerpen. Maar dat zou onaanvaardbaar en wellicht onwettig zijn. Zeker als men weet dat een buitenlandse atleet die één dag in België aan een wedstrijd deelneemt, daarvoor al in België belastingen betaalt.'

'Er is nog een andere mogelijkheid: België heft wel de gewone belasting, maar kent de FIFA daarna als beloning voor haar keuze een soort subsidie toe. Op die manier betaalt men de geheven belasting eigenlijk terug (die subsidie zelf zou dan niet belastbaar mogen zijn). Hier heeft de overheid al iets meer armslag, omdat het gaat over een budgettaire uitgave. Als die evenwel precies tot doel heeft de betaalde belasting terug te geven, dan lijkt een dergelijke subsidie mij ook onwettig. Wie direct geen vrijstelling mag geven, mag dat indirect ook niet doen', aldus Haelterman.

En dan botst de fiscale vrijstelling voor de FIFA ook nog eens met Europese regels, zegt Haelterman: 'De vraag is of het dan niet gaat over verboden staatssteun aan een private organisatie of sector. En een land mag slechts de vrijstellingen van btw geven die expliciet aanvaard worden in de Europese btw-richtlijn. Dus ook dat is een probleem.'

Haelterman besluit: 'Als de Belgische regering inderdaad de intentie heeft om de FIFA een vrijstelling van inkomstenbelasting en btw toe te kennen, is het nog maar de vraag of ze dat engagement ooit kan waarmaken. Ik hoor dat soortgelijke belastingvrijstellingen werden verleend toen in 2000 het Europees voetbalkampioenschap in België en Nederland werd gehouden, maar dat wil nog niet zeggen dat het wettelijk correct is. Hoe dan ook, het kernpunt is: een regering kan geen fiscale vrijstelling beloven of toekennen.'

Ewald Pironet

Onze partners