Apothekers willen zelfstandig substitueren

21/02/11 om 16:46 - Bijgewerkt om 16:46

Apothekers willen een wettelijk kader voor het geven van een alternatief voor een voorgeschreven geneesmiddel.

Apothekers willen zelfstandig substitueren

Meer dan negen op de tien Belgische apothekers (94,2%) vinden dat zij het recht zouden moeten hebben om zelfstandig geneesmiddelen te substitueren zonder dat ze daarvoor telkens weer contact met de voorschrijvende arts moeten opnemen. Dat blijkt uit een grootschalige enquête van het vakblad 'de Apotheker'. Nederlandstalige (94,10%) en Franstalige (90,50%) apothekers zijn het daarbij volkomen met elkaar eens.

België is een van de weinige landen waar substitutie niet mag. Als een (huis)arts een voorschriftje maakt en de apotheker heeft misschien wel het geneesmiddel in huis, maar niet van het voorgeschreven merk, dan mag hij het alternatief enkel aan de patiënt meegeven als hij daarvoor de toestemming heeft van de voorschrijvende arts. Anders moet hij het geneesmiddel bestellen en de patiënt verzoeken later nog eens terug te komen.

Zeker met de grote opkomst van de generieken - waarbij vaak een tiental merken dezelfde molecule op de markt brengt - is het voor apothekers een onmogelijke zaak geworden om van één molecule een hele reeks merken in huis te hebben. Tenzij de arts kiest voor een voorschrift op stofnaam (VOS) mag de apotheker op eigen initiatief geen alternatief meegeven.

Sommige apothekers hebben nu al een afspraak met de huisartsen in hun buurt dat ze bij bepaalde moleculen wél zelfstandig mogen substitueren. Artsen prefereren dàt boven dagelijks verschillende telefoontjes van apothekers te krijgen. De apothekers zelf zouden liever hebben dat dit in een wettelijk kader wordt ingeschreven.

Geen bevoegdheid
Het magazine 'de Apotheker' legde de Belgische apothekers zes voorbeelden uit het buitenland voor van bevoegdheden die de buitenlandse apotheker wél en de Belgische apotheker (nog niet) heeft. Substitueren was daar een van. Herhaalrecepten uitschrijven was een tweede. Ook hier zijn Nederlandstalige (66,60%) en Franstalige (60,30%) apothekers het met elkaar eens: meer dan zes op de tien vinden dat ze op eigen initiatief voor een beperkte termijn een geneesmiddel zouden mogen uitreiken. Denken we maar aan de pil bijvoorbeeld.

Als het gaat om vaccineren (in Portugal bijvoorbeeld mogen opgeleide apothekers het griepvaccin toedienen), vindt 65,8 procent van de Belgische apothekers dat dit buiten zijn bevoegdheid valt. En ook unieke apotheken waar altijd de wacht- en weekenddienst plaatsvinden - zoals in Nederland - kan minder dan een op de twee apothekers overtuigen (45%). De verplichting die in sommige landen geldt waarbij een patiënt voor een eigen, vaste apotheek moet kiezen waar zijn farmaceutisch dossier wordt bijgehouden, kan slechts bij minder dan een op de twee apothekers (45,6%) op bijval rekenen.

In sommige Europese landen is de tuchtrechtspraak van de respectievelijke Ordes volledig transparant: een apotheker die over de schreef is gegaan en bestraft, wordt met naam en toenaam bij de collega's bekendgemaakt. In België hebben apothekers toegang tot een geanonimiseerde site. Vooral de Franstalige apothekers (68,4%) zouden willen dat dit deel van de tuchtregeling veel transparanter is. De Nederlandstaligen (34,5%) zijn minder vragende partij.

Lees meer over:

Onze partners