Antwerpen in oorlog: het verhaal van Lode Wils

18/10/11 om 11:46 - Bijgewerkt om 11:46

De klasgenoten van emeritus hoogleraar Geschiedenis Lode Wils (82) hielden er wel erg uiteenlopende overtuigingen op na.

Stad in oorlog: zeven steden, zeven verhalen

'Ik heb dat ook meegemaakt.' Zo begonnen veel e-mailberichten en brieven van mensen die de voorbije maanden een van de Knack-stedenspecials over de Tweede Wereldoorlog hadden gelezen. En dan volgde meestal hun eigen relaas. Over honger en bombardementen, over een naargeestige of avontuurlijke kindertijd, over helden en verraders ook. Na al die jaren zijn ze het nog niet vergeten. Dat kunnen ze niet.

Maar niet alleen overlevenden van WOII blijven geboeid door die periode. Ook jonge mensen, die zijn opgegroeid met de verhalen van hun grootouders. Want ook zij beseffen heel goed dat de gebeurtenissen uit 1940-1945 nog altijd grote invloed hebben op de verhoudingen binnen families, dorpen en steden en zelfs binnen het hele land.

Omdat veel lezers ook lieten weten niet alleen geïnteresseerd te zijn in het wedervaren van hun eigen thuisstad, zijn alle plaatselijke edities nu gebundeld in Stad in oorlog, een magaboek met oorlogsverhalen uit Antwerpen, Gent, Brussel, Kortrijk, Brugge, Hasselt en Leuven. Daarin geven historici hun vaak verrassende visie op de oorlogsjaren en komen ook de getuigen zelf aan het woord. Zo tekenden we onder meer de herinneringen op van Lode Wils, Andries Van den Abeele en Marcel Storme. Fotografe Lies Willaert zocht het voorbije jaar dan weer plekken op die tijdens de Tweede Wereldoorlog het decor vormden voor historische foto's. Daar deed ze het werk van haar verre voorgangers nog eens over. Op dezelfde plek, vanuit hetzelfde camerastandpunt maar dan wel met de blik van iemand die pas vele jaren na de oorlog is geboren.

Ann Peuteman

Antwerpen in oorlog: het verhaal van Lode Wils

© Lies Willaert

De klasgenoten van emeritus hoogleraar Geschiedenis Lode Wils (82) hielden er wel erg uiteenlopende overtuigingen op na.

'Drie jongens in mijn klas waren lid van de NSJV, de Nationaal-Socialistische Jeugd in Vlaanderen, en behoorden tot het milieu van de bezetter. Anders dan wat literatuur achteraf doet vermoeden, leefden wij echter niet op voet van oorlog. Wij hadden andere opvattingen, dat wel. We wisten dat van elkaar. Maar we zaten in dezelfde bank.

Tot de huidige dag lees ik makkelijker Duits dan Engels, want op school werd Duits gepromoveerd tot onze derde taal. Voorts moesten we onze schoolboeken zuiveren, passages schrappen die de bezetter aanstootgevend vond. Niet gewoon doorstrepen, nee, zwart kleuren, tot het volledig onleesbaar was.

Hoewel we normaal met elkaar omgingen, sluimerde het conflict. Op een dag stond ik met mijn jongste broer te kijken naar een parade van de NSJV op de Gemeenteplaats (de huidige Rooseveltplaats, nvdr). Met afgunst, natuurlijk. Als KSA-leden mochten wij publiek geen uniform dragen. Maar zij waren de baas, hè. Zij hadden mooie uniformen en marcheerden over straat. Toen er enkelen in de verkeerde richting draaiden, schoten we in de lach om onze frustratie af te reageren. Waarop het leiderke van die mannen, een paar jaar ouder dan wij, ons kwam bedreigen. "Pas op of ge gaat naar de Begijnenstraat!" De gevangenis in dus. Wij hielden onze mond, voor de heren van de dag. Al hadden de Duitsers zich van dat ventje allicht niets aangetrokken.

Er waren ook andere uitspattingen van collaborateurs, tegen zogeheten decadente en anti-Duitse cultuuruitingen. Jazz bijvoorbeeld werd als een verzetsklank beschouwd. Het strookte niet met de Duitse muziek die wij ingelepeld kregen, dus namen collaborerende groepen het recht in eigen handen. Niet alleen met pogroms tegen de Joden, maar ook om elders de boel kort en klein te slaan. Een van mijn NSJV-klasgenoten vertelde dat zijn oudere broer mee een muzieklokaal had vernield waaruit jazz weerklonk. En dat hij dat zo fascinerend had gevonden. Dat is natuurlijk opwindend. Als het gezag wegvalt, kan men zich eens goed laten gaan. Dat zit in het menselijk instinct.

In mijn klas zaten ook drie Joden. In de zomer van '42 werden ze weggevoerd. Wij dachten dat we ze zouden weerzien, maar geen van hen is teruggekeerd. Opvallend was de onverschilligheid waarmee de meeste Antwerpenaren dat ondergingen. Ook mijn ouders moeten geweten hebben dat er Joden in mijn klas zaten, maar ik moet het eerlijk bekennen: ze hebben, gebukt onder hun eigen besognes, nooit naar hen gevraagd.'

Jan Jagers

Stad in oorlog ligt vanaf 20 oktober in de krantenwinkel en kost 7,95 euro. Abonnees betalen 4,95 euro met de voordeelbon in Knack.

Lees meer over:

Onze partners