Amerikaanse mediaorganisatie beschuldigt Ankara van campagne tegen vrije pers

22/10/12 om 18:54 - Bijgewerkt om 18:54

(Belga) Het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ) beschuldigt de Turkse regering ervan, een campagne tegen de persvrijheid te voeren. Minstens 61 van 76 gearresteerde journalisten zitten achter de tralies wegens de uitoefening van hun werk. Dat verklaarde de in New York gevestigde onafhankelijke non-profitorganisatie in een gepubliceerd rapport.

De Turkse regering gebruikt de strafwet, klachten wegens laster, de antiterreurwetgeving en fiscale onderzoeken om journalisten te bestraffen of tot zelfcensuur te dwingen. "De situatie van de persvrijheid in Turkije heeft een crisisniveau bereikt", luidt het in het rapport. "De regering van premier Recep Tayyip Erdogan is de afgelopen twee jaar bezig aan één van de grootste campagnes tegen de persvrijheid van deze laatste tijd". De organisatie heeft zich over alle gevallen apart gebogen en "minstens 61 van hen zitten vast omwille van hun publicaties of de wijze waarop ze aan hun informatie zijn geraakt". De situatie van de andere 15 journalisten is minder duidelijk en vergt bijkomend onderzoek. Volgens de CPJ ligt Turkije met zijn handelwijze nog voor landen als Iran, Eritrea en China. In augustus van dit jaar was 70 procent van de gearresteerde journalisten van Koerdische afkomst. Ze worden ervan beschuldigd met hun berichtgeving over activiteiten of verklaringen van de verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK of andere organisaties "het terrorisme" te steunen. De onderdrukking van andersdenkenden brengen ook de langlopende politieke doelen van Turkije in gevaar, aldus het comité. Zonder koersverandering is een toetreding tot de Europese Unie onwaarschijnlijk. Ook de nauwe betrekkingen met de Verenigde Staten, die deels rusten op de rol van Ankara als "regionaal model voor vrijheid en democratie", komen dan in het gedrang. (MVL)

Onze partners