Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

10/04/17 om 15:05 - Bijgewerkt om 15:04

'Als we een divers lerarenkorps willen, waarom werken we dan deze obstakels niet weg?'

'Het hoofddoekenverbod dat in de meeste scholen ook voor leerkrachten geldt, is slechts één van de hindernissen waarmee (toekomstige) leerkrachten met allochtone wortels geconfronteerd worden.' Aldus Jonas Slaats, medewerker bij Kif Kif.

'Als we een divers lerarenkorps willen, waarom werken we dan deze obstakels niet weg?'

Eerste schooldag, 1 september 2010, in basisschool Windekind in Sint-Jans-Molenbeek, Brussel. © Belga

Een maand geleden werd een kleine mediastorm ontketend toen Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits allochtone ouders viseerde. Ze verweet hen onvoldoende betrokken te zijn bij het onderwijs van hun kinderen.

Hoewel sommige onderzoekers aanbrachten dat vooral socio-economische achtergrond en niet zozeer 'allochtoon zijn' een verklaring biedt voor ouderbetrokkenheid was de toon gezet: culturele verschillen - lees: onwil van de ouders - zorgen voor achterstelling in het onderwijs.

Geschokt door de eenzijdigheid van het debat, gingen we bij Kif Kif (Vlaamse non-profitorganisatie die zich afzet tegen ongelijkheid en racisme, nvdr.) op onderzoek uit.

Delen

Als we een divers lerarenkorps willen, waarom werken we dan deze obstakels niet weg?

We draaiden de redenering even om en probeerden na te gaan of het bredere onderwijsveld wel 'betrokken' is op de leefwereld van leerlingen met een migratie-achtergrond.

De eenvoudige maatstaf die we daarvoor hanteerden was de graad van diversiteit in het Vlaamse leerkrachtenkorps. Anders gezegd: hoeveel leerkrachten hebben voeling met de leefwereld van de leerlingen en de ouders waar de minister het over had?

We vonden al gauw een studie van het Minderhedenforum uit 2007. Daaruit bleek dat slechts 1% van de leerkrachten een 'allochtone' afkomst had. Dit cijfer baseerde zich echter op een ruwe schatting van namenlijsten. Maar net zoals toen blijken er ook vandaag geen betere cijfers beschikbaar.

Bijgevolg gingen we over naar een volgende vraag: hoeveel studenten uit de lerarenopleidingen hebben een migratieachtergrond? Zij worden immers, althans een deel van hen, de leerkrachten van de toekomst.

De meeste hogescholen lieten ons in eerste instantie weten dat ze dergelijke gegevens niet bijhielden omdat ze een 'kleurenblind' en 'inclusief' beleid voeren.

Bij de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen kregen we wel informatie. We spraken er met beleidsmedewerker diversiteit Piet Pieters. De cijfers logen er niet om. 'Van de 126 studenten in de lerarenopleiding secundair onderwijs blijken er dit jaar welgeteld tien roots te hebben in niet EU15-landen. Specifiek wat de grootste 'migrantengroepen' uit Antwerpen betreft - d.w.z. de Turkse en de Marokkaanse - gaat het om slechts twee studenten. In de opleiding lager onderwijs, zie je gelijkaardige cijfers en in de opleiding kleuteronderwijs studeerden vorig jaar één Indonesisch en twee Marokkaanse meisjes af. Wanneer je zo'n cijfers contrasteert met de cijfers van de Antwerpse populatie, dan val je dus van je stoel.'

Dat minister Crevits zich hiervan bewust is, bleek al uit sommige van haar publieke uitspraken. In de marge van het debat zei ze bijvoorbeeld in De Standaard: 'De leerlingen in de scholen worden in ijltempo diverser, terwijl het lerarenkorps overwegend 'wit' blijft. Daar ben ik bezorgd over. Religie of migratieachtergrond zouden geen hinderpaal mogen zijn bij de doorstroming naar een job in het onderwijs. Het moet om de kwalificaties en competenties gaan.' Ze riep de jongeren met een migratieachtergrond dan ook op om sneller te kiezen voor een carrière in het onderwijs.

Met dergelijke uitspraken legt ze alle verantwoordelijkheid echter opnieuw louter bij 'de allochtonen'. Zij moeten maar wat meer voor het beroep 'kiezen' en zichzelf 'competent maken'.

Delen

In onze gesprekken met experten en studenten kwamen we al snel verschillende structurele hindernissen op het spoor van toekomstige leerkrachten met allochtone wortels.

Over het wegwerken van structurele belemmeringen repte ze met geen woord. Nochtans kwamen we in onze gesprekken met experten en studenten al snel verschillende structurele hindernissen op het spoor.

Het hoofddoekenverbod dat in de meeste scholen ook voor leerkrachten geldt, is slechts één van de hindernissen waarmee (toekomstige) leerkrachten met allochtone wortels geconfronteerd worden. Het watervalsysteem, het gebrek aan rolmodellen, en het doopcertificaat (dat in heel wat katholieke basisscholen - de meerderheid van de basisscholen - een impliciete verwachting is) spelen elk hun rol.

Studenten uit lerarenopleidingen konden ons zonder enige moeite verschillende praktijkvoorbeelden geven van de impact van deze structurele hindernissen.

We laten Assia aan het woord: 'De leerlingen vertelden me dat ik de eerste allochtone stagiaire was die ze ooit gehad hebben. Dat is toch vreemd?'

Het hoofddoekenverbod wordt door sommige koepels echter niet ter discussie gesteld, het debat rond het doopcertificaat blijft men afwentelen op de inrichtende machten van elke school, rolmodellen worden weinig strategisch ingezet, en door gebrek aan werkelijke onderwijshervorming blijft het watervalsysteem nog steeds intact.

'Het moet van twee kanten komen' is in dergelijke debatten een veel gehoorde boutade. Wel ja, inderdaad. Maar het gebrek aan diversiteit in het Vlaamse leerkrachtenkorps is vandaag ronduit alarmerend en op vlak van beleid ontbreekt een structurele aanpak. Het moet van twee kanten komen.

Jonas Slaats is antropoloog, auteur en inhoudelijk medewerker bij Kif Kif.

Onze partners

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info