"Adolescenten onvoldoende beschermd tegen bof"

08/02/13 om 13:53 - Bijgewerkt om 13:53

(Belga) Slechts 92,5 procent van alle adolescenten in Vlaanderen is voldoende tegen de bof gevaccineerd, terwijl aanbevelingen 95 procent voorschrijven om van groepsimmuniteit te kunnen genieten. Dat blijkt uit een vaccinatiestudie die vandaag werd voorgesteld.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) moet 95 procent van een bevolking ingeënt zijn om te kunnen spreken over groepsimmuniteit. Daardoor verdwijnt het risico dat niet-gevaccineerden de ziekte via elkaar doorgeven.Uit een studie van de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen blijkt dat adolescenten niet aan de huidige aanbevelingen voldoen. "Voor de meeste vaccins is de vaccinatiegraad net 90 procent of lager", stellen de onderzoekers. "Voor de mazelen, rode hond, maar ook de bof die tegenwoordig opnieuw zijn intrede doet in Vlaanderen, ligt de vaccinatiegraad op 92,5 procent. Al is het wel een stijging van 2 procent tegenover 2008."Niet alle ouders weten dat hun kinderen onvoldoende gevaccineerd zijn, maar soms is het ook een bewuste keuze of is men bang voor nevenwerkingen. Risicogroepen zijn onder meer kinderen uit armere, nieuw-samengestelde of éénoudergezinnen.Bij peuters is de vaccinatiegraad algemeen gezien voldoende. "Wel worden vaccins vaak te laat toegediend, en dat is gevaarlijk voor onder meer kinkhoest. Aanvankelijk krijgen zuigelingen immuniteit van de moeder mee. Maar die immuniteit verdwijnt na een tijdje, soms vooraleer het te laat toegediende vaccin bescherming begint te bieden", zeggen de wetenschappers.Uit een simultaan voorgestelde studie over de Waalse situatie blijkt dat een achterstand tegenover Vlaanderen bijna volledig werd weggewerkt. (DLA)

Onze partners