Aanslagen Brussel - twee jaar later - "Het lijkt alsof slachtoffers geholpen zijn, maar in feite is er weinig veranderd"

14/03/18 om 05:40 - Bijgewerkt om 05:42

Bron: Belga

(Belga) "De publieke opinie krijgt met allerlei initiatieven die de regering de laatste dagen ontplooid heeft misschien de indruk dat de slachtoffers en hun nabestaanden geholpen zijn, maar er is in feite weinig veranderd." Dat zegt Philippe Vansteenkiste, voorzitter van V-Europe, de organisatie die bijna 200 slachtoffers van de terreuraanslagen van 22 maart 2016 vertegenwoordigt. Bij die aanslagen kwamen 32 mensen om en 324 anderen raakten gewond.

Philippe Vansteenkiste verloor zelf zijn zus Fabienne, een luchthavenbediende, bij de aanslag op Brussels Airport. Hij richtte kort na de aanslagen van 22 maart 2016 de vzw V-Europe op om als slachtoffers één stem te laten horen, en ervoor te pleiten dat men tenminste naar de slachtoffers zou luisteren. Daarnaast was het ook nodig om te helpen met het administratieve luik en andere problemen waar slachtoffers mee te kampen hebben. Vansteenkiste wijst op de ernstige vorm van discriminatie die er is tussen Belgen enerzijds en slachtoffers die niet in België verblijven. "Buitenlanders worden momenteel gediscrimineerd", zegt Vansteenkiste. "Dat is eigenlijk tegen de Europese richtlijnen." "De wet van juli 2017 heeft wel een erkenning als slachtoffer mogelijk gemaakt, maar zoals het momenteel staat alleen als men meer dan 10 procent invalide is, krijgt men de voorname voordelen toegekend", zegt Vansteenkiste. "De invaliditeit wordt echter bepaald door de arts die voor de verzekeringsmaatschappij werkt, en daar rijst een belangenconcflict: de verzekering wil de invaliditeit zo laag mogelijk houden. Voorts betekent dit ook dat het slachtoffer in de rol van slachtoffer moet blijven om compensatie te krijgen. Dat is psychologisch een harde noot om kraken." Vansteenkiste geeft toe dat men wel van goede wil is, en dat er op kabinetten hard gewerkt wordt, alsook bijvoorbeeld bij de Commissie Slachtofferhulp van Justitie, maar het gaat allemaal veel te traag vooruit. Het duurt lang eer een wet ook haar beslag krijgt via koninklijke besluiten die alles in de praktijk brengen. Een nabestaande van een slachtoffer die in metrostation Maalbeek om het leven kwam en liever anoniem wenst te blijven, zegt dat het erg lang geduurd heeft voor er psychosociale en administratieve hulp werd geboden. "Ik vind dat de overheid hier erg in gebreke is gebleven", aldus de nabestaande. "De aanslagen waren nu eenmaal niet op mijn partner als persoon gericht. De aanslagen waren gericht op het ontwrichten van ons staatsbestel, op de overheid zelf." Voorts bleek in de nasleep van de tragedie dat er allerlei discriminaties waren in de behandeling van de dossiers naargelang het Vlaamse of het Waalse gewest tussenbeide moest komen, of het bleek dat de verzekering de dood van de partner niet als een arbeidsongeval erkende, omdat er een onderscheid wordt gemaakt tussen gehuwden en samenwonenden. "Daarom is een nationaal statuut voor slachtoffers van terrorisme belangrijk", aldus deze nabestaande nog. Een anoniem slachtoffer, dat gewond werd bij de aanslag op de luchthaven en er een blijvend letsel aan overhoudt, vertelt over de enorme rompslomp die volgde bij de afhandeling van het dossier. "Omdat het om een arbeidsongeval ging, zijn er verschillende verzekeringsmaatshappijen bij betrokken en dat betekent van de ene specialist naar de andere gestuurd worden, plus testen bij een gerechtspsychiater, die tests afneemt om het IQ te bepalen", aldus het slachtoffer. Misverstanden blijven schering en inslag. "Zo kreeg ik een half jaar na de feiten een document dart ik slachtoffer was in Maalbeek, terwijl ik een slachtoffer van Zaventem ben", aldus de overlevende. "Zelfs voor de herdenking op 22 maart blijken er slachtoffers die wel uitgenodigd zijn, en andere slachtoffers hebben geen uitnodiging gekregen." (Belga)

Onze partners