Meryame Kitir (SP.A)
Meryame Kitir (SP.A)
Fractieleider van de SP.A in de Kamer
Opinie

24/10/13 om 07:08 - Bijgewerkt om 07:08

1 jaar na Ford Genk: we blijven vechten

Meryame Kitir, Ford-werkneemster en Kamerlid voor SP.A, maakt een jaar na de aankondiging van de sluiting van Ford Genk de balans op. 'Ik wil aan heel Limburg zeggen: wij zijn altijd trots geweest op onze provincie en willen dit ook blijven. Daarvoor zullen we vechten.'

Ik zag het in haar ogen. Ze waren vochtig en niet veel later rolden de tranen eruit. Ik nam haar zachtjes vast en vroeg haar niet wat er aan de hand was. Niet omdat ik niet durfde, maar omdat ik in mijn diepste binnenste wist wat er scheelde. Na de knuffel volgde de biecht die ik had gevreesd, maar waar ik niet aan wou toegeven. 'Mijn zoon heeft vandaag op school moeten uitleggen waarom ik straks geen werk meer heb', zei de eens zo trotse mama. Ze is haar waardigheid kwijt. 'En wat nu?', vroeg ze mij.

'En wat nu?', is exact de vraag die ik een jaar terug in het parlement aan onze premier stelde. Het was enkele dagen na het bikkelharde vonnis van de Ford-directie. Het antwoord op "En wat nu?" liet niet lang op zich wachten. Sinds 24 oktober 2012 hebben we met zijn allen de mouwen opgestroopt, want er was geen tijd te verliezen. Alle neuzen moesten snel in dezelfde richting; de neuzen van vakbonden en werkgevers, maar ook die van verschillende overheden en andere partners.

Een reddingsplan voor heel Limburg was de enige uitweg, zowel op korte als op lange termijn. Dat reddingsplan werd een Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat. Zo werden die mama en zovele anderen bij Ford - ongewild - de grote trekkers van een masterplan. Het zogenoemde SALK maakt van jobcreatie, opleiding en reconversie een absolute prioriteit de volgende jaren. Om de regio opnieuw hoop en zuurstof te geven en vele gezinnen vooral hun toekomst terug te geven. Niet alleen voor de huidige, maar ook voor de komende generatie Limburgers.

Help ik met dat reddingsplan die mama na de knuffel? Neen. Voor haar en al die anderen die tot de laatste minuut in de fabriek aan de slag blijven, moet ik dat SALK tastbaar maken. Dan zeg ik haar dat er een gloednieuwe IKEA komt in Hasselt en dat een gevangenis in Leopoldsburg in de steigers staat. Dan zeg ik haar dat er gepraat wordt over een nieuwe NMBS-werkplaats en dat op de oude mijnterrils binnenkort een heus vakantiepark verrijst. Dat zeg ik haar dat dat écht is en geen luchtbel die in een verre toekomst uit elkaar zal spatten. Dan zeg ik haar dat er kansen zijn en dan probeer ik haar te overtuigen van die kansen. En tot slot zeg ik haar dat ik de volgende maanden zal helpen om die kansen met twee handen te grijpen. Opdat ze klaar zou zijn, wanneer ze de poort een allerlaatste keer dichtslaat.

Is dat nu genoeg om haar onzekerheid en ongerustheid weg te nemen? Neen. Maar de tekenen van hoop zijn wel concreet. Het SALK is ambitieus en zet Limburg in beweging. Maar genoeg is het nooit. De volgende maanden moeten we nog ambitieuzer durven te zijn en niet wachten tot de fabriek definitief verleden is. Elke seconde telt. Werkgevers en politici moeten daarom nog harder een vuist vormen de volgende maanden. Alleen zo geven we deze regio een economische toekomst die creatief, duurzaam en bovenal sociaal is.

Bijna 100 kilometer heb ik elke dag tussen Genk en Brussel om de film van afgelopen jaar opnieuw af te rollen. De kilometerteller maalt gezapig door, de beelden ook, maar in mijn hoofd staat het vaak stil. Er is al veel gebeurd, maar er zit nog meer in mij en ons om onze provincie weer kleur te geven. Mensen verliezen met een collectief ontslag niet alleen hun job en een vast inkomen. Ze verliezen ook hun trots, hun vrienden en het ergste van allemaal, hun hoop. Het enige wat ze winnen, is onzekerheid. Wie 's morgens heel vroeg moet opstaan om te gaan werken, vloekt wel eens. Wie 's morgens in bed móét blijven liggen, vloekt nog meer. Na verloop van tijd maakt boosheid plaats voor moedeloosheid. Daarom wil ik aan heel Limburg zeggen: wij zijn altijd trots geweest op onze provincie en willen dit ook blijven. Daarvoor zullen we vechten.

Lees meer over:

Onze partners