05/03/12 om 09:06 - Bijgewerkt om 09:06

Begrotingscontrole Di Rupo I: de wereld op zijn kop

De regering, zo laat eerste minister Elio Di Rupo weten, wil het vertrouwen van consumenten en ondernemingen niet ondermijnen. Dit lovenswaardig uitgangspunt leidt dan tot de conclusie dat er best geen al te straffe maatregelen genomen worden in het kader van de begrotingscontrole. Een uiterst merkwaardige redenering want daarmede zet Di Rupo de wereld op zijn kop.

Begrotingscontrole Di Rupo I: de wereld op zijn kop

Precies om het vertrouwen van consumenten en ondernemingen op te vijzelen, zou de regering net wel blijk moeten geven van realiteit- en verantwoordelijkheidszin en voor een geloofwaardige, ernstige begrotingscontrole moeten zorgen. Knip- en plakwerk zal het reeds geschokt vertrouwen verder ondermijnen want dan weet iedereen dat er ofwel toch een veel groter tekort opdoemt, ofwel binnen enkele maanden opnieuw moet ingegrepen worden.

De regering Di Rupo I zit met twee problemen. Ten eerste, de tegenvallende conjunctuur. Men wist het eind vorig jaar al maar keek toen de andere kant op: de prognose van 0,8% groei blonk bij de vorming van Di Rupo I reeds uit door irrealisme. Een verantwoordelijk handelende regering rekent nu met nulgroei en een buffer voor een nog wat verdere afkalving. Afwachten of zulk een houding zal aangenomen worden.

Ten tweede, de gaten in het pakket van 11 miljard euro dat eind vorig jaar in elkaar getimmerd werd. De opbrengsten uit de strijd tegen fiscale en sociale fraude blijven veel te hoog ingeschaald, net zoals de opbrengst uit de terugschroeving van de notionele intrestaftrek. Wat betreft de ingrepen rond bedrijfswagens werd veel te weinig rekening gehouden met de mindere BTW-ontvangsten die uit het nieuwe regime zullen voortvloeien. De evaluatie door het Rekenhof van de initiële begrotingsmaatregelen van Di Rupo I zet nog een aantal andere leemtes en onduidelijkheden op een rijtje. Het is aan de optimistische kant te stellen dat van de vooropgestelde 11 miljard 2 à 3 miljard euro niet gehaald wordt.

Blijft dan nog het argument dat de regering in de huidige context van recessie best niet te veel bespaart. Dit is behoorlijk naast de kwestie, ook al wordt het door hoogleraren economie aan de man gebracht. Het vraagondersteunend effect van niet of weinig besparen wordt krachtig gecounterd door de negatieve verwachtingen die ontstaan als gevolg van onvoldoende saneren. Consumenten, investeerders en ondernemers beseffen immers maar al te goed dat als de maatregelen ter correctie van oplopende begrotingstekorten en stijgende overheidsschuld nu niet genomen worden, ze dan in de nabije toekomst zullen volgen. Vermits men niet weet hoe die ingrepen er gaan uitzien - welke nieuwe belastingen komen er aan? - neemt men zijn voorzorgen, vooral door bestedingen en investeringen uit te stellen tot er meer duidelijkheid komt. Zo verscherpt men de recessie in plaats van ze te bestrijden.

Bovendien is het voor een kleine open economie als de Belgische veel belangrijker zijn internationale concurrentiepositie op scherp te zetten dan wel te speculeren op het vraagondersteunend effect van uitstel van begrotingssanering. Onze relatieve loonkosten zitten minstens 10% uit koers om van een slagkrachtige internationale concurrentiepositie te kunnen gewagen. Aan die handicap iets fundamenteels doen, zou de economie en de tewerkstelling echt ondersteunen. Zo kom je dan toch weer bij de optie van een indexsprong gekoppeld aan een verstandige herziening van het hele indexeringsmechanisme. Zulk een ingreep zou trouwens de begroting zelf ook direct en substantieel helpen. En het vertrouwen opschroeven.

Onze partners