02/08/12 om 13:27 - Bijgewerkt om 13:27

Begroting van Di Rupo op losse schroeven

De forse terugval van de economie doet de regering, het Planbureau en de Nationale Bank door de mand vallen. Een minimum aan ernst vereist een nieuwe begrotingsronde direct na de vakantie.

Begroting van Di Rupo op losse schroeven

© Belga

Het kon niet op, die woensdag 18 juli. Premier Di Rupo en zijn vicepremiers gingen bijna openlijk aan het partyen tijdens de voorstelling van de resultaten van de begrotingscontrole voor 2012. Mits 111,4 miljoen euro aan correctieve maatregelen zou de regering er in slagen het begrotingstekort op de beoogde 2,8% van het BBP (Bruto Binnenlands Product) te houden. Het BBP meet de omvang van de economie en geeft aan hoeveel wij met zijn allen gedurende één jaar aan goederen en diensten produceren. 111,4 miljoen is 0,03% van ons BBP.

39 miljoen vond de regering bij hogere opbrengsten van de gsm-licenties, 25 miljoen bij de gunstige rente-evolutie en 20 miljoen bij de Nationale Bank onder vorm van een verhoogd dividend. Veel belangrijker dan de maatregelen waar de regeringstop op 18 juli zo euforisch over deed, was evenwel de prognose welke de regering inzake de evolutie van de economie in haar begrotingswerk inbouwde. 1%punt economische groei meer of minder maakt voor de begroting een verschil uit van om en bij de 1,8 miljard euro (cfr infra). Rond de prognose omtrent de voor dit jaar te verwachten economische groei voerden diverse betrokkenen tijdens de lente een opvallend circusnummer op. Een reconstructie, met een cruciale rol te spelen door het Planbureau en de Nationale Bank.

A la hausse

Half mei ging het Planbureau er van uit dat de Belgische economie dit jaar zeer lichtjes zou groeien, namelijk met 0,1%. Conform de prognose van onder meer de Europese Commissie ging de Nationale Bank op dat moment nog uit van een zeer kleine krimp van de economie, namelijk ook met 0,1%. Kortom, half mei stelden de twee instellingen waar de regering voor haar macro-economische hypotheses op steunt dat de Belgische economie dit jaar een surplace-ke zou doen.

In de loop van de lente stelden vele private voorspellers hun verwachtingen naar beneden bij, vooral omdat de negatieve impact op de economie van de aanslepende eurocrisis alsmaar omvangrijker diende te worden ingeschat. En toch. Tot verbazing van velen verklaarde premier Elio Di Rupo begin juni: "Ik denk dat de economische groei dit jaar 0,5 of 0,6 procent zal bedragen, terwijl die in de eurozone min 0,3 procent is". De premier leek buitengewoon goed geïnformeerd want enkele dagen later kwamen zowel de Nationale Bank als het Planbureau met nieuwe voorspellingen. Volgens de Nationale Bank ging de economie met 0,6% groeien en volgens het Planbureau met 0,5%. Deze opmerkelijke bijstelling van de verwachtingen ontlokte enig gemompel onder de conjunctuurspecialisten maar ging voor de rest nagenoeg onopgemerkt voorbij.

Meteen zat de regering gebeiteld voor haar begrotingscontrole. 0,5% groei in plaats van een nulgroei maakte voor de regering een verschil van bijna 1 miljard euro. Hoezo? Als de economie met 0,5%punt minder groeit (of meer krimpt) betekent dit dat het BBP 1,85 miljard euro kleiner zal uitvallen (0,5% van 370 miljard euro, zijnde het Belgische BBP over 2011). De vuistregel is dat de impact op de begroting van een kleiner dan verwacht BBP ongeveer gelijk is aan 50% van dat verschil. In dit geval: 50% van 1,85 miljard, zijnde 925 miljoen euro of dus een klein miljard euro. Daar wilden Di Rupo en zijn topministers niet aan beginnen en dus werd er een scenario opgezet om een opwaartse bijstelling van de groeiverwachtingen te "verkopen".

A la baisse

Deed de plotse opwaartse bijstelling van de groeiverwachting vanwege de Nationale Bank en het Planbureau in juni reeds de wenkbrauwen fronsen, nu blijkt dat die prognoses nergens op sloegen en geïnspireerd waren door verlangens van de regering. Na een groei van 0,2% gedurende het eerste kwartaal volgde gisteren inderdaad het bericht van de Nationale Bank dat over het tweede kwartaal de economie kromp met 0,6% ten opzichte van het eerste kwartaal. Dit is een forse teruggang want als men dit kwartaal over kwartaal cijfer omrekent op jaarbasis komt men in de buurt van - 2,5%. Zo'n vaart zal het hopelijk niet lopen over gans 2012 maar vermits binnen de Nationale Bank te vernemen valt dat ook het derde kwartaal er behoorlijk negatief uit ziet, lijkt 0,5 of 0,6% groei voor dit jaar echt wel utopisch te zijn geworden.

Grote vragen kunnen gesteld worden over de manier waarop twee eerbiedwaardige instellingen als het Planbureau en de Nationale Bank zich leenden tot een circusnummer waarvan deze mensen sterk konden vermoeden dat het zou uitdraaien op gebroken armen en benen. De vaudeville opgezet rond de economische groei creëerde een kortstondig moment de gloire voor Di Rupo I die, als ze een minimum aan ernst ten aanzien van de begroting willen laten blijken, direct na de verlofperiode weer aan de slag zal moeten rond de begroting. Of hoe de korte termijn steeds meer op een noodlottige wijze het politieke gebeuren domineert.

Het verhaal stopt immers niet met de naar beneden duikelende economische groei. Een recessie hangt immers typisch samen met een terugloop van de inflatie, onder meer omdat bedrijven trachten toch nog hun waar te slijten via bijvoorbeeld prijskortingen. Di Rupo I ging bij haar begrotingscontrole van juli jongstleden uit van 0,5% groei en 2,7% inflatie. Het nominale BBP zou dus met 3,2% groeien, zijnde een toename met 11,85 miljard euro. Als goed huisvader lijkt een stijgingspercentage van bijvoorbeeld 2% veel realistischer (bijvoorbeeld: een lichtjes negatieve reële groei van de reële economie over heel 2012 en een inflatie die wat achterblijft op de vooropgestelde 2,7%).

Bij 2% nominale groei (reëel plus inflatie) komt de stijging van het BBP uit op 7,4 miljard euro, zijnde 4,15 miljard euro minder dan in het huidige scenario van de regering Di Rupo I. Passen we opnieuw de 50% vuistregel toe dan betekent dit dat Di Rupo I op zoek moet naar ruim 2 miljard om haar begrotingsdoelstellingen te halen. De kans dat de regering die toer op gaat, is echter klein. Het discours van Di Rupo I zal immers zijn dat de verslechterende economische toestand niet nog dramatischer mag gemaakt worden door bijkomende besparingen en/of nieuwe belastingen, een argument dat voor een kleine en zeer open economie als de Belgische economisch echter geen hout snijdt.

Johan Van Overtveldt

Onze partners