04/07/12 om 09:41 - Bijgewerkt om 09:41

Banksters schaden bankiers

Hoe lang tolereert de maatschappij nog de kosten veroorzaakt door bankiers die blijven handelen alsof ze zich alles kunnen veroorloven?

Banksters schaden bankiers

© belga

Enkele maanden terug deed het totaal onverwachte verlies van 1,2 miljard dollar bij zakenbank JP Morgan de wenkbrauwen fronsen. Jamie Dimon, de in het verleden vaak gelauwerde topman van JP Morgan, schoot er prompt een flink stuk van zijn reputatie bij in. Populistische anti-bankkreten weerklonken eens te meer alom. Analisten en commentatoren die het goed menen met de financiële wereld stelden ook eens te meer vragen omtrent het gedrag van de bankiers en het klaarblijkelijke onvermogen van regulatoren om excessen bij de banken af te remmen. Tientalle vertegenwoordigers van de twee belangrijkste Amerikaanse regulatoren, de Securities and Exchange Commission (SEC) en de Federal Reserve (Fed), zaten met hun neus bovenop de transacties bij JP Morgan en zagen niks (of wilden niks zien).

Met de heisa rond JP Morgan nog steeds vooraan in het nieuws, klom de toestand van de Spaanse banken naar de headlines in de internationale berichtgeving. Al gauw kwam aan het licht dat vooral de toestand bij de regionale spaarbanken, de zogenaamde cajas, de hoofdoorzaak vormde van de acute Spaanse bankenproblematiek. Gerund door lokale maffia's van partijbonzen en hun zakelijke cronies stapelden deze cajas de ene verdachte lening op de andere. Nu draaien de Spaanse en de Europese burgers op voor het criminele mismanagement van deze cajas. Niks wijst er op dat de schuldigen aan het Spaanse bankdebacle zich ook expliciet zullen moeten komen verantwoorden.

Terwijl Europa de reddingsboeien voor de Spaanse banken uitwierp, kwam in Groot Brittannië een nieuw megaschandaal in bankenland aan de oppervlakte. De Britse grootbank Barclays zou op grote schaal de LIBOR-rente gemanipuleerd hebben. De LIBOR is een rentevoet die een cruciale plaats inneemt in het geld- en kapitaalverkeer. Deze manipulatie, zo bleek al snel, dikte de winsten van Barclays fors aan en dit op de kap van de klanten van de bank, niet in het minst een groot aantal ondernemingen die het in de barre economische omstandigheden van dit moment vaak sowieso al moeilijk hebben om het hoofd boven water te houden. De voorzitter en de CEO van Barclays stapten op, echter niet zonder langs de kassa te passeren voor bijzonder gulle opstappremies. Tegelijk blijft het afwachten in hoeverre het Britse gerecht nu echt zal doorduwen. Het staat immers als een paal boven water dat niet alleen Barclays zich onledig hield met onwettige praktijken rond en met LIBOR.

Ondertussen blijven ook in België de banken in troebel water. De bad bank van Dexia blijft als een zwaard van Damocles boven de ganse gemeenschap hangen. Miljardenverliezen zijn een absolute zekerheid, wat de betrokken beleidsverantwoordelijken de burger ook vergoelijkend proberen op de mouw te spelden. De aanwijsbare verantwoordelijken voor dit complete debacle genieten van een vorstelijk pensioen, van een dik betaalde job bij een andere financiële instelling, van een iets minder dik maar nog altijd goed betaalde job bij een Parijse denktank, van een andere ministerportefeuille dan die van Financiën en van een vorstelijke terugkeer naar het establishment in Parijs. De doorsnee burger begrijpt er geen snars meer van maar voelt wel haarscherp aan dat in een dossier zoals Dexia al te vaak een loopje met persoonlijke, morele en maatschappelijke verantwoordelijkheidszin genomen wordt. De directe betrokkenheid van vakbondsorganisatie Arco wakkert de burgerwoede enkel maar verder aan.

Belfius heeft in de nabije toekomst een belangrijke injectie van vers kapitaal nodig om te kunnen overleven, zo verneem je zowel binnen als buiten de organisatie. De betrokkenen zoeken koortsachtig naar wegen om dit zo elegant mogelijk aan de burger te verkopen. BNP Paribas Fortis gaat een portefeuille gestructureerde producten rond export- en projectfinanciering vanuit Parijs toegewezen krijgen. Aan de basis van deze beweging ligt, volgens de top van de groep in Parijs en in Brussel, het overschot aan werkmiddelen van de Belgische tak van de groep, nl. BNP Paribas Fortis (waar ook de activiteiten in Polen, Turkije en Luxemburg onder ressorteren). De door te schuiven portefeuille moet de rendabiliteit van de werkmiddelen verhogen. Dit klinkt allemaal logisch en constructief maar de ervaring van de jongste jaren zorgt voor argwaan (mogelijks unfair t.a.v. BNP Paribas). Wat zit er concreet in die portefeuille? Wederom toxische toestanden die uiteindelijk de winst van de Belgische tak van BNP Paribas niet zullen versterken maar net ondergraven? Het déja vu-gvoel is erg acuut.

Al het bovengaande speelt zich af tegen een achtergrond van een opnieuw verscherpende recessie waarvan de roots nog altijd wortelen in de excessen welke in de bancaire wereld in de jaren voor 2008 werden opgebouwd (deels met de regulatoren als co-verantwoordelijken). Veel betrokkenen verklaren voortdurend dat de bankwereld haar lesje wel geleerd heeft en dat een nieuwe generatie bankmanagers orde op zaken stelt. De naakte realiteit van elke dag leert evenwel dat die claim niet opgaat. Het Barclays-dossier is de meest extreme maar helaas lang niet enige uiting van het voortduren van de business as usual-mentaliteit. Alsof bankiers lak hebben aan de maatschappelijke kosten die ze veroorzaken, elke dag opnieuw.
Het gaat natuurlijk niet op om alle bankiers op dezelfde hoop te vegen. Heel wat financiële instellingen blijven op een degelijke manier hun job doen en zodoende een belangrijke bijdrage leveren aan de maatschappelijke welvaart. Helaas blijven de ontsporingen en aberraties een even grote realiteit. De maatschappelijke tolerantiegrens voor die bancaire excessen lijkt heel dicht bij, zo mogelijk reeds overschreden. Het feit dat juridisch voor de hand liggende consequenties voor de betrokkenen al te vaak uitblijven, speelt daarbij een belangrijke rol. Zoals ik uitgebreid argumenteer in mijn boek Red de vrije markt. De terugkeer van Milton Friedman leidt het (wan)gedrag van een beperkte groep van bankiers tot een ondermijning van de maatschappelijke legitimiteit van de vrije markteconomie. Deze vorm van organisatie van het economisch leven blijft naar welvaart en welzijn toe de beste resultaten voor de burgers opleveren.

Het wordt hoog tijd dat de maatschappij bankiers de mogelijkheden ontnemen om de legitimiteit van de vrije markteconomie te blijven ondergraven. Concreet houdt dit in dat we het fenomeen van de systemisch belangrijke banken zo efficiënt mogelijk moeten indijken. Dat kan door exponentieel stijgende kapitaalverplichtingen op te leggen in combinatie met de installatie van een snel en doortastend werkend resolutiemechanisme dat toelaat om falende instellingen zonder systeemschade te ontbinden. Zulk een regulatoire omgeving zal, zeker weten, de kredietverlening duurder maken. Uit alle ernstige analyses blijkt echter dat deze kost niet opweegt tegen de kolossale maatschappelijke kosten die de bankwereld thans veroorzaakt.

Johan Van Overtveldt

Onze partners