Leo Neels
Leo Neels
Docent Mediarecht aan de K.U. Leuven en UAntwerpen en algemeen directeur van de denktank Itinera.
Opinie

10/12/12 om 06:17 - Bijgewerkt om 06:17

Bad media-journalistiek

Er zijn ook bad media, net zoals er bad banks zijn, en het is de verantwoordelijkheid van de gehele mediawereld om hun "bad media" terug bij de klas te brengen.

In een periode van een goed jaar zijn tientallen journalisten aangehouden; ... in Groot-Britannië, eens gekend als de bakermat van de Westerse persvrijheid. Dat was het gevolg van politionele en gerechtelijke onderzoeken naar fors illegale praktijken door Britse redacties, zoals onderschepping van GSM-verkeer, omkoping van ambtenaren in ruil voor het lekken van vertrouwelijke informatie, of computerhacking en inbreuk op de wetgeving tot bescherming van vertrouwelijke persoonlijkheidsgegevens.

Het is het soort schandalen waarin de publicatie van THE NEWS OF THE WORLD werd stopgezet, vader en zoon Murdoch ter verantwoording werden geroepen, de hoofdredactrice van NOTW werd aangehouden en inbeschuldiging gesteld, en Lord Justice Leveson zijn opdracht kreeg om een groot onderzoek naar "The Culture, Practices and Ethics of the Press" te ondernemen. Het rapport - 4.000 blz. - werd op 29 november voorgesteld (www.thelevesoninquiry.org) en gaf op 30 november aanleiding tot een hoogstaand parlementair debat.

Lord Justice Leveson opent fijntjes zijn Executive Summary met de vermelding dat zijn rapport het 7de is in minder dan 70 jaar over wantoestanden in de pers, waarbij er, naar aanleiding van telkens weer nieuwe en grove inbreuken op de rechtmatige belangen en rechten van burgers, op was aangedrongen dat de media, eindelijk, door betere zelfregulering, orde op zaken zouden stellen. The Leveson Inquiry legt opnieuw een langdurige, consistente en systematische serie van mistoestanden bloot die structureel ingebed zijn in de Britse pers.

Toch is opmerkelijk dat Lord Leveson zijn overtuiging bevestigt dat media - betekenisvol voegt hij er aan toe: àlle media - vitaal zijn als waker over de belangen van de burgers, als kritische getuigen van gebeurtenissen, als vaandeldragers voor degenen die niemand anders hebben om voor hen op te komen. Niets, zo zegt hij, in al de getuigenissen over forse inbreuken die hij heeft aanhoord, heeft die overtuiging aangetast: media zijn één van de échte garanties van de democratie, zij hebben derhalve een gepriviligieerde en machtige plaats in onze samenleving. Evenwel brengt hun macht en invloed verantwoordelijkheden met zich ten opzichte van het algemeen belang in wiens naam de media over ruime privilieges beschikken. En dié verantwoordelijkheden zijn door de media al te vaak genegeerd, waarbij schade is aangericht en levens van personen of families die door de media onrechtmatig werden aangepakt, werden vernietigd.

Toch, aldus Leveson, blijft hij geloven dat de media - opnieuw: àlle media - het land en de democratie in de meeste gevallen grote diensten bewijzen, zoals talloze gevallen van grootste journalistieke prestaties aantonen. Maar journalisten als groep mogen de fouten en inbreuken van sommigen niet gedogen onder het voorwendsel dat anderen toch vaak goed doen, integendeel: dat is strijdig met het basisbeginsel van zelfregulering.

Lord Justice Leveson stelt, hoofdzakelijk, voor om een wettelijke grondslag te creëren voor een beter systeem van journalistieke zelfregulering. Hij gaat ervan uit dat zulk systeem ook zeer hoge boetes en schadevergoedingen moet kunnen opleggen voor de ergerlijke gevallen van miskenning van fundamentele rechten en rechtmatige belangen van burgers. In de publieke polemiek werd al gauw pro en contra een perswet geargumenteerd, maar dat is een beetje naast de kwestie; het parlementaire debat trekt de grenzen wel iets verfijnder, met Cameron en Clegg als coalitiegenoten met elkaar in de clinch. Maar er is tenminste debat, en de meeste Britse mediabedrijven lijken de aanbevelingen van Lord Justice Leveson te onderschrijven.

Daar kunnen we nog van leren. Hier te lande worden mediazaken snel ondergeschoffeld. Eén van de werkwijzen is dat zgn. kwaliteitsmedia dan grootpublieksmedia verwijten dat ze de standaarden niet respecteren. Lord Justice Leveson leert ons dat het er daarentegen om gaat hoe het gehéle vak - àlle media, en eigenaars én redacties - gezamenlijk ageert en reageert. Het heeft betekenis dat kwaliteitsmedia voor eigen deur vegen (Karel Verhoeven, "Als de krant wedijvert met Twitter, Nieuws in turbulente tijden", DS 1 dec.), maar het blijft onvoldoende.

De optie van het journalistenvak kàn dus niet zijn: business as usual. Bij de publicatie van het boek over de koninklijke familie door Fréderic Deborsu, duurde het toch best even vooraleer de RTBf énige actie ondernam? We zullen zien met welk resultaat. En toen recent een krant het afgeluisterd relaas van het gesprek van vader Lejeune met mevr. Martin publiceerde, leidde dat tot kanttekeningetjes,... soms zelfs met overname van de onrechtmatig verworven inhoud van het vertrouwelijk gesprek. Het incident de parcours, hoe onwaarschijnlijk ook, is geminimaliseerd, en de justitie-ambtenaren en redacties zijn overgegaan tot de orde van de dag. Onthutsend. Immers, dàt is misschien de belangrijkste les van Lord Leveson: de onaandachtzaamheid voor verantwoordelijkheden en plichten is dodelijk voor onze instituties, inbegrepen mediavrijheid.

Dat is ook de les van de analyse, op institutioneel vlak, van Niall Ferguson in zijn jongste boek The Great Degeneration: How Instituions Decay and Economies Die (2012) : "A really good set of institutions is hard to achieve. Bad institutions, by contrast, are easy to get stuck in." (p. 18). Er zijn ook bad media, net zoals er bad banks zijn, en het is de verantwoordelijkheid van de gehele mediawereld om hun "bad media" terug bij de klas te brengen.

Leo Neels Media-en Communicatierecht KULeuven en UAntwerpen

Onze partners