Urbain Vandormael
Urbain Vandormael
Blogt over de autosector
Opinie

17/07/12 om 08:38 - Bijgewerkt om 08:38

Peugeot: Andere constructeurs zullen volgen

De Europese merken - met uitzondering van Fiat en Opel - hebben fabriekssluitingen altijd voor zich uitgeschoven. Peugeot-Citroën betaalt daar nu de rekening voor. Andere constructeurs zullen volgen.

Peugeot: Andere constructeurs zullen volgen

© AFP

Onder druk van de omstandigheden hebben de Amerikaanse autoconstructeurs de voorbije jaren veertien fabrieken gesloten en tienduizenden werknemers afgedankt. De tering naar de nering zetten, heet dat. Chrysler, Ford en GM maken sindsdien opnieuw winst. De Europese merken - met uitzondering van Fiat en Opel - hebben fabriekssluitingen altijd voor zich uitgeschoven. Peugeot-Citroën betaalt daar nu de rekening voor. De eerste domino is gevallen, andere zullen volgen.

Het slechte nieuws van de sluiting van de Citroën-fabriek in Aulnay en de afbouw van rond 8.000 arbeidsplaatsen verspreid over verschillende fabrieken en departementen van de groep PSA kwam voor insiders niet als een verrassing. De Europese constructeurs kampen al jaren met overcapaciteit en lage rentabiliteit, wat zich vertaalt in hoge kosten en lage winst. De Europese merken hebben ook almaar meer te lijden onder de sterke concurrentie van de Japanse en Koreaanse constructeurs die Europa overspoelen met attractieve, goedkope stads- en gezinswagens. Daar komt bij dat de autoverkoop door de economische crisis sterk is teruggelopen, min 13 procent. In Zuid-Europa is de markt zelfs compleet ineengestort. Wat een dikke streep is door de rekening van de Franse en Italiaanse automerken, die traditioneel sterk staan in de landen rond de Middellandse Zee. Zij realiseren er meer dan 60 procent van hun omzet. Zij bouwen bovendien vooral kleine auto's en dat betekent kleine winsten. Door de ongenadige concurrentiestrijd kunnen zelfs die kleine winstmarges niet meer worden aangehouden, wat maakt dat met autoverkopen geen geld meer te verdienen valt in Europa.

Een strijd op leven en dood Willen de Franse en Italiaanse automerken overleven, dan hebben ze geen andere keuze meer dan fabrieken te sluiten en medewerkers af te danken. Nu de eerste domino is gevallen, zullen Renault en Fiat snel volgen. Maar ook bij Ford Europe wordt hardop nagedacht over ingrijpende herstructureringen. Bij Opel heeft men eerder al laten verstaan dat de fabriek in Bochum over enkele jaren dicht gaat. Het Duitse dochtermerk van GM beleeft de moeilijkste periode uit zijn bestaan. Eind vorige week stapte Karl-Friedrich Stracke na nauwelijks een jaar op als grote baas van Opel. Dan Akerson, voorzitter van de raad van bestuur van moederhuis GM in Detroit, was not amused met de gang van zaken bij Opel, dat de verliezen blijft opstapelen.

Wachten op betere tijden heeft geen zin. Voor de tweede helft van het jaar verwacht de autosector een verdere daling van de verkoop. Ook de Duitse premiummerken hebben het moeilijk in Europa. De enorme winsten die zij dit en vorig jaar hebben geboekt, zijn het gevolg van de sterk toegenomen vraag naar hun dure producten vanuit Azië en enkele groeilanden. De nieuwe rijken aldaar betalen de gekste prijzen voor producten met het kwaliteitslabel 'made in Germany'. De Duitse premiummerken zijn er ondertussen ook goed verankerd via partnerships met lokale autobouwers en moeten zich niet meteen zorgen maken over hun toekomst.

De situatie van de Franse en Italiaanse merken is minder rooskleurig. Zowel Peugeot/Citroën als Renault hebben de voorbije jaren zeer zwaar geïnvesteerd in milieuvriendelijke motoren en alternatieve aandrijfsystemen, maar de verkoop van dieselhybrides en elektrische auto's lost de hoge verwachtingen vooralsnog niet in. Van return on investment is voorlopig geen sprake. Uit pure geldnood is Peugeot/Citroën recent gaan aankloppen bij General Motors, maar die alliantie brengt op korte termijn geen soelaas. Renault staat er beter voor, door zijn partnership met Nissan en het opmerkelijk succes van zijn discountmerk Dacia. Sinds kort bezit Renault ook een meerderheidsparticipatie in het Russische Lada, wat de deur opent naar veel belovende nieuwe afzetmarkten. Blijft over Fiat, wiens lot in handen ligt van Chrysler. Zet de heropleving van de Amerikaanse economie zich door én kan Chrysler hiervan profiteren, dan kan meerderheidsaandeelhouder Fiat een deel van de winst gebruiken om nieuwe modellen en motoren te ontwikkelen. Fiat-baas Sergio Marchionne heeft de voorbije jaren immers niet meer geïnvesteerd in nieuwe modellen en alternatieve aandrijfsystemen en de Fiat-groep betaalt daar nu de rekening voor. Het gezamenlijke modellenaanbod van Alfa Romeo, Fiat, Lancia en Maserati is vandaag kleiner dan wat BMW of Mercedes aan te bieden heeft. Om nog te zwijgen van het uitgebreide assortiment van Volkswagen en zijn satellietmerken. Audi, Seat en Skoda maken bovendien dankbaar gebruik van dezelfde platformen, onderdelen en technologie, wat kostenbesparend werkt. De VW-groep staat ook sterk buiten Europa, in de Verenigde Staten en China. Tijdens de eerste zes maanden van dit jaar steeg de VW-verkoop in Noord-Amerika met 22,1 procent en met 17,6 procent in Azië. De Franse en Italiaanse merken liggen ver achterop.

Fiat-baas Marchionne is zich bewust van de ernst van de situatie en is in zijn hoedanigheid van voorzitter van de vereniging van Europese autoconstructeur Acea gaan pleiten bij de Europese Commissie voor een globaal actieplan voor de Europese autonijverheid, die een groot aandeel heeft gehad in de economische opbloei van Europa. Nog is het niet te laat voor een Europees initiatief, maar veel tijd valt er niet te verliezen. Volvo en Saab zijn al in Chinese handen en zowat alle grote Japanse en Koreaanse merken beschikken al langer over eigen fabrieken en ontwikkelings- en designcentra in Europa. De hoofdkwartieren waar alle belangrijke beslissingen worden genomen, die liggen echter buiten Europa. Wie niet aan tafel zit, die wordt niet gehoord!

Belgische autofabrieken niet bedreigd

België bezit een lange traditie op het vlak van autoassemblage. In de loop der jaren is die industriële activiteit geleidelijk afgebouwd en overgeplaatst naar Oost-Europa, waar de lonen lager liggen en andere arbeidsvoorwaarden gelden. Audi Brussel, Ford Genk en Volvo Cars Gent hebben de kaalslag overleefd en zijn op korte termijn niet zijn bedreigd in hun voortbestaan. De beslissing om de lancering van de nieuwe Mondeo met minstens drie maanden uit te stellen, is echter niet zonder belang. Ze kan erop wijzen dat de Ford-directie een reorganisatie van de productieactiviteiten voorbereidt. Of dat zo is en zo ja, welke gevolgen dat voor Ford Genk zou kunnen hebben, daar is het laatste woord nog niet over gezegd. Sowieso zal dat in Detroit gebeuren.

Urbain Vandormael

Onze partners