Alternatieve brandstoffen: hoe een nieuwe auto kiezen?

20/01/16 om 08:30 - Bijgewerkt om 09:41

Nooit eerder zagen we op een autosalon zoveel verschillende soorten aandrijfsystemen. De consument kan vandaag uit maar liefst vijf verschillende brandstoffen kiezen. Kortom, de keuze wordt moeilijk als je voor een nieuwe wagen staat. De dieselgate affaire van de voorbije maanden heeft de consument aan het denken gezet. Velen vragen zich af of het wel zinvol is om opnieuw voor een dieselmotor te kiezen want er zijn vele alternatieven maar door de grote diversiteit wordt die keuze niet makkelijker. Als aspirant autokoper moet je je de vraag stellen welke brandstof of welke motorisatie het best bij je gebruiksprofiel past. Daarbij moet je nagaan hoeveel kilometers je jaarlijks rijdt en vooral in welke omgeving (stad, verbindingswegen of snelweg) je die voornamelijk aflegt. Tot slot moet je voor jezelf de overweging maken of je gaat voor de meest economische of voor de meest ecologische oplossing want groener rijden heeft een prijs. Vanaf dit jaar zijn er ook ecopremies die deze pil een beetje verlichten.

Alternatieve brandstoffen: hoe een nieuwe auto kiezen?

Alternatieve brandstoffen: een auto kiezen wordt complexer © BELGA

Diesel: blijft, maar niet voor iedereen

Ondanks alle nadelen zullen meer dan de helft van de op het salon verkochte wagens nog steeds een dieselmotor hebben. Diesels blijven de zuinigste motoren en halen daarom een erg lage CO2-emissie waardoor ze vooral voor professionele gebruikers en veelrijders voordelig zijn. Weet wel dat de rijtaks en de BIV is verhoogd en vanaf 2018 zal dieselbrandstof wellicht duurder worden dan benzine. Vooral voor veelrijders die meer dan 30.000 km per jaar rijden is diesel nog steeds een verantwoorde keuze. Dieselmotoren zijn uitstekende snelwegvreters maar zijn niet op hun plaats als ze enkel in de stad en voor korte ritjes worden ingezet. Nagenoeg alle constructeurs hebben dieselmotoren in hun gamma. Enkel bij de kleinste stadswagentjes zien we steeds vaker dat er geen diesels meer worden aangeboden.

Benzine: wordt straks de eerste keuze

De voorbije jaren hebben benzinemotoren een ware revolutie doorgemaakt waardoor ze krachtiger en zuiniger zijn geworden. Heel wat merken leveren een éénliter driecilinder met turbo die makkelijk 120 pk levert. Deze motoren worden zelfs in grote gezinswagens genre Ford Mondeo gelepeld en presteren correct. In grotere wagens zijn ze niet super zuinig maar ze zijn erg aantrekkelijk qua rijtaks en BIV. Wie tussen 15.000 en de 20.000 km per jaar rijdt is hier uitstekend mee bediend. Omdat benzinemotoren nauwelijks fijn stof uitstoten, zijn ze ideaal voor een mix van stad en snelwegverkeer. Ford leverde pionierswerk met de 1.0 Ecoboost motor. Ondertussen hebben ook Opel, Kia, Seat en Renault interessante éénliter turbomotoren in hun gamma.

Hybrid: ideaal voor de file

Hybride wagens maken gebruik van een verbrandingsmotor en een elektromotor. Ze beschikken over een relatief kleine batterij die wordt opgeladen bij het uitbollen of tijdens het remmen. De "verloren" remenergie wordt intelligent gerecupereerd door ze in de batterij op te slaan. Omdat de batterijcapaciteit beperkt is, kan de wagen slechts enkele kilometers (tegen lage snelheid) elektrisch rijden. De elektromotor werkt vooral ondersteunend bij het vertrekken of het versnellen om het verbruik van de verbrandingsmotor te drukken. In de meeste gevallen wordt deze technologie gecombineerd met een benzinemotor. Hybride wagens zijn uitstekend in de stad, in stop & go verkeer, en in de file omdat ze dan de hybride aandrijving ten volle benutten. Bij constante snelheden of snelweggebruik zijn ze (omwille van hun hogere gewicht) soms minder zuinig dan een diesels en zelfs sommige benzinemotoren. Zuinig rijden met een hybrid vraagt ook een aangepaste rijstijl. Toyota en Lexus zijn de belangrijkste spelers op de markt van de hybrids want ze bieden in nagenoeg elk segment een betaalbaar alternatief. De belangrijkste hybrid is de gloednieuwe Toyota Prius die in Brussel debuteert.

Plug-in hybrid: klopt enkel op papier

De jongste trend op de markt van de hybrids zijn plug-in hybrids. Deze wagens hebben een verbrandingsmotor, een krachtige elektromotor en een grotere batterij waardoor je een (theoretisch) elektrisch rijbereik krijgt van pakweg 50 km. De batterij moet je aan het stopcontact opladen. Dergelijke wagens zijn meestal zeer krachtig omdat de thermische motor en de elektromotor ook simultaan werken. Omdat deze wagens een erg gunstige homologatie meetcyclus ondergaan, halen ze een absurd laag normverbruik en een dito CO2-emissie. De gloednieuwe Audi Q7 e-Tron levert bijvoorbeeld 373 pk en haalt een normverbruik amper 1,7 liter diesel. Een laag verbruik betekent ook een lage CO2-emissie, wat zich vertaalt in een aantrekkelijk fiscaal regime. In de praktijk blijkt het verbruik meestal een veelvoud van het normverbruik. Dat is ook logisch want wanneer deze wagen elektrisch rijdt, moet hij een grote verbrandingsmotor meesleuren en wanneer je op fossiele brandstof rijdt, zorgt een grote batterij en een elektromotor voor ballast. Kortom, plug-in hybrids leggen erg mooie geloofsbrieven voor maar in de praktijk maken ze hun beloften niet waar. Enkel op papier en dan vooral fiscaal klopt het plaatje. Plug-In hybrids zijn interessant voor bestuurders die in de stad elektrisch (emissievrij) willen rijden maar ook snelwegtrajecten moeten kunnen overbruggen. De wagen combineert dus twee voordelen maar is om die reden niet zuinig. Steeds meer constructeurs leveren dit type wagen om hun globale CO2-emissie te drukken zonder minder krachtige wagens te moeten leveren. Audi heeft de A3 en de Q7 e-tron in het gamma. Bij VW zien we de Golf GTE, BMW levert de 330e en Mitsubishi zorgt voor de Outlander PHEV. Zelfs sportwagenfabrikanten zoals Porsche leveren dergelijke varianten zoals de Cayenne en de Panamera E-Hybrid.

Elektrisch: eerfect inzetbaar als tweede wagen

Elektrisch rijden is proper rijden omdat tijdens het rijden geen emissie ontstaat. In een stadsomgeving is dit de ideale oplossing. Feit is dat je met één laadbeurt tussen de 140 en de 250 km kan rijden (afhankelijk van de wagen). Tesla lost dit autonomieprobleem op door extra batterijcapaciteit te monteren maar dat maakt de wagen duurder en zwaarder. Vergeleken met een plug-in hybrid is een elektrische wagen veel zuiniger omdat er geen verbrandingsmotor voor extra gewicht zorgt. Vanaf dit jaar genieten elektrische wagens tot 30.000 euro een premie van 5.000 euro. Compacte elektrische wagens zijn omwille van hun autonomie zelden geschikt als eerste gezinswagen maar zijn meestal perfect inzetbaar als tweede auto. Het is wel handig als je thuis een parkeerplaats hebt waar je kan laden. De markt van de elektrische auto's is nog relatief beperkt maar Renault en Nissan leveren interessante modellen. De Leaf is een volwaardige C-segment auto en is voortaan leverbaar met een grotere batterij zodat je een autonomie van 250 km krijgt. Renault levert met de Zoë een kleine EV die - na aftrek van ecopremie - in het bereik komt van een brede massa. Bovendien hebben Renault en Nissan een huursysteem voor de batterij. Zo ligt de aankoopdrempel een stuk lager en loopt de consument geen risico wanneer de batterij de geest zou geven. Ook Kia heeft met de elektrische Soul een betaalbaar product met een behoorlijke autonomie. Ook Mercedes levert met de elektrische B-Klasse een premium product. Tesla is op deze markt tot nu toe de belangrijkste speler met de Model S. De Amerikaanse producent zet vooral in op prestaties en autonomie maar dat heeft een prijs.

Lees ook: 'De elektrische auto kan nu echt in een stroomversnelling geraken'

CNG: interessanter dan je zou denken

Aardgas of CNG (compressed natural gas) is een erg interessante alternatieve brandstof. Aan de basis is een CNG auto een conventionele benzinemotor die werd aangepast om op CNG te rijden. Er komt een extra gastank (meestal onderaan de wagen) en je kan nog steeds verder rijden op benzine op momenten dat CNG niet voorradig is. De emissie van CO2 en andere schadelijke stoffen is veel lager dan bij benzine. Deze auto's hebben geen problemen met autonomie en de tankinfrastructuur krijgt in Vlaanderen langzaam vorm. Bijkomend voordeel is dat deze wagens een premie krijgen van 1.000 euro en tot 2020 zijn vrijgesteld van rijbelasting. De brandstofkost is ligt lager dan die van diesel en dat verschil zal in de toekomst toenemen omdat diesel vanaf 2018 duurder wordt. Via een speciale compressor kan je ook thuis aardgas tanken. Thuis tanken neemt wel enkele uren in beslag. De technologie is ook beproefd want vooral in Italië en Duitsland wordt het al jaren gebruikt. Omdat de systemen door de autofabrikant (af fabriek) worden ingebouwd zijn deze systemen ook veel bedrijfszekerder dan de LPG-systemen (autogas op basis van petroleum) van weleer die steevast achteraf werden ingebouwd. CNG is een volwaardig dieselalternatief voor mensen die een CNG tankstation in de buurt hebben. Audi levert een A3 G-tron op aardgas, Volkswagen heeft een Golf en Skoda levert een Ocatvia op CNG. Verder vinden we dergelijke modellen ook bij Mercedes (B-Klasse), Opel (Zafira) en Fiat (Panda en Qubo).

Lees ook: 'Geen utopie, maar een onmiddellijke oplossing'

Waterstof: toekomstmuziek

Constructeurs beloven al jaren een auto op waterstof. Vandaag zijn er twee modellen die echt te koop zijn. Een auto op waterstof is een elektrisch aangedreven auto. In de plaats van een grote batterij gebruikt men een brandstofcel die waterstof (opgeslagen in een tank) omzet in elektriciteit om de motor te voeden. Deze wagens hebben een autonomie van pakweg 500 km en stoten bij het rijden slechts zuiver water uit. Het struikelbok is vandaag tankinfrastructuur want die is nagenoeg onbestaande en ook de prijzen van de wagens zijn pittig. Vandaag levert Hyundai de iX35 Fuel Cell en Toyota brengt de Mirai op de markt. Beide modellen kosten rond de 66.000 euro.

Nederlandse studenten testen auto op mierenzuur

Een auto die niet op benzine rijdt, niet op diesel, niet op lpg en niet op elektriciteit, maar op een compleet nieuwe brandstof: mierenzuur. Studenten van de technologische universiteit Eindhoven werken daaraan. Ze presenteren donderdag hun eerste model: een voertuig van één meter groot.

Mierenzuur is een bijtende stof. Mieren, wespen en bijen gebruiken het bij de aanval en bij verdediging. Het zit ook in de prikkende haartjes van brandnetels. Mensen gebruiken het al vele jaren, bijvoorbeeld in schoonmaakmiddelen. De Eindhovenaren denken dat het ook de oplossing is voor de schone auto van de toekomst. Met een chemische reactie kan het mierenzuur namelijk snel worden omgezet in waterstof. Dat is geliefd, omdat de uitstoot bestaat uit hooguit een paar druppels water uit de uitlaat, maar er zijn nog veel hindernissen. Het gas moet bijvoorbeeld onder grote druk worden opgeslagen in de brandstoftank. Dat is duur en riskant. Vloeibaar mierenzuur heeft dat probleem niet. Mierenzuur biedt misschien nog meer mogelijkheden. "Energie uit zon en wind kan ook worden opgeslagen in mierenzuur en vervolgens gebruikt worden waar nodig", zeggen de Eindhovenaren. De studenten willen in 2017 de eerste echte mierenzuurauto klaar hebben.

(Belga)

Onze partners