10/10/11 om 14:18 - Bijgewerkt om 14:18

Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny brengt oververzadigde beelden

De voorstelling is een permanent bombardement van klanken en indrukken.

Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny brengt oververzadigde beelden

© Vlaamse Opera

In de jaren dertig van vorige eeuw stonden ze nog te betogen voor de ingang van de opera toen 'Aufstieg un Fall der Stadt Mahagonny' van Berthold Brecht en Kurt Weill in première ging. Nu was er alleen applaus en enthousiasme voor de opvoering van de opera in de Vlaamse Opera.

Dat zelfs na een lang campagne waar de aandacht op de productie werd gevestigd. De vrees bestond dat de opera klachten binnen zou krijgen van gechoqueerde kijkers. Het beloofde pittig te worden. Extreem geweld en expliciete seks maakte de voorstelling ongeschikt voor jong publiek. En de opera had geen ongelijk. Veel naakt, (symbolisch) copuleren, masturbatie, bloed, kotsen: niets van de wereld van de onderbuik werd ons onthouden.

Een serieuze aanslag op de oppassende en weldenkende wereld tot dewelke de vaste operagangers worden verondersteld te behoren. Maar toch, geen opstand, geen weerstand. Integendeel. Een en al instemming. Kan het modern publiek nog tegen de haren ingestreken worden?

Wat regisseur Calixto Bieito deed was nochtans niet zoveel afwijkend van wat de auteurs beoogden met deze opera. Zij schilderden de stad Mahagonny, het Sodom en Gomora van de nieuwe wereld. Waar zuurverdiend geld opgefeest werd aan ontucht en gulzigheid. Waar er omgekeerde moraal heerst en deugd verwerpelijk is. Consumeren is de boodschap.

Bombardement

Daarmee zit hij ook niet zo ver af van wat er economisch aan de orde is. De beurs dicteert het internationale handelen, niet de waarden. Hij plaatst het verhaal niet in het historische van

de economische crisis van de jaren dertig van vorige eeuw. De esthetiek van de Chaplinfilms. Wat we hier te zien krijgen zou één van de vele Spaanse campings aan de Middellandse zee kunnen zijn. Met zijn massatoerisme, met zijn dito cultuur. De kostuumafdeling van de opera moet zijn gangen kunnen gegaan zijn. De caravans stapelen zich naderhand op. Het podium wordt vol gezet. Opgestapeld in de hoogte. Het is een visuele muur zonder diepgang.

Op elk niveau zingen, springen en dansen mensen. Een permanent bombardement van klanken en indrukken. Agressief van kleuren, agressief van slechte smaak, agressief van activiteit. En permanente overververzadiging. Het houdt niet op. Het snijdt de adem af en zich identificeren met wat er zich op het podium afspeelt is onmogelijk. Dat was het theater dat Brecht voor ogen stond. Anti-opera.

Expressiviteit

Zoals een oude opera eindigt, eindigt het hier ook met de moraal. Want als we ons al beter zouden voelen dan wat er op het podium te zien is, dan krijgen we de boodschap: wij zijn Mahagonny. We doen mee. Brechtiaans komen de zangers in de zaal en zingen tussen de toeschouwers. Uit volle borst. De toeschouwer wordt opgezogen in het theatergebeuren.

De muziek van Weill is eigen aan zijn tijd. In tijden dat er postpostromantisch gedacht werd, met subtiliteiten en uiterste verfijning, wil hij muziek maken die dadelijk aanspreekt.

Die er staat en onmiddellijk overtuigt. Vandaar de hits die in deze opera te vinden zijn: de "Alabama Song" en "Denn wie man sich bettet" zijn echte oorwurmen. Dagen nadien blijven ze terugkomen. Maar daartussen schrijft hij intelligente subtiele muziek, gebaseerd op de klank van de cabarets van Berlijn van de jaren dertig. Met veel slagwerk, hawaiigitaar, bandoneon en saxofoons.

Dirigent Yannis Pouspourikas, die meestal het koor dirigeert, kreeg het geheel in handen. Daarbij zette hij in navolging van de regie in de eerste plaats in op expressiviteit, eerder dan op esthetiek. Ten detrimente van de mooie klank. Maar het maakt wel indruk. En dat is de algemene indruk die blijft hangen. Een massieve stomp in de maag. Als een voorstelling effect moet hebben, dan wel deze. Een opluchting na veel gedemodeerd en vrijblijvend theater dat we de laatste tijd te zien kregen.

Lucas Huybrechts

Onze partners