12/06/12 om 11:48 - Bijgewerkt om 11:48

Armoedecijfer daalt niet

België maakt voor Europa mooie rapporten over zijn sociaal beleid. Maar die zeggen weinig over de doelmatigheid van de sociale uitgaven.

De regering-Di Rupo heeft haar Nationaal Sociaal Rapport 2012 aan de Europese Commissie bezorgd. Op budgettair en economisch vlak streeft Europa naar harmonisering. In het sociale domein blijft het beperkt tot coördinatie, omdat de socialezekerheidsstelsels van de 27 lidstaten zo verschillend zijn dat een snelle gelijkschakeling niet mogelijk is. Europa toetst wel openlijk het bereiken van de doelstellingen van hun sociaal beleid.

België mikt tegen 2020 onder meer op een werkgelegenheidsgraad van 73 procent, minder dan 10 procent ongekwalificeerde uitstroom uit het onderwijs en een vermindering met 380.000 van het aantal mensen die dreigen te verzeilen in de armoede.

Het Belgische Nationaal Sociaal Rapport 2012 - federaal minister van Sociale Zaken Laurette Onkelinx (PS) was eindredacteur - getuigt van haastwerk. Het zal ook niet verwonderen dat de Europese Commissie te horen krijgt dat ons land en de regering het voor de sociale bescherming helemaal niet slecht doen. Zowel de federale overheid als de deelstaten hebben bovendien nog heel wat maatregelen en hervormingsplannen in petto en ook de nieuwe staatshervorming zal een en ander versterken.

Volgens het rapport heeft België de economische crisis sinds 2008 goed doorstaan. Voor de sociale zekerheid, die door de regering-Di Rupo uit de rode cijfers wordt getild, is bijna 30 procent van de welvaart gereserveerd. Dat maakt het mogelijk om de laagste pensioenen en uitkeringen te verhogen, de gezondheidszorg betaalbaar te houden en het aantal mensen met een armoederisico terug te dringen tot 15 procent van de bevolking. Dat laatste zou zowat het enige minpunt zijn. Het armoedecijfer daalt niet. Opvallend in dat verband zijn de verschillen tussen Vlaanderen (10 procent van de bevolking), Wallonië (18 procent) en Brussel (28 procent).

Bij zijn aanvaarding van de Den Uyl-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam vorige week onderstreepte Frank Vandenbroucke dat Europa niet zonder sociale agenda van hervormingen en 'wederkerigheid' kan. Volgens Vandenbroucke, intussen verveld van politicus tot academicus, is die agenda absoluut nodig om het Europese project een draagvlak en jongere generaties een toekomstperspectief te bieden. In plaats van 'het onbereikbare' te betreuren, laat hij zijn ervaring als SP.A-minister meespreken om te pleiten voor een sociaal investeringsbeleid. Naast sociale bescherming gaat het dan evenzeer over activering, kinderopvang, en vooral ook onderwijs en opleiding.

Vandenbroucke, die mee aan de basis lag van de Europese coördinatie voor het sociale beleid van de lidstaten, vindt dat deze methode pas werkt als de lidstaten echt rekenschap afleggen over de kwaliteit van hun sociale vangnetten en de doelmatigheid van hun sociale uitgaven. Het Nationaal Sociaal Rapport 2013 van België mag dus meer zijn dan een scorebordverslag waarmee een regering zichzelf alleen maar goede punten geeft.

Patrick Martens

Onze partners