Marleen Finoulst
Marleen Finoulst
Hoofdredacteur Bodytalk en arts
Opinie

17/10/12 om 15:51 - Bijgewerkt om 15:51

Armoede maakt ongezond

Ruim 15 procent van de Belgen leeft onder de armoedegrens. Vermits gezondheid quasi parallel loopt met inkomen, is het pover gesteld met de levenskwaliteit van deze groeiende groep.

Armoede maakt ongezond

© AFP

De verschillen in gezondheid in onze bevolking zijn vrij groot: hoe lager op de sociale ladder, hoe meer kans op gezondheidsproblemen. De verdeling van gezondheid volgt netjes de verdeling van geld, opleiding en sociale status in de maatschappij, laag per laag, klasse per klasse. Een vrouw zonder diploma heeft op haar 25ste gemiddeld 3,5 jaar minder levensverwachting dan een vrouw van dezelfde leeftijd met een universitair diploma.

Mannen in dezelfde situatie zullen ongeveer 5,5 jaar minder lang leven en bovendien zullen ze tijdens dat kortere leven ongeveer 18 jaar langer in minder goede gezondheid leven. Dergelijke verschillen bestaan niet alleen tussen uiterste opleidingsniveaus, maar komen tussen twee opeenvolgende trappen in de opleidingsladder voor.

Redenen
De levensverwachting van de bevolking in geïndustrialiseerde landen is nochtans nog nooit zo goed geweest als nu. Infectieziekten bijvoorbeeld, die tot een eeuw geleden nog lelijk huis hielden, zijn nagenoeg verdwenen. In zowat alle Europese landen ziet men een stijging van de levensverwachting. Dat niet alle lagen van de bevolking in dezelfde mate genieten van de globale vooruitgang, heeft verschillende redenen. Personen met een slechtere gezondheidstoestand zouden dalen op de maatschappelijke ladder terwijl diegenen met een goede gezondheid makkelijker stijgen.

De minder goede gezondheid is in dat geval oorzaak van de lagere status. Uit epidemiologisch onderzoek blijkt voorts dat lagere sociaal-economische groepen meer risicogedrag vertonen. Roken komt vaker voor bij personen met een lager sociale status en een lage scholingsgraad. Dat komt tot uiting in opeenvolgende Nationale Gezondheidsenquêtes. Men stelt ook vast dat mensen uit lagere sociale klassen minder groenten en fruit eten. Zwaarlijvigheid komt meer voor bij arbeiders dan bij bedienden; meer bij lager opgeleide vrouwen dan bij vrouwen met een hoger diploma. Excessief alcoholgebruik komt vaker voor bij lager geschoolden.

Preventiecampagnes

Men gaat er altijd van uit dat gedrag en levensstijl individuele keuzes zijn. Maar dat klopt niet. Gedrag is ook de resultante van de omgeving waarin we opgroeien, de opvoeding die we meekrijgen, de middelen die een gezin heeft. Voedingsgewoonten bijvoorbeeld worden grotendeels ontwikkeld tijdens de kinderjaren. Wat je eet hangt niet alleen van je kennis van voedsel af, maar ook van de mogelijkheden om het te kopen, te bereiden enzovoort.

Preventiecampagnes zijn er doorgaans op gericht om kennis te vergroten en attitudes te veranderen, om zo te komen tot gezonder gedrag. Helaas zijn ze vaak niet aangepast aan de laagste sociale klassen en hebben ze daardoor weinig effect op de groep die ze het meest nodig heeft. Neem nu de vroegtijdige opsporing van kanker. In Vlaanderen laten vooral hooggeschoolde vrouwen zich screenen voor baarmoederhalskanker en borstkanker. De screening mag dan gratis zijn, in geval van een ongunstig resultaat zijn de vervolgonderzoeken dat niet. Voor mensen met weinig middelen is geldgebrek één van de redenen om zich niet te laten screenen.

Fiscale maatregelen In de komende jaren mogen we ons verwachten aan fiscale maatregelen die gezonder gedrag zullen bevoordelen en ongezond gedrag bestraffen. Volgens het EATWELL-project, geleid door wetenschappers die op vraag van Europa maatregelen onderzoeken om de obesitasepidemie te keren, bestaat er in de EU een beperkte, maar unanieme meerderheid (gemiddeld 55%) voor de invoering van fiscale maatregelen om gezond eten te bevorderen. Ook iets meer dan de helft van de Belgen is voor het fiscaal belasten van ongezonde voedingsproducten, op voorwaarde dat de opbrengsten hiervan gebruikt worden om gezond eten te stimuleren. Een ruime meerderheid staat positief tegenover de idee van een lagere btw op gezonde en een hogere btw op ongezonde producten. Andere landen namen ondertussen al initiatieven.

Denemarken voerde in 2011 al een vettaks in: Denen betalen 2,16 euro meer per kg verzadigd vet in levensmiddelen: chips, boter, frieten, gehakt... zijn daardoor duurder geworden. Frankrijk, Hongarije, Denemarken voerden een suikertaks in: gesuikerde frisdranken werden duurder. Hongarije liet onlangs weten dat het de terugbetaling van diabetesmedicatie wil terugschroeven wanneer mensen zich niet goed aan dieetmaatregelen houden.

In Groot-Brittannië circuleert het voorstel om rokers en zwaarlijvigen de toegang tot bepaalde behandelingen te ontzeggen, wanneer ze hun levensstijl niet aanpassen. Zo zou een zwaarlijvige met knieartrose geen recht meer hebben op een knieprothese wanneer geen ernstige poging ondernomen wordt om gewicht te verliezen. Meer dan de helft van de Britse artsen (enquête mei 2012) ondersteunt dergelijk voorstel. Men vindt dat de schaarse middelen niet moeten aangewend worden voor mensen die hun voeten vegen aan een gezonde levensstijl. In België begint het debat over dergelijke fiscale maatregelen nog maar.

Duidelijke standpunten ontbreken vooralsnog, want dit mes snijdt aan 2 kanten. Fiscale maatregelen kunnen in het beste geval een bevolking gezonder maken, maar ze riskeren tegelijkertijd het solidariteitsprincipe dat ons gezondheidszorgsysteem zo kenmerkt, uit te hollen. Ook moeten we ons de vraag stellen of dergelijke maatregelen mensen in armoede, die andere zorgen aan hun hoofd hebben dan een gezonde levensstijl nastreven, niet nog meer in de miserie zullen duwen.

Marleen Finoulst, Bodytalk

Onze partners